Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het stervensgeheim

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het stervensgeheim

5 minuten leestijd

"En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik sterf..."

Genesis 50:24a

Het is aangrijpend te staan bij een sterfbed. De vale vlerken van de dood grijpen zeker. Alles breekt. Het lichaam wordt roerloos en koud. De hand stil. Het oog traant niet meer, maar verkilt. De liefste banden worden gebroken. Hoe ontroerend. Nooit meer die mond te zien openen. Nooit meer die stem te horen. Wat een breuk slaat het sterven. Wat ontzettend.

Toch is dit nog niet het ergste. Het meest verschrikkelijke is dat dan de stervende een breuk slaat met het vorige leven. En de geweldige eeuwigheid ligt voor hem. Aan de rand van die eeuwigheid staat de Troon van de rechtvaardige God. En wee de mens die voor Zijn rechterstoel verschijnt zonder Borg en Middelaar. Dan komt er een breuk die veel vreselijker is dan in het stervensuur, want dan komt de eeuwige hellenacht. Kent u een ontzettender toekomst? Kent u een verschrikkelijker eeuwigheid?

Ga nu eens mee, een prachtig paleis binnen. Een schoonheid van kunst. In een van de kamers ziet u eenvoudige mannen staan rondom een sterfbed. Het schijnen wel herders te zijn. Verweerde gezichten. Stoere gestalten. Toch is hun hoofd gebogen en luisteren zij met ontroering naar de zachte stem van de stervende. "Ik sterf..." Wie zegt dat? Het is Jozef, de onderkoning van Egypte, de man die na farao de machtigste is van dat wereldrijk.

Daar ligt nu de man voor wie duizenden hebben geknield als hij voorbijkwam. Jozef is de man geweest die, door hemelse wijsheid verlicht, het land heeft gered van de wurgende hongersnood. Hij droeg daarom de eretitel van Zafnath-Paänéah, dat wil zeggen "behouder des lands".

Zou Jozef kunnen sterven? Heeft hij zich niet verbonden aan een priesterkaste van de heidense godsdienst? Was hij niet getrouwd met Asnath, de dochter van Potiféra, een overste van On? Ja, maar toch schijnt in zijn ziel het licht van Gods Heilige Geest en is hij een kind Gods. Dat leven van Jozef is een wonderlijk leven geweest. In zijn jeugd brandde in zijn ziel het gouden licht van Gods genade.

Wat heeft hij geleden door zijn broers. Wat heeft hij geworsteld in de vunzige kerker. Wat heeft hij veel doorleefd met zijn vader en familie in Egypte. Toch bleef de Heere zijn deel, zijn eeuwig Goed. Waarom? Omdat de Heere de Getrouwe is en bleef. Daaraan klemt hij zich dan ook vast op zijn sterfbed en in het geloof op Gods beloften gaat hij de donkere doodsvallei binnen.

In de Hebreënbrief staat: "Door het geloof heeft Jozef stervende gemeld van de uitgang der kinderen Israëls en heeft bevel gegeven van zijn gebeente." Het geloof. We horen het echte geloof vanaf het sterfbed. Het is het zilverlicht in de donkerste stervensure.

Bezit u het waarachtige geloof? Zeker, we weten het, het geloof is een gave Gods, maar het wordt geschonken in een lange ontdekkingsweg. Het geloof wordt geboren in zijn volle heerlijkheid als wij sterven in onszelf. Daarom is het oprecht geloof nooit een vrucht van eigen akker, maar alleen door de levendmakende Geest.

Het leert ons onszelf doorsteken vanwege onze zonden en doet ons hartelijk wenen in de binnenkamer voor God. We gaan dan werkelijk geloven dat God er is. Dan hebben we kennisgemaakt met Gods heiligheid, met Gods recht. We worden gewaar dat Zijn heilig misnoegen op ons rust, dat God in alles wat wij waren en in alles wat wij deden een gruwel had.

Onze ogen worden geopend voor de uitspraak dat wie de Zoon ongehoorzaam is het leven niet zien zal, maar dat de toorn Gods op hem blijft. Wie ooit zo, door ontdekkende genade, voor Gods majesteit geplaatst werd, vindt het een wonder dat de aarde ons nog draagt. Een wonder dat God nog tot ons kwam met het vriendelijk aanbod van genade. Een wonder bovenal dat er een Middelaar was die de straf gedragen en het recht Gods vervuld had.

O, Hem te bezitten. In Hem straalde 's Heeren liefelijkheid ons tegen. In Hem zagen we Gods liefdehart wagenwijd openstaan. In Hem was God goed, enkel goed. Onvergetelijke ogenblikken, toen in de nacht van ons leven de Zon der Gerechtigheid opging. Toen God ons door het geloof aan Jezus verbond, ons in Hem omarmde en toesprak: "Ik zal niet meer op u toornen, noch u schelden, Mijn Zoon, Mijn dochter, uw zonden zijn u vergeven." Ja, toen werd onze mond vervuld met lachen, onze tong met gejuich, toen zeiden we: "Hoe groot is het goed dat Gij weggelegd hebt voor degenen die U vrezen, dat Gij gewrocht hebt voor degenen die op U betrouwen in de tegenwoordigheid der mensenkinderen. Geloofd zij de Heere, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt."

En Jozef zeide tot zijn broederen, en allen zeggen het hem na die hetzelfde geloof hebben ontvangen: "Ik sterf...."

En in deze woorden klinkt door:

"Na deze dood is het leven mij bereid

God neemt mij op in Zijn heerlijkheid."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2000

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Het stervensgeheim

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2000

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken