Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christen in de wereld en op het web

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christen in de wereld en op het web

Op internet moeten dezelfde waarden en normen gelden als in de maatschappij

7 minuten leestijd

Christendom, maatschappij en burgerschap, hoe vallen die samen? We zijn niet alleen wereldburgers, maar ook steeds meer burgers van het World Wide Web. Uiteindelijk ziet een ware christen uit naar een ander, het hemels burgerschap.

Ongeveer 1600 jaar geleden beschreef Augustinus in zijn grote werk "De Stad Gods" de grenzen van de menselijke samenleving, die hij omschrijft als de "stad Aarde". Augustinus zegt dat we allemaal "in ballingschap" in die stad leven, maar dat we met verwachting uitzien naar iets dat achter de menselijke grenzen ligt.

Voor Augustinus is dat "iets" de "stad Gods". "De vrijheid van die stad zal één gemeenschappelijke wil in alle bewoners zijn. Bevrijd van alle kwaad en vervuld met al het goede, en het zonder einde genieten van eeuwige heerlijkheid", zo schrijft Augustinus. Dat is inderdaad iets om naar uit te zien.

Augustinus accepteert dat de stad waarin de mensen samenleven nooit het Koninkrijk van God kan zijn. Net als de roep om een aards paradijs is dat iets wat snel ten onder zal gaan.

Dat Augustinus accepteert dat de menselijke kracht is gebroken, is geen nederlaag. Integendeel, het geeft ons een kans naar de toekomst te kijken en dat op een bijzondere manier. We moeten zowel op de korte termijn, het hier en nu van het alledaagse leven, letten als op de lange termijn, het heerlijke leven dat nog komt. Op die toekomst hopen christenen en het is die hoop die christenen licht geeft over hoe zij burgers moeten zijn van deze "stad Aarde".

Naastenliefde

U hoeft niet erg diep in het Evangelie van Christus te graven om de christelijke ideeën over samenleving en relaties krachtig uitgedrukt te vinden. Christus' bevel om "uw naaste lief te hebben als uzelf" is niet alleen een aansporing om naast ons te kijken, maar draagt ook in zich dat als we werkelijk onszelf willen zijn, we op anderen moeten letten. Dan heeft een burger niet alleen een lange lijst met dingen waar hij recht op heeft, maar hij heeft ook een reeks aan relaties, verplichtingen en verantwoordelijkheden.

Bij burgerschap gaat het niet in de eerste plaats om wat we hebben, maar om wat we moeten doen, en hoe. Het heeft te doen met anderen. Uiteindelijk dient een christen te leven naar het voorbeeld dat Christus Zelf gaf.

Het gezin

Cruciaal, als hoeksteen van de samenleving, is het gezin. Daar leren we de waarde van relaties en daar worden de normen en waarden gevormd. Dat is een leerproces dat niet gemakkelijk is.

Deze hoeksteen bevindt zich in een crisis. Zie eens het hoge echtscheidingspercentage en bedenk de invloed daarvan op de opgroeiende generatie. Het gezin erodeert, en daardoor ook het vermogen om relaties aan te gaan. Dat heeft consequenties. Het gezin vormt ons namelijk ook als burger.

Natuurlijk zijn er ook gezinnen waar een noodtoestand heerst, waar de verhouding tussen de ouders of tussen ouders en kinderen verbitterd is. En alleenstaande ouders kunnen net zo zorgzaam voor hun kinderen zijn. Maar onderzoek wijst uit dat tweeoudergezinnen de veiligste en evenwichtigste omgeving voor opgroeiende kinderen vormen. En dat heeft zijn uitwerking op het functioneren van mensen in de maatschappij.

Wereldburger

Hoe staan we in deze maatschappij? Onze naasten komen van over de hele wereld. Ze kunnen uit Warrington of Warschau, Runcorn of Rwanda komen. Dat biedt kansen.

Het christelijke perspectief is 2000 jaar geleden in Jezus' gelijkenis van de barmhartige Samaritaan aangegeven. "Wie is mijn naaste?" vroeg een joodse raadsman aan Jezus. Uiteindelijk komt een Samaritaan langs die de verwonde man niet alleen verzorgt en hem meeneemt naar een herberg, maar ook het kostgeld voor hem betaalt. De kern van het verhaal is dat de Samaritaan geen jood was en ongetwijfeld niet als een naaste werd gezien. Hij was lid van een andere groep in de samenleving. Een groep die door de joden veracht werd. Maar híj was het die uiteindelijk zijn hand uitstak.

Een vorm van het woord "burger" heb ik nog niet genoemd: wereldburger. In zekere zin geeft het ons meer variatie en diversiteit - de groente en het fruit door het jaar heen in de supermarkt komt overal vandaan. Aan de andere kant betekent het ook een afname van de diversiteit en een grotere eenvormigheid - door wereldwijd opererende concerns die de plaatselijke variatie wegvagen. We ontkomen er niet aan het idee van een wereldwijde samenleving toe te voegen aan alles waaraan we deelnemen.

Wat betekent dat voor het verstaan van burgerschap en gemeenschap als christen? Een groot deel van mijn tijd spendeer ik aan de gevolgen van mijn lidmaatschap van een wereldwijde gemeenschap.

In verhouding tot velen op deze wereld leven wij in een bevoorrechte en welvarende maatschappij, waar de beschikbaarheid van voedsel, woningen, onderwijs en medische zorg als vanzelfsprekend wordt aangenomen. Maar andere leden van onze wereldwijde samenleving hebben heel andere verwachtingen en ervaringen. Zo'n 1,3 miljard mensen leven van minder dan een rijksdaalder per dag; daarnaast leven 3 miljard mensen van minder dan 5 gulden per dag. Per jaar sterven er 100 miljoen kinderen aan ziekten die goed te behandelen zouden zijn. Als ik een burger van deze aarde ben, moet ik voor die wereld zorgen en broeders en zusters helpen die de basisbehoeften missen.

Internet

Deel uitmaken van die wereldwijde gemeenschap brengt een reeks van concrete plichten en verantwoordelijkheden met zich mee. Maar de globalisering is niet alleen een fysieke werkelijkheid, maar ook een virtuele. Ik bedoel de razendsnelle groei van de informatietechnologie, vooral internet. Meer en meer zijn we niet alleen burger van de wereld, maar ook burger van het World Wide Web (www).

De toegang tot informatie en de mogelijkheid om bronnen te raadplegen die op een andere manier niet toegankelijk zijn, kan een krachtig middel zijn. Het kan een middel zijn om burgers te vormen en te laten participeren.

Maar het kan ook tot uitsluiting en isolatie van personen leiden. E-mail kan de kans geven belangrijke contacten te leggen, maar het kan ook tot vervormde en onaangename contacten leiden, vol zelfbedrog en ontwijking.

Een christen legt echter de nadruk op relaties, niet op contacten. Zeker, we moeten contacten maken, maar het draait om de kwaliteit van die contacten. We moeten er zeker van zijn dat de virtuele maatschappij dienstbaar is aan de werkelijke gemeenschap die ik heb beschreven. Het web moet een instrument voor insluiting zijn, niet een wapen van uitsluiting van mensen. In deze nieuwe maatschappij moeten precies dezelfde normen en waarden gelden.

Hemels burgerschap

Het is gemakkelijk om totaal te worden opgenomen door de virtuele maatschappij en het zicht op de andere te verliezen. We moeten die verleiding echter weerstaan. Want we zijn geroepen aan nog een andere samenleving deel te nemen, zo vertelt Christus ons.

Die samenleving omvat al de andere en is de enige waartoe christenen tenslotte behoren. Dat is het waar Paulus in zijn brief aan de Filippenzen aan refereert als "onze gemeenschap in de hemelen." Het is Augustinus' "stad Gods". "U hebt ons gemaakt voor Uzelf", zo schreef Augustinus in zijn Belijdenissen, "en onze harten zijn onrustig totdat ze rust vinden in U."

Ik realiseer mij dat er zijn die strijden om in die heerlijke stad en die hemelse gemeenschap te geloven. Maar ik verwacht dat velen -ongeacht de verschillen in geloof en traditie- met mij zullen instemmen dat wij als samenleving smachten naar een ervaring van het bovennatuurlijke, de betere wereld die komt.

Alle vormen van burgerschap zien meer of minder uit naar die grote en perfecte gemeenschap in de hemel. Ik geloof dat de waarden van dat wat nog komt, ons kunnen helpen betere burgers te zijn, nu en in de toekomst.

De auteur is aartsbisschop van Canterbury en leider van de Anglicaanse Kerk. Deze -voor de krant ingekorte- lezing sprak Carey woensdag in Liverpool uit aan de Liverpool John Moores Universiteit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 februari 2000

Reformatorisch Dagblad | 50 Pagina's

Christen in de wereld en op het web

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 februari 2000

Reformatorisch Dagblad | 50 Pagina's

PDF Bekijken