Bekijk het origineel

De Medicijnmeester

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Medicijnmeester

5 minuten leestijd

"En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn..."

Lukas 5:31

In Lukas 5:27 tot en met 32 gaat het over de roeping van Levi en de confrontatie van de Heere Jezus met de Schriftgeleerden en de Farizeeën. Levi was een tollenaar. Een andere naam voor hem was Matthéüs. Matthéüs kennen wij als discipel en apostel.

Tollenaren waren ambtenaren die de belasting inden voor de heidense overheersers. Tollenaren verrijkten zich vaak op een onrechtmatige wijze door bedrog en andere kwade praktijken... Die mensen stonden in Israël slecht bekend. Zij worden in de Bijbel vaak in één adem genoemd met hoeren... Geen wonder dat men voor deze zondaren de neus optrok. Men wilde niets met deze mensen van doen hebben.

Levi zit met zijn handel in het tolhuis. De Heere Jezus komt langs die grote weg en ziet tollenaar Levi zitten. Hij ziet Levi niet alleen, maar Christus dóórziet hem ook. De Heere Jezus ziet dieper dan wij kunnen zien. Wij zien aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet in ons hart en in ons leven. Hij kent onze motieven en drijfveren. Hem is álles bekend! Van Levi en van u en van mij.

Dan spreekt de Heiland als machthebbende tot tollenaar Levi: Volg Mij!

Wanneer Hij spreekt, dan gebeurt er wat. Wat gebeurt er dan? Dit: Levi staat op. Hij laat al zijn geld en goederen achter. En dan? Hij volgt de Heere Jezus. Deze zondaar wordt innerlijk ómgekeerd. Hij wordt békeerd, hij wordt wederomgeboren. Wanneer Christus spreekt: "Volg Mij", dan kan zo'n zondaar niet meer zeggen: "Ik kom morgen wel, ik stel nog wat uit!" Neen, wanneer God spreekt in ons hart en leven, dan spreekt Hij met macht en met kracht.

Levi heeft innerlijk de stem van de Zoon van God gehoord en gaat leven, echt leven voor God en voor Zijn dienst. Hij wordt een levend lidmaat van Gods Kerk. Eerst was hij een grote zondaar die deed wat hij zelf wilde, maar nu is hij gewillig gemaakt en wordt een volgeling van Koning Jezus. Het oude leven is voor hem voorbijgegaan. Het is allemaal nieuw geworden.

Het gaat nu in zijn leven niet meer om geld, om genot en eer, maar het gaat nu in zijn leven om Christus en Zijn Koninkrijk. Eerst wist hij het zelf zo goed en nu gaat hij vragen: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?

Voor die grote ommekeer is Levi echt dankbaar. Hij richt een grote maaltijd aan in zijn huis. De gasten, dat zijn de Heere Jezus met Zijn discipelen, maar ook collega-tollenaren en -zondaren. Levi hoopt dat zijn collega-tollenaren net zo bekeerd worden als hij. Dat gunt hij hun door die wonderlijke liefde die uitgestort is in zijn hart door de Heilige Geest (Romeinen 5).

Ook bij die grote maaltijd zijn Schriftgeleerden en Farizeeën aanwezig. Vanbinnen zijn ze kriebelig en afgunstig. Zij begrijpen de Heere Jezus niet. Hoe kan de Heere Jezus met zulke slechte mannen en vrouwen aanzitten aan de maaltijd in het huis van een tollenaar.

Zij zeggen tegen de discipelen: "Waarom eet en drinkt gij met tollenaren en zondaren?" Niet de discipelen, maar de Heere Jezus antwoordt hen: "Die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn."

Dat hebben die Schriftgeleerden en Farizeeën heel goed begrepen, namelijk dat de Heere Jezus hén daarmee bedoelt. Zij zijn die zieken! Zij gevoelen zich o zo gezond! Zij zijn tevreden over zichzelf en proberen hun zaligheid te verdienen met goede werken en met het houden van de wet van God! Zij vinden dat hun geloofsopvattingen goed zijn en dat zij een voorbeeld zijn voor anderen.

Zij lijken o zo vroom, maar ze weten niet dat ze geestelijk ziek zijn. Ze zijn geestelijk zo blind, zo jammerlijk, arm en naakt. Gezond, en toch ziek, zegt de grote Medicijnmeester.

Er zijn ook mensen die zich zo ziek gevoelen vanwege hun innerlijke verdorvenheid en vanwege bedreven zonden. Ze vinden in zich allerlei boze werken en gedachten. Met de apostel Paulus belijden zij: Wanneer ik het goede wil doen, dan ligt het kwade mij bij. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen?

Waar moeten déze zieke mensen naartoe met hun zorgen en noden? Wie kan hén genezen van hun zielenkwalen? Antwoord: Hij, die spreekt in vers 32: Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering...!

Deze grote Medicijnmeester stuurt niemand weg. Hij houdt 24 uur per dag spreekuur, ja zelfs midden in de nacht wanneer anderen slapen, dan mag u en dan mag jij komen.

Hij kan helpen, Hij kan redden. Hij alleen!

Hij maakt álle dingen nieuw.

Kent u, ken jij deze grote Medicijnmeester?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

De Medicijnmeester

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken