Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Fischer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Fischer

4 minuten leestijd

Wat zijn de doelstellingen van het proces van Europese integratie? Naar welk bestuurlijk model zijn we op weg? Deze vragen zijn tot dusver in de betrokken landen angstvallig weggedrukt. Met een discussie hierover zou immers de oude controverse weer oplaaien tussen de voorstanders van een federaal Europa en de aanhangers van een samenwerkingsverband van blijvend zelfstandige staten. En daardoor zou een rem gezet worden op het proces van integratie. Doordat men deze kwestie liet rusten, bleek de integratie voortgang te kunnen boeken op terreinen waarover wel overeenstemming was te bereiken.

Tegelijkertijd werden de instellingen van de Europese Unie (EU) versterkt om het bestuursmodel dat voor zes lidstaten was ontworpen, aan te passen voor de inmiddels tot vijftien landen uitgebreide Unie.

Maar kan dit zo doorgaan als de Unie na uitbreiding met landen van Midden- en Oost-Europa op termijn zo'n dertig leden gaat tellen? De stilte rondom deze fundamentele vraag is kortgeleden doorbroken door de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joshka Fischer, die in een rede onomwonden pleitte voor een Europese federatie. Voor Fischer staat vast dat een verdere uitbreiding bij ongewijzigde structuur de Unie voor onoplosbare problemen gaat plaatsen. Hij stelt daarom een federale eenheidsstaat voor met een Europese regering, een direct gekozen president en een parlement bestaande uit twee kamers volgens het model van de Verenigde Staten.

Tijdstip

Het tijdstip waarop Fischer met zijn ideeën komt is niet willekeurig gekozen. In december 1999 werd door de regeringsleiders van de EU-landen op hun topbijeenkomst in Helsinki het spectaculaire besluit genomen om met twaalf landen van Midden- en Oost-Europa gelijktijdig te gaan onderhandelen over toetreding tot de EU. Zelfs voor Turkije werd de deur voor toetreding opengezet. Maar over de vraag op welke wijze zo'n Unie (die zich gaat uitstrekken van Estland tot Spanje en van Ierland tot Bulgarije) bestuurd moet worden, is alleen gezegd dat de Unie haar besluitvorming en structuur daaraan moet aanpassen. Wel lezen we over meningsverschillen met betrekking tot het tijdstip van de toetreding en de moeizame voortgang van de onderhandelingen.

Ook over de voornemens van onze regering om de betrokkenheid van de burgers bij de uitbreiding te vergroten. (Zo komen er weer radio- en tv-spotjes, door de bewindslieden zullen gastcolleges aan de universiteiten worden gegeven en de middelbare scholen krijgen een lesbrief). Maar Fischers voorstel tilt de discussie boven deze zaken uit.

Het gaat niet om de vraag of de uitbreiding er moet komen. De politieke tweedeling van weleer mag geen scheiding worden tussen een welvarend West-Europa en een arm en politiek instabiel oostelijk deel. Maar van wezenlijk belang voor de burgers in de discussie is de vraag welk Europa er komt, met welke doelstellingen, en welke positie ons land daarin krijgt. Voor die discussie heeft Fischers rede voldoende gedachten aangedragen. (Niet dat ze nieuw zijn, maar ze komen wel op een moment dat men om deze vragen niet heen kan.)

Grondwet

Intussen is de strekking van zijn voorstel niet minder dan een centraal geleide eenheidsstaat. De gedachte van een Grondwet, waarin de bevoegdheden van de Unie en de lidstaten duidelijk worden afgepaald, doet daaraan niets af.

De vraag die hierbij rijst is waarom de bepleite bevoegdheidsverdeling "met respect voor volkeren, talen en culturen" alleen nu aan de orde komt in het kader van een voorstel tot federatie. Waarom is na de val van de Berlijnse muur in 1989 op de oude weg van verdere centralisatie doorgegaan in de verdragen van Maastricht (1991) en Amsterdam (1997)? Dat waren immers de momenten om met het oog op de voorziene uitbreiding van de Unie in oostelijke richting in te zetten op een bevoegdheidsverdeling die recht doet aan de soevereiniteit en identiteit van de (kleine) lidstaten?

Daar komt nog bij de vraag waardoor zo'n eenheidsstaat bijeen wordt gehouden. Geen werelddeel is als het Europese in de historie zo gestempeld door de erfenis van veel eeuwen onchristelijke geschiedenis. Maar als deze wordt verschraald tot een seculier humanisme en als wezenlijke elementen uit deze traditie -zoals de bescherming van het door God geschapen leven, het bijbels huwelijk en de zondag- in de samenleving verbleken, is er weinig meer wat aan zo'n Europese federatie een moreel en geestelijk bindmiddel geeft. Dan blijft er niet veel meer over dan het streven om op het wereldtoneel een leidende rol te spelen.

Ir. L. van der Waal, oud-europarlementariër namens SGP/RPF/GPV.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 23 May 2000

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Fischer

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 23 May 2000

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken