Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Armoede

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Armoede

4 minuten leestijd

Lees of hoor je tegenwoordig iets over de landbouw, dan heeft het vaak van doen met het milieu of met de voedselveiligheid. Het lijkt wel of dat de enige zaken zijn die de agrarische ondernemers bezighouden.

Voor alle duidelijkheid: natuurlijk zijn milieu en voedselveiligheid erg belangrijk. Een producent van voedsel die niet met respect voor het milieu, waar hij letterlijk in produceert, omgaat of de voedselveiligheid van zijn producten in gevaar brengt, heeft geen toekomst.

Deeltijdfunctie

Tegelijkertijd worden de agrariërs ook op een andere wijze geconfronteerd met bedreigingen van de continuïteit van hun bedrijf. Er geldt immers: zonder inkomen geen bestaansrecht. Het produceren van land- en tuinbouwproducten is nog altijd een economische activiteit, met als uiteindelijk doel daaruit een gezinsinkomen te genereren. Met die inkomensvorming is het gemiddeld genomen niet zo best gesteld. Dit blijkt uit onderzoek dat het Landbouw-Economisch Instituut (LEI) vorig jaar verrichtte. Het LEI becijferde dat maar liefst 25 procent van de agrariërs onder de armoedegrens leeft.

Recent onderzoek van de Wageningen Universiteit bevestigt dit beeld. Nader onderzoek leert dat het opmerkelijk genoeg niet gaat om de kleine bedrijven, waarvan veelal wordt aangenomen dat deze geen perspectief hebben. Neen, de meerderheid van de ondernemers die in financiële problemen raken, bezit een middelgroot bedrijf.

De verklaring voor dit feit is dat deze ondernemers het te druk hebben met hun bedrijf om er nog een betaalde deeltijdfunctie naast te hebben. Daardoor zijn ze evenmin in staat om nieuwe ontwikkelingen werkelijk te volgen en die te introduceren op hun bedrijf. Deze ondernemers zitten opgesloten in hun eigen bedrijven en verliezen daardoor de aansluiting met de buitenwereld. Een groot aantal loopt uiteindelijk letterlijk vast.

Schuldvraag

Is dit nu de schuld van de overheid, vanwege de vele en strenge wet- en regelgeving op onder andere het terrein van het milieu? Is het de schuld van de markt, die sterk globaliseert, waardoor een ruimer, wereldwijd aanbod beschikbaar komt en afnemers een steeds lagere prijs kunnen bedingen? Of is het de schuld van die ondernemers zelf, omdat ze niet tijdig de bakens in hun bedrijfsvoering hebben verzet?

Ik denk dat de schuldvraag stellen hier niet zo op zijn plaats is; althans, niet met het doel één hoofdschuldige aan te wijzen. Veeleer gaat het om een combinatie van factoren. Overheidsregelgeving, marktpositie en ondernemerschap zijn alle van directe invloed op de rentabiliteit van de bedrijven. Zo dient de overheid op een rechtvaardige en verstandige wijze de maatschappelijke belangen af te wegen tegen de bedrijfseconomische belangen van de agrariërs.

Daarin past een integrale benadering, waarbij beleidsdoelen in onderlinge samenhang worden afgewogen en het stellen van onverenigbare doelen wordt vermeden. Bij boer en tuinder komen alle plannen van de soms langs elkaar heen werkende overheidsinstanties samen en zij hebben dan de ondankbare taak om het onverenigbare beleid uit te voeren.

Ondernemerschap

Daarnaast is er dan nog de positie in de markt, en dat in combinatie met het ondernemerschap. Producten die elders in de wereld tegen een lagere kostprijs kunnen worden geproduceerd en ook nog van een vergelijkbare kwaliteit zijn, moeten wij in Nederland niet voortbrengen. De Nederlandse boer en tuinder moet het hebben van kennisintensieve producten met een hoge toegevoegde waarde. Alleen door je in kwaliteit en creativiteit te onderscheiden van de (buitenlandse) concurrent kun je je positie in de markt handhaven of zelfs verstevigen.

Elke agrariër is in principe vrij ondernemer, maar om dat te kunnen blijven moeten wel tijdig de juiste keuzen worden gemaakt. Dit kan hij alleen doen, maar in sommige gevallen is het beter om dit samen met collega's te doen. Door een samenwerkingsverband op te zetten met gebruikmaking van ieders sterke eigenschappen kunnen krachtige, creatieve en marktgerichte initiatieven worden ontwikkeld. In de tuinbouw zijn er goede voorbeelden te vinden van hetgeen met dergelijke telersclusters is te bereiken in de markt.

Ir. A. van der Linden is werkzaam bij The Greenery International en schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 mei 2000

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Armoede

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 mei 2000

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken