Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Inhaalslag op de digitale snelweg

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Inhaalslag op de digitale snelweg

Reformatorische scholen stomen docenten klaar voor computerrijbewijs

5 minuten leestijd

Steeds sneller gaat het verkeer op de digitale snelweg. Jonge 'chauffeurs' hebben daarbij doorgaans de minste moeite om de ontwikkelingen in de computertechnologie bij te houden. Als volwassenen hun opvoedende taak ook op dit gebied willen uitoefenen, zullen ze zich de nieuwe technieken eigen moeten maken. De scholen zijn daarom bezig hun personeel toe te rusten. Op het Calvijncollege in Zeeland wordt deze maand voor het eerst het digitaal rijbewijs voor onderwijsgevenden (DRO) uitgereikt.

Het DRO is een afgeleide van het Europees computerrijbewijs (European Computer Driving License, ECDL), dat door de Europese raad van beroepsinformatici (Cepis) is ingesteld als maatstaf voor computervaardigheden. Over die vaardigheden bestond veel onduidelijkheid. Hoe meet je tijdens een sollicitatieprocedure welke snufjes uit de informatie- en communicatietechnologie (ICT) iemand onder de knie heeft? En hoe weet een sollicitant of hij in aanmerking komt voor een functie waarvoor "voldoende computervaardigheden" worden gevraagd? Het digitaal rijbewijs is een graadmeter en zal dan ook voor steeds meer banen vereist zijn.

De opleiding voor het ECDL wordt vaak verzorgd door de regionale opleidingencentra (roc's). Zij leiden ook op voor het rijbewijs dat het ministerie van Onderwijs speciaal voor onderwijsgevenden heeft ingevoerd. Op de aarzelende wijze waarop dat gebeurde, kwam veel kritiek. Een aantal scholen keerde zich zelfs af van het DRO en haakte aan bij het ECDL. Uiteindelijk is het afgelopen jaar echter ook voor het onderwijs de mogelijkheid van certificering ontwikkeld. Een papiertje telt nu eenmaal, zeker als leraren van functie of school willen veranderen. De marktwaarde van het DRO buiten het onderwijs wordt overigens niet hoog ingeschat.

Noodzaak

Scholing van de leraren blijkt hard nodig. Nog al te vaak worden de aanwezige computers onvoldoende benut en zijn jongeren de ouderen op computergebied de baas: "Meneer, zal ik het even voordoen?"

De reformatorische scholen ervaren ook de noodzaak van principiële vorming. "De scholen moeten de kinderen toerusten", zei voorzitter A. Karens tijdens de laatste jaarvergadering van de Gereformeerde Onderwijzers- en Lerarenvereniging (GOLV). "Laten we de instrumentele functie van ICT benadrukken en waarschuwen voor de amusementsfunctie. Beleidsmakers zien internet als het wonder van de 20e eeuw. Maar zouden ze ook inzien dat de echte ontmoeting gaat ontbreken?"

Karens pleitte ervoor docenten een digitaal onderwijsrijbewijs te laten halen. Op het Zeeuwse Calvijncollege studeert de eerste groep binnenkort af. Ongeveer de helft van het personeel nam deel aan de cursus, de anderen volgen de komende paar jaar. "Een docent heeft kennis nodig om de leerlingen leiding te kunnen geven", zeggen ICT-coördinator C. Nieuwenhuyzen en plaatsvervangend algemeen directeur C. Giljam.

De cursus op het Calvijncollege wordt verzorgd door roc De Amerlanden. Andere scholen houden de opleiding intern. Op het Rotterdamse Wartburgcollege bijvoorbeeld worden de docenten volgens ICT-coördinator W. P. van Kempen bijgeschoold door "koplopers die zelf wel externe cursussen hebben gevolgd. Het werken met Windows wordt aangeleerd door zelfstudie aan de hand van de methode Instruct, terwijl de cursisten een- of tweemaal bijeenkomen. Inmiddels heeft een groot aantal personeelsleden met succes examen afgelegd. Sommigen van hen zijn echt over hun koudwatervrees voor de computer heengeholpen."

Voor het programma Word is een soortgelijk traject ontwikkeld: veel zelfstudie, enkele bijeenkomsten en waar nodig begeleiding. De eerste examens zijn afgelegd, maar de resultaten zijn nog niet bekend. Deelname is verplicht, "behalve voor docenten die 56 jaar of ouder zijn of die slechts een paar uur per week lesgeven. Iedereen doet mee, ook onderwijsondersteunend personeel. Sommigen steken er tientallen uren in, anderen veel minder. We streefden ernaar beide cursussen dit jaar af te ronden. Dat halen we bijna."

Identiteit

Het Calvijncollege bepaalde het startniveau van de docenten aan de hand van een instaptoets. "Bij een hoge score krijgt iemand volledige vrijstelling. Niemand heeft dat tot nu toe gehaald. Dat bewijst de noodzaak van deze cursus. Zo'n toets is wel confronterend. Veel leraren scoorden tussen de 60 en de 70 procent. Dat moest eigenlijk 90 worden, maar het kost al moeite om aan 75 procent te komen", zeggen Nieuwenhuyzen en Giljam.

Drie modules, die samen ten minste achtmaal drie uur les vergen, vormen het minimumniveau dat binnen enkele jaren voor alle docenten vereist is: het besturingssysteem Windows 98, het tekstverwerkingsprogramma Word 97 en netwerk/internet. Naar keuze kunnen daar technischer modules aan worden toegevoegd: Powerpoint (presentatie), Excess (database) en Excell (spreadsheet).

Ook voor deze 'extra's' bestaat onder de docenten belangstelling, zegt Nieuwenhuyzen. "Ze zien soms tegen de cursus op, maar beamen wel het belang ervan. Ze zijn zelfs bereid vakantiedagen erin te investeren, want het kost vaak meer tijd dan ze verwachten. Mensen met weinig vaardigheden steken er wel 90 uur in."

Als aanvulling op de technische modules ontwikkelen dr. N. A. Broer van hogeschool De Driestar en drs. A. Verweij van de stichting Dienstverlening Gereformeerd Schoolonderwijs (DGS) in opdracht van de reformatorische scholen een module mediapedagogiek, waarin de identiteitsvraagstukken zijn verwerkt waarmee de ICT-ontwikkelingen de gereformeerde gezindte confronteren. De module bestaat uit een viertal bijeenkomsten. Wanneer de voorbereidingen daarvoor afgerond zullen zijn, kan Broer nog niet zeggen.

Leerlingen

Na het behalen van het DRO blijft het nodig de kennis op te frissen. De docenten moeten het geleerde ook in de praktijk leren toepassen. "Uit de ICT-monitor van de Universiteit Twente blijkt dat die koppeling met het gebruik in de klas voor veel leraren moeilijk is", zeggen Giljam en Nieuwenhuyzen. "Behalve scholing voor het digitaal rijbewijs zijn we daarom ook enkele proefprojecten gestart. Zo presenteerden de vwo-5-leerlingen vorige week aan bestuur en directie de resultaten van hun bezinning op de verhouding tussen identiteit en ICT: meedoen of mijden. Daar bleken ze heel goed over nagedacht te hebben."

Ook de kennis en principiële doordenking van de leerlingen wordt straks gemeten. "Voor de onderbouw zijn we een digitaal rijbewijs aan het ontwikkelen. De bedoeling daarvan is dat aan het eind van het tweede leerjaar alle leerlingen aantoonbaar over een aantal basisvaardigheden beschikken."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 2000

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Inhaalslag op de digitale snelweg

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 2000

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken