Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Je wordt nog liever van moord beschuldigd"

Strijd tegen omstreden incesttherapie begint resultaat op te leveren

6 minuten leestijd

Het is al tien jaar geleden, maar de kwestie houdt hem en zijn vrouw nog vrijwel dagelijks bezig. Jan Buijs uit Sliedrecht werd in 1990 door zijn oudste dochter op basis van hervonden herinneringen beschuldigd van incest vanaf haar vroegste kinderjaren. Met andere lotgenoten strijdt hij nu tegen psychotherapeuten die het leven van onschuldige burgers helpen verwoesten. De eerste resultaten zijn geboekt.

Jan Buijs (60) zou leiding hebben gegeven aan groepsverkrachtingen in schuren en op zolders. Dat beweerde zijn oudste dochter nadat ze op haar 27e in therapie was gegaan bij een arts in België. Zijn vrouw was ook mede plichtig, want die had het allemaal laten gebeuren.

Het echtpaar realiseerde zich al vrij snel dat het weinig zin had zich tegen de aantijgingen te verweren. "Je onschuld bewijzen in zo'n situatie is vrijwel onmogelijk", verklaart hij. De huisarts en een tweetal andere hulpverleners adviseerden om niet glashard te ontkennen, maar een gesprek met hun dochter aan te gaan.

Een tijdlang bleef zo de broze relatie nog in stand. Maar nadat de dochter een brief had geadresseerd aan "de incestplegers", naderde het moment om het contact te verbreken. Zij eiste dat haar ouders haar als incestslachtoffer zouden erkennen, of hetgeen er gebeurd zou zijn nu waar was of op fantasie berustte. Dat was voor Jan en Jo Buijs onmogelijk.

Geblokkeerd

Hun grief was en is vooral gericht tegen de Belgische therapeut door wie hun dochter was behandeld. Het echtpaar achterhaalde dat hij als arts voor het leven geschorst was. In een gesprek gaf de therapeut toe dat hij niet in kon staan voor het waarheidsgehalte van de incestverhalen van Buijs' dochter. Maar volgens hem deed dat er ook niet toe. "Ge weet dat nooit", was een standaardzin van hem. Maar Jan Buijs wist het wel. De Belg had zijn dochter de herinneringen aangepraat.

Met hetzelfde gemak suggereerde de therapeut dat ook de vrouw van Buijs wel eens misbruikt kon zijn. Dat kon hij zien, omdat ze "geblokkeerd" was.

Buijs kwam erachter dat de man bepaald niet de enige therapeut is die zich bezighoudt met zogeheten hervonden herinneringen. Al vrij snel na de ontdekking hoe de Belgische therapeut te werk was gegaan, brak in de Nederlandse media rond dit thema een pennenstrijd los. Onder de opponenten bevond zich de werkgroep Fictieve Herinneringen, een organisatie van ouders die ten onrechte van incest worden beschuldigd.

Jan Buijs is een van de contactpersonen van deze werkgroep. De groep beschikt inmiddels over meer dan 200 dossiers. Ze zijn afkomstig van mensen die soms nog ernstiger werden getroffen dan hij en zijn vrouw. "Het is gebeurd dat mensen totaal onverwachts werden opgepakt en voor verhoor werden meegenomen. Naderhand bleek dat de incestverhalen verzonnen waren."

Voordat het zover is, hebben aangeklaagden soms al in voorarrest gezeten en is de ontstane schade nauwelijks meer te herstellen. De meesten gaan door een poel van verschrikking. "Je wordt nog liever verdacht van moord", schreef een vermeende dader aan de werkgroep. Voor de aanklager zelf begint overigens net zo goed een lijdensweg. Ze sluit zich doorgaans op in haar verhaal en komt in een volledig isolement te verkeren door zelf volledig in de fictieve herinneringen te blijven geloven.

Dat zich in de dossiers van de werkgroep namen van echte incestplegers bevinden, is volgens Buijs vrijwel uitgesloten. Tot nu toe kent hij geen geval waarin de incestbeschuldigingen op basis van hervonden herinneringen juist bleken te zijn. Dat is ook een van de redenen waarom van officiële zijde steeds meer afstand wordt genomen van de therapeuten die zich hiermee bezighouden.

Ook de Nationale Ombudsman nam scherp stelling naar aanleiding van een klacht van de werkgroep Fictieve Herinneringen tegen minister Borst van Volksgezondheid. Zij weigerde stappen te ondernemen, ondanks talloze verzoeken van de werkgroep.

Actiever

Ombudsman prof. mr. R. Fernhout stelde in een lijvig rapport in april dit jaar de werkgroep volledig in het gelijk. Het ministerie had volgens hem veel actiever moeten optreden sinds duidelijk is geworden dat de omstreden therapieën vanuit wetenschappelijk oogpunt ondeugdelijk zijn en bovendien veel schade berokkenen.

Het oordeel van de ombudsman was voor de werkgroep een ondubbelzinnige vorm van erkenning. "Het is alleen jammer", zegt Buijs, "dat minister Borst nog maar weinig met het rapport van Fernhout heeft gedaan. Een aangekondigd onderzoek gaat helaas niet door."

Een ministerie waarmee de werkgroep betere ervaringen heeft, is dat van Justitie. Dat stond niet alleen open voor klachten, maar riep vorig jaar ook een expertisegroep in het leven die bij incestbeschuldigingen op basis van hervonden herinneringen eerst moet worden geraadpleegd voordat actie wordt ondernomen. Aangeklaagden kunnen niet zomaar meer worden opgepakt.

Buijs wijst vooral op de publicaties van de hoogleraren Crombag, Van Koppen, Merckelbach en Wagenaar, die met niet aflatende ijver hebben geageerd tegen de omstreden incesttherapieën. Zij toonden het onwetenschappelijke gehalte ervan aan en vinden de laatste jaren in vakkringen steeds meer weerklank.

Toch blijft een groep therapeuten hardnekkig op de eenmaal ingeslagen weg voortgaan. Ze zijn volgens Buijs niet alleen in het alternatieve circuit, maar ook bij riaggs en in psychiatrische ziekenhuizen te vinden. "Gelukkig zijn er ook riaggs die juist naar ons doorverwijzen. Een andere organisatie, de gliagg, heeft zelfs haar protocollen aan ons voor commentaar voorgelegd."

De omstreden therapieën zijn overgewaaid vanuit Amerika, waar op basis van hervonden herinneringen een ware heksenjacht ontstond. Soms waren die herinneringen ronduit huiveringwekkend. Vrouwen spraken van demonische rituelen die zij als kind hadden bijgewoond. Daarbij zouden baby's zijn geofferd en zou bloed zijn gedronken. De verhalen werden aanvankelijk geloofd, maar de laatste jaren is ook in de VS de twijfel toegeslagen. Volgens Buijs zijn al de eerste torenhoge schadevergoedingen toegekend aan verdachten die ten onrechte bleken te zijn beschuldigd.

Woestijn

Het is voor de werkgroep een grote opluchting dat ze niet langer roependen in de woestijn is, maar Jan Buijs vindt het wel zeer betreurenswaardig dat het zo lang heeft geduurd. "Iedereen kan toch met zijn nuchtere verstand bedenken dat je zoiets als incest niet zomaar verdringt of vergeet."

Zijn vrouw Jo, net als hij uit Zeeland afkomstig: "Iemand die de watersnood van 1953 van nabij heeft meegemaakt, vergeet dat toch ook niet." Jan: "Mijn vader heeft in de Tweede Wereldoorlog verschrikkelijke dingen meegemaakt. Die had echt geen therapeut nodig om zich dat te herinneren." Zij: "Als een therapeut incest suggereert, kan dat vervolgens gemakkelijk gaan fungeren als oorzaak voor frustraties en andere narigheid in je huidige leven."

Nu het besef steeds meer doordringt dat al die hervonden incestherinneringen op onwaarheid berusten, vindt Buijs het des te kwalijker dat de NCRV zeer onlangs een tweetal documentaires uitzond met verhalen van vrouwen die via therapie hadden ontdekt dat ze als kind seksueel waren misbruikt.

Een van de daders zou de hervormde emeritus predikant ds. G. Broere zijn. Hij heeft inmiddels gerechtelijke stappen tegen de NCRV aangekondigd. Ook de familie die in de andere uitzending werd gebrandmerkt, overweegt een proces. Wat Buijs betreft wordt de omroep hard aangepakt. "Onzorgvuldig en onfatsoenlijk" , zo kwalificeert hij de beide documentaires. "Wat die families is aangedaan, is verschrikkelijk." Hij spreekt uit ervaring.

Meer informatie over de werkgroep Fictieve Herinneringen: Jan van Galenstraat 11, 2121 XG Bennebroek, 0184-413085.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 juli 2000

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 juli 2000

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken