Bekijk het origineel

Colombia zet eerste stap op vredespad

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Colombia zet eerste stap op vredespad

Rebellen en regering onderhandelen in Zwitserland over gedemilitariseerde zone

5 minuten leestijd

BOGOTA - In een poging het wederzijdse vertrouwen te herstellen na ruim vier decennia van politieke geweldpleging kwamen afgevaardigden van de regering en de guerrilla van Colombia naar het Zwitserse Genève om een vredesdialoog op gang te brengen. Ook ongeveer vijftig vertegenwoordigers van maatschappelijke en kerkelijke organisaties zijn uitgenodigd om deel te nemen aan het overleg. Voorts wonen diplomaten uit Cuba, Noorwegen, Spanje, Frankrijk en Zwitserland als waarnemers de gesprekken bij.

De eerste ontmoeting had gisteren plaats. Het voornaamste doel van de dialoog in Genève is de vorming van een gedemilitariseerde zone voor het Nationale Bevrijdingsleger (ELN), de tweede guerrillabeweging van Colombia. Eerder stemde de regering van president Andrés Pastrana reeds in met het terugtrekken van het leger uit een door de grootste politieke verzetsgroep van het land gedomineerd gebied. Hoewel het Colombiaanse staatshoofd aanvankelijk weigerde het ELN een veilige thuisbasis te gunnen, gaf hij in april van dit jaar zijn goedkeuring aan het plan. "Dit is een teken van goede wil, waarop wij een antwoord verwachten", aldus Pastrana.

In de toekomstige ELN-zone in het noordwesten van Colombia moet het definitieve vredesoverleg plaatshebben. "Door de guerrilla's een omgeving te schenken waarin zij zich niet bedreigd hoeven te voelen, hopen wij de condities te scheppen die een constructieve dialoog over de toekomst van ons land mogelijk maken", aldus Camilo Gomez, die namens de regering met de guerrillalegers van Colombia onderhandelt.

Tegenprestatie

Het huidige plan voorziet in het overdragen aan de guerrilla's van het stadje San Pablo en twee nabijgelegen dorpen. Maar voor de 28-jarige Camilo Rodriguez, die als afgevaardigde van de slachtoffers van het politieke geweld naar Genève reisde, is de vorming van een 'bevrijd gebied' van ondergeschikt belang. ELN-strijders ontvoerden in juni van het vorige jaar zijn vader en zijn oudere broer. "De guerrilla's hebben hun eerste doel nu bereikt met deze overlegronde in Zwitserland. De regering erkent hiermee het ELN als volwaardige gesprekspartner. Het is daarom redelijk te verwachten dat de guerrilla's als tegenprestatie mijn vader en broer en de acht andere onschuldige mensen die zij al dertien maanden gevangen houden, in vrijheid stellen", aldus Camilo Rodriguez, wiens eerste verzoek om een ontmoeting met de ELN-afgezanten evenwel onbeantwoord bleef.

Het Nationale Bevrijdingsleger is de kleinere van de twee guerrillagroeperingen die in Colombia al sinds medio jaren zestig actief zijn. De beweging heeft ongeveer vijfduizend strijders onder de wapenen, tegen de ruim zeventienduizend guerrilla's van de Revolutionaire Strijdkrachten (FARC), die vooral in het zuiden van Colombia actief zijn.

Het ELN ontstond in 1964 als een verbond van landloze boeren, progressieve paters en rebelse studenten. De organisatie onderhield tot voor kort nauwe banden met Cuba en ontving zelfs subsidie uit Havana. De revolutionaire beweging ging aan het eind van de jaren zeventig bijna ten onder aan een gezamenlijk offensief van het regeringsleger en een door de militairen bewapende boerenmilitie. Met het aanboren van nieuwe inkomstenbronnen kon het ELN zich in de jaren tachtig herbewapenen en herorganiseren. Tegenwoordig bekostigen de guerrilla's hun strijd met de opbrengsten van losgeld uit ontvoeringen, het heffen van belastingen over de teelt en export van cocaïne en het afpersen van goudmijnen en oliemaatschappijen.

Bergafwaarts

Volgens de regeringsafgevaardigde Camilo Gomez is het moment rijp om tot een vergelijk met de opstandelingen te komen. "Sinds in februari 1998 ELN-commandant Manuel Perez aan malaria bezweek, is het met de beweging bergafwaarts gegaan", zo constateert de onderhandelaar.

De tanende macht en operationele slagvaardigheid van de guerrilla's kwamen de afgelopen weekwisseling opnieuw aan het licht tijdens gevechten rond San Pablo in het ruige San Lucasgebergte ten noordwesten van de hoofdstad Bogotá. De confrontatie kostte aan minstens twintig guerrillastrijders het leven. Het ELN leverde geen slag met het regeringsleger maar met de paramilitaire terreurgroepen die in opdracht van herenboeren, industriëlen en winkeliers de guerrilla bestrijden. Deze privé-legertjes zijn voortgekomen uit de formeel ontbonden maar nog steeds getolereerde boerenmilitie van weleer.

Carlos Castaño van de Verenigde Zelfverdedigingsmacht, het overkoepelende orgaan van de paramilitaire groeperingen, verzekerde dat zijn strijders bij de gevechten van de afgelopen dagen "aanzienlijke" terreinwinst boekten en nu op het punt staan het ELN te verdrijven uit een van zijn laatste bolwerken in de bergen. "De enige optie die het ELN nu rest is voor vredesoverleg naar het buitenland uit te wijken of roemloos op het slagveld ten onder te gaan", zo concludeerde Castaño.

Vanuit Genève ontkende ELN-aanvoerder Antonio Garcia evenwel dat zijn guerrillaleger het onderspit delft. "Tijdens de gevechtshandelingen rond San Pablo hebben wij veertien paramilitairen gedood en verschillende aanvallen succesvol afgeslagen", aldus Garcia, die voorts zei dat de terreurgroepen met helikopters van het leger guerrillastellingen vanuit de lucht bestookten. "Dit bewijst opnieuw dat de generaals zich niets aantrekken van de regeringsinstructies om hun banden met de paramilitaire groepen te verbreken", zo verklaarde de ELN-commandant.

Zware druk

Sinds het begin van het laatste offensief in en rond San Pablo verloren aan weerskanten reeds honderd strijders het leven. Vóór de gesprekken in Zwitserland liet president Pastrana via een decreet twee ELN-commandanten vrij die in de stad Medellin een straf uitzitten wegens opstand, terrorisme en ontvoeringen. Beide guerrillacommandanten moeten zich na de vredesbesprekingen weer melden in de gevangenis. In oktober '98 mochten beide guerrilla's hun cel al eens verlaten voor deelname aan een eerste gespreksronde die zonder resultaat bleef.

Hoewel ELN-bevelhebber Antonio Garcia in Genève bij de aanvang van de ontmoeting verklaarde erop te vertrouwen dat de contacten met regeringsafgezanten ditmaal vruchtbaar zullen blijken, staat president Andrés Pastrana in Bogotá onder zware druk om geen concessies te doen aan de guerrilla's.

De oppositie wijst erop dat met het uitroepen van een gedemilitariseerde zone in het zuiden van Colombia voor de FARC deze beweging zich thans ongestoord kan bezighouden met allerlei criminele activiteiten, zoals het stelen van vee, het verbouwen van cocaplanten en het rekruteren van minderjarigen om de sterkte op peil te houden.

President Pastrana verzekerde afgelopen zaterdag dat een eventuele ELN-zone onder strenger regeringstoezicht zal staan en dat onafhankelijke waarnemers uit het buitenland erop zullen toezien dat de rebellen geen misbruik maken van hun vrijheden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 25 juli 2000

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Colombia zet eerste stap op vredespad

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 25 juli 2000

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken