Bekijk het origineel

Hansje kan geen school meer vinden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hansje kan geen school meer vinden

Leerplichtambtenaren stimuleren leerlingen hun opleiding te voltooien

5 minuten leestijd

Een eeuw na de invoering van de leerplicht verlaat nog altijd 30 procent van de jongeren voortijdig de opleiding. Leerplichtambtenaren doen er alles aan om hen te stimuleren toch de nodige papieren te halen. Deze week is de Week van de Leerplicht gehouden, omdat het op 1 januari 2001 honderd jaar geleden is dat de leerplicht werd ingevoerd.

Hansje heeft op school een medeleerling met een honkbalknuppel geslagen. Dat mocht niet van de schoolleiding en daarom is Hansje van school verwijderd. Hansje moest dus naar een andere school, want hij was nog leerplichtig. Maar welke andere school wil een honkballer met zo'n carrière opnemen? Alleen een alternatief traject via het Bijzonder Jeugdwerk was nog een mogelijkheid. Hansje pakte die kans en volgt nu een schildersopleiding.

Zo zijn er nogal wat Hansjes voor wie de leerplichtambtenaren een oplossing moeten zoeken. Zoals Tim. Tim zat op een school voor voortgezet speciaal onderwijs. Hij viel daar op doordat hij kans zag om de hele dag niets te doen, week in, week uit. Hij was niet positief en niet negatief. Hij deed gewoon niets en dat al heel lang. Tim spijbelde nooit, was altijd op tijd, erg beleefd, vergat nooit zijn boeken, maar deed gewoon niets.

Door bemiddeling van het Coördinatieteam Voortijdig Schoolverlaten (CTVS), waaraan ook leerplichtambtenaren deelnemen, kwam Tim bij het Bijzonder Jeugdwerk terecht. Daar werkt hij opeens hard en leert snel en dat de hele week. Tim wordt kok en ziet plotseling de mogelijkheden van een diploma, geld verdienen en een plaats in de maatschappij. Zijn nietsdoen oefent hij nu thuis uit. De hele week. Aldus de klacht van zijn moeder.

Plicht en recht

Hansje en Tim, twee voorbeelden uit het laatste jaarverslag van het Bureau Leerlingzaken van de gemeente Gouda. Bureauhoofd A. Eriks was bij zijn aanstelling in 1986 de enige leerplichtambtenaar in het Goudse. Inmiddels bestaat het bureau uit zes personen, onder wie drie leerplichtambtenaren. "Wij bewaken de leerplicht en het leerrecht", zegt Eriks. "Dat laatste ook, want kinderen hebben recht op onderwijs en wij proberen er wat aan te doen als ze dat niet krijgen, bijvoorbeeld doordat ze op een wachtlijst voor het speciaal onderwijs terechtkomen of -wat bijna nooit voorkomt- doordat de ouders scholing niet nodig vinden: het kind is nog zo jong en thuis kun je het zo lekker vertroetelen..."

Proces-verbaal

Het gemeentebestuur is belast met de handhaving van de Leerplichtwet, zoals die in 1969 in gewijzigde vorm is vastgesteld. Kinderen zijn leerplichtig tot het eind van het schooljaar waarin ze zeventien worden. Als een leerling meer dan drie dagen niet op school verschijnt, is de schooldirectie verplicht dat aan te geven. Dat geldt ook voor "verzuim met een zorgwekkend karakter", bijvoorbeeld als een leerling er elke maandagmorgen niet is of als hij één vak steeds mijdt.

De leerplichtambtenaren gaan vervolgens op onderzoek uit, zegt Eriks. "We winnen eerst informatie in bij de school, benaderen dan de ouders en gaan daarna pas in gesprek met het kind, want de ouders zijn verantwoordelijk zolang hun kinderen minderjarig zijn. Overigens kunnen leerlingen vanaf hun twaalfde jaar wel een proces-verbaal krijgen als ze blijven spijbelen. Dat doen we zo weinig mogelijk, want feitelijk is onze hulpverlenende taak dan mislukt. Wij proberen jongeren op een positieve manier te stimuleren hun opleiding af te maken. Daarom worden we ingeschakeld als gezakte examenkandidaten besluiten hun laatste jaar niet over te doen, of als ze niet aan het examen deelnemen omdat ze het niet meer zien zitten."

Minder schappelijk zijn de leerplichtambtenaren als er sprake is van luxeverzuim: ouders die hun kind de school laten verzuimen in verband met een vakantie. "Nederlandse kinderen zitten 200 dagen per jaar op school. We gaan ervan uit dat iedereen dan genoeg tijd overhoudt om op vakantie te gaan, ook al is dat dan misschien minder goedkoop dan tijdens andere perio den in het jaar."

Opgelucht

Ouders die wegens luxeverzuim worden geverbaliseerd, zien de leerplichtambtenaren liever gaan dan komen. Dat geldt meestal niet voor de ouders van andere spijbelaars, is Eriks' ervaring. "Sommige ouders weten helemaal niet dat hun kind spijbelt. Anderen zijn wel op de hoogte, maar weten niet wat ze eraan moeten doen. Ze zijn vaak opgelucht dat ze er met ons over kunnen praten.

Spijbelen heeft soms heel tragische oorzaken: een kind durft niet meer naar school omdat het voortdurend gepest wordt. Of de schoolkeuze is verkeerd doordat de ouders te hoge verwachtingen van hun kind hebben. Verslaving speelt ook nogal eens een rol. Het spijbelen neemt niet toe, maar het verjongt en verhardt zich: de crimineeltjes die geen tijd meer hebben om naar school te gaan, zijn gemiddeld steeds jonger."

Onder allochtonen komt spijbelen verhoudingsgewijs iets vaker voor, door de achterstand in taal en ontwikkeling, maar volgens Eriks is het spijbelen onder deze bevolkingsgroep de laatste drie jaar duidelijk afgenomen.

Niemand kan echt gedwongen worden onderwijs te volgen. "We kunnen kinderen niet uit huis halen en naar school brengen. Als een proces- verbaal niet werkt, gaan we naar de Raad van de Kinderbescherming en die kan besluiten tot ondertoezichtstelling."

Bundeling

Een taak van leerplichtambtenaren is ook het verlenen van vrijstelling voor gewichtige omstandigheden. "Een leerling mag per jaar maximaal tien dagen vrij krijgen voor bijvoorbeeld jubilea, begrafenissen of een verhuizing. Als dat aantal overschreden wordt, moet een schooldirecteur ons inschakelen."

Ook het bemiddelen in conflicten tussen scholen en ouders of leerlingen behoort tot de taken van het Bureau Leerlingzaken. "Geen wonder dat kleine gemeenten, die soms maar een formatieplaats van acht uur per week beschikbaar hebben voor een leerplichtambtenaar, dit werk soms moeilijk kunnen doen. Daarom streven we naar het oprichten van grote regionale bureaus. Een beginnetje hebben we hier al gemaakt: vanuit Gouda doen we Moordrecht en Zevenhuizen-Moerkapelle erbij."

Het is niet de gemeente waar de school staat, maar de woongemeente van een leerling die bij schoolverzuim moet worden ingeschakeld. "Bij een grote reformatorische scholengemeenschap praat je dan over tientallen gemeenten. Voor een schooldirectie is dat heel lastig. Ook daarom zou de oprichting van regionale bureaus een goede zaak zijn."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 2000

Reformatorisch Dagblad | 27 Pagina's

Hansje kan geen school meer vinden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 2000

Reformatorisch Dagblad | 27 Pagina's

PDF Bekijken