Bekijk het origineel

De economie van het tekenen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De economie van het tekenen

Centraal Museum toont Utrechtse werk van architectuurschilder Pieter Saenredam

6 minuten leestijd

Pieter Jansz. Saenredam besloot in 1628 zich toe te leggen op het schilderen en tekenen van gebouwen in perspectief. Dat beweert zijn tijdgenoot en biograaf Cornelis de Bie tenminste. Inderdaad wijdde de Haarlemse kunstenaar zijn verdere leven aan de architectuurschilderkunst. Vooral kerken hadden zijn warme belangstelling. In de twintig weken die hij in 1636 in Utrecht werkte, veroorloofde hij zich slechts één picturaal uitstapje: op 23 oktober maakte hij een portret van de koster van de Mariakerk, Jan Jansz. van Ermelo. Het Centraal Museum exposeert vijftien schilderijen en veertig tekeningen van Saenredam uit zijn Utrechtse periode.

In de vroege zomer van het jaar 1636 verliet Pieter Saenredam zijn werkplaats in Haarlem en vertrok naar Utrecht. "Het was alsof de kunstenaar zijn pen neerlegde, een paar maanden naar Utrecht ging en hem daarna weer oppakte en verderging waar hij was gebleven", schrijven Gary Schwartz en Marten Jan Bok in hun biografie over Pieter Saenredam. Over de directe aanleiding van deze excursie is nauwelijks iets bekend. Wel lijkt zeker dat Saenredam de Mariakerk op het oog had. De eerste zes weken was hij intensief bezig met het vastleggen van het interieur van deze kerk.

In de periode daarna was hij afwisselend te vinden in de Buurkerk, de Jacobikerk, de Pieterskerk, de (nog niet gehavende) Domkerk, de Catharijnekerk en de Janskerk. Dat hij veel langer dan zes weken in de domstad bleef, heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat in Haarlem de pestepidemie tot oktober veel slachtoffers bleef eisen. Maar voor een liefhebber van kerken was (én is) Utrecht natuurlijk een waar eldorado. Verveeld heeft Saenredam zich in elk geval niet. Vrijwel dagelijks -behalve op zondag- hanteerde hij meetlat en tekenstift.

Niet bekend is of Saenredam de Mariakerk in opdracht tekende en schilderde. Het feit dat een schilderij van de Mariakerk in de collectie van Constantijn Huygens voorkwam, wil niet zeggen dat Huygens het ook liet maken. Om geld zat de kunstenaar niet verlegen. Een erfenis met een fors aandeel in de Verenigde Oost-Indische Compagnie leverde hem voldoende inkomen op. Bovendien bezat hij obligaties ten laste van de stad Haarlem en leefde hij sober. Op die manier kon hij zich onbezorgd wijden aan de tijdrovende architectuurschilderkunst. Meestal leverde hij niet meer dan twee panelen per jaar af.

Opmetingen

Pieter Saenredam was de eerste kunstenaar die koos voor de weergave van bestaande architectuur, zegt Liesbeth M. Helmus, conservator oude kunst van het Centraal Museum. "Niet door een gebouw op het oog zo gelijkend mogelijk weer te geven, maar door op basis van gedegen opmetingen en perspectiefconstructies een correcte weergave te creëren. Daarin onderscheidde hij zich van zijn voorgangers en tijdgenoten."

De kunstenaar ging zeer planmatig en met een bijna wiskundige precisie te werk. Eerst maakte hij ter plaatse schetsen en verrichtte hij metingen om het gebouw in al zijn details zo nauwkeurig mogelijk op papier vast te leggen. Hij begon steevast met groot interieurgezicht; daarna kwamen deelaspecten aan de orde. Ook een nauwkeurige plattegrond mocht niet ontbreken. Bij dit alles streefde Saenredam ernaar de kerken in het juiste perspectief te plaatsen. Hij koos twee of drie mooie zichtlijnen, die hij soms in één tekening weergaf.

Deze tekeningen vormden de basis voor latere schilderijen. Toch zijn het niet alleen maar voorstudies, benadrukt architectuurhistoricus Arie de Groot in zijn analyse "De Utrechtse kerkgezichten van Pieter Saenredam en het probleem van hun betrouwbaarheid". Hij beschouwt de in Utrecht gemaakte tekeningen, schetsen en opmetingsnotities van één bepaalde kerk steeds als een samenhangend geheel. Omdat Saenredam naar exactheid streefde, bevatten de tekeningen vaak veel meer informatie dan nodig was voor zijn schilderijen. "In feite bouwde Saenredam zijn eigen architectuurdocumentatie op, waaruit hij later desgewenst kon putten", meent Arie de Groot.

Onschatbare bron

Voor een architectuurhistoricus vormen de op locatie gemaakte tekeningen een onschatbare bron van informatie. "Vergelijking met andere bronnen laat zien dat ze zelfs in onbelangrijk ogende details vaak verbijsterend nauwkeurig zijn", stelt De Groot vast. Toch zijn de tekeningen geen fotografische opnamen. Het ging Saenredam immers alleen om het zo goed mogelijk vastleggen van informatie. Niet zelden nam Saenredam zijn toevlucht tot contracties (samentrekkingen of verkortingen), omdat de ruimte op het papier eenvoudig te beperkt was. Een sterk voorbeeld hiervan is zijn "Gezicht in het Domkoor", waarop hij de hoogte van de lichtbeuk en het koorgewelf wel heel drastisch heeft verkort. Voor Saenredam was dat geen probleem, omdat hij op een eerdere tekening van de dom wél de juiste verhoudingen had vastgelegd.

Saenredam deed niet graag dubbel werk. Bepaalde zaken die hij al eens had afgebeeld, liet hij op latere schetsen weg. "Dit hier opnemen en daar weglaten van interieurelementen duidt niet op willekeur en onbetrouwbaarheid van Saenredam", waarschuwt De Groot. "Het maakte deel uit van zijn methodiek. Objecten die in de ene tekening voldoende stonden weergegeven, konden in de andere worden gemist, zodat daar de situatie die achter deze objecten schuilging, zichtbaar werd gemaakt. Een economie van tekenen waardoor in kortere tijd per saldo méér informatie kon worden vastgelegd en die voor tekeningen met een documentair karakter ook nu heel gewoon is."

De architectuurhistoricus pleit er daarom voor de tekeningen en schetsen van één kerk als een bijeenhorende groep te zien, omdat ze bedoeld zijn om elkaar aan te vullen. "Een oordeel over Saenredams waarheidsgetrouwheid kan daarom alleen worden gebaseerd op het beeld dat ontstaat uit de gecombineerde informatie die deze tekeningen en schetsen tezámen bevatten."

Schilderijen

De schilderijen van Saenredam zijn een ander verhaal. Met behulp van een constructietekening werkte de kunstenaar zijn bronnenmateriaal om tot soms imponerende panelen. In dat proces veroorloofde Saenredam zich meer artistieke vrijheden. "Vaak idealiseerde hij de ruimte, streek onregelmatigheden glad, liet naar willekeur bepaalde zaken zoals trekstangen weg en voegde andere toe", stelt De Groot vast. Ook maakte de schilder meer dan eens kapitale fouten bij het interpreteren van zijn eigen meetgegevens. Wanneer hij dit niet tijdig onderkende, was hij gedwongen zijn oorspronkelijk ontwerp tijdens het schilderen aan te passen.

Omgekeerd levert een strak doorgevoerde toepassing van het perspectief soms verwrongen beelden op. Dat komt door de vertekening aan de randen die optreedt wanneer een grote ruimte vanuit één gezichtspunt wordt weergegeven. In zo'n geval is het van belang op een speciale manier naar zo'n schilderij te kijken, adviseert De Groot: vanuit het standpunt dat de schilder innam tijdens het schilderen in de kerk. "Uitsluitend vanuit dit ideale gezichtspunt -en met slechts één oog- gezien komt het perspectief volledig tot zijn recht. Alleen dán vallen alle vertekeningen weg en biedt het schilderij, wanneer men het oog er in verschillende richtingen overheen laat dwalen, een overweldigende illusie van de driedimensionale realiteit."

De tentoonstelling "Pieter Saenredam, het Utrechtse werk" is tot en met 4 februari te zien in het Centraal Museum in Utrecht. Bij de tentoonstelling verscheen het boek "Pieter Saenredam, het Utrechtse werk", onder redactie van Liesbeth M. Helmus. Meer informatie: 030-2362362 of www.centraalmuseum.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 6 november 2000

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

De economie van het tekenen

Bekijk de hele uitgave van maandag 6 november 2000

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken