Bekijk het origineel

Rekenen op denkbeeldig telraam

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rekenen op denkbeeldig telraam

Beoefenaars van "anzan" doen westerse hoofdrekenaars duizelen

4 minuten leestijd

KYOTO - De deelnemers aan de wedstrijd zitten gebogen over tafels. Sommigen in sweaters, anderen met stropdas. Het publiek kijkt in stilte toe, terwijl de juryleden rondstappen in afwachting van het antwoord. Plotseling steekt een tiener zijn hand op en wordt de stilte verbroken met de kreet "Klaar!" De jongen geeft het papier met zijn antwoord aan een van de juryleden. Binnen luttele seconden heeft Hiroaki Tsuchiya uit zijn hoofd een lijst met getallen vermenigvuldigd die een geoefend hoofdrekenaar in het Westen zou doen duizelen.

Hoe hij het doet? Op een denkbeeldige abacus, net als kooplieden, studenten en vele anderen in Azië al eeuwenlang hebben gedaan.

De methode wordt, ondanks computers en rekenmachines, nog steeds gebruikt als stevige oefening voor de hersenen. Volgens leraren in de methode kan bijna iedereen deze onder de knie krijgen, als je er maar jong genoeg mee begint. Het vereist wel vele uren oefening, mentaal uithoudingsvermogen en een enorme concentratie.

"Als je wegdroomt, verlies je", zegt de dertienjarige Tsuchiya, die onlangs het belangrijke toernooi van Kyoto won, waar de beste hoofdrekenaars van Japan laten zien waartoe ze in staat zijn. Zo kost het Tsuchiya enkele seconden om de som 992,587318 gedeeld door 5647,723 op te lossen. Zijn antwoord is tot op het laatste cijfer achter de komma nauwkeurig.

Abacus

Dit hoofdrekenen, het "anzan", stamt uit de tijd dat voor grote berekeningen de abacus werd gebruikt, een handrekenmachine die in de zestiende eeuw vanuit China in Japan werd ingevoerd. Het is een telraam met kralen die over metalen staafjes heen en weer geschoven kunnen worden om op te tellen, af te trekken, delingen uit te voeren en vierkantswortels uit te rekenen. Bedreven gebruikers van de abacus vinden het soms makkelijker om met een denkbeeldig telraam te werken, en dat is "anzan". Beoefenaars van deze rekenmethode zijn vaak sneller dan een winkelbediende die een elektronische kassa aanslaat.

"In plaats dat je aan het getal 1 denkt, stel je je een appel in je zak voor. Die heeft vorm en is concreet", zegt anzan-leraar Koji Suzuki. "Bij anzan proberen we de kralen te zien."

Dat wordt duidelijk op het toernooi in Kyoto. Deelnemers laten hun vingers gaan over onzichtbare abaci op tafel. Anderen wiebelen op hun stoel; ze

bewegen onbewust mee met de denkbeeldig heen en weer schuivende kralen.

Net als met andere Japanse kunsten, kunnen de beoefenaren verschillende niveaus van expertise bereiken. Het hoogste niveau is voorbehouden aan diegenen die geen enkele fout maken in vier categorieën: optellen en aftrekken, vermenigvuldigen, delen en boekhouden. Bij dat laatste moeten de anzan-beoefenaars aan het werk met een stapel vellen met getallen.

Volgens de leraren blijft het nut niet beperkt tot het uitsparen van een rekenmachine. Anzan-beoefenaars blinken namelijk niet alleen uit in rekenen en wiskunde, maar ook in andere vakken. "Je moet snel en accuraat zijn", zegt Kazuyuki Takayanagi, een andere leraar. "Je geest wordt troebel als je steeds een rekenmachine gebruikt."

Hersenactiviteit

Wetenschapster Kimiko Kawano heeft de hersenactiviteit van anzan-beoefenaars bestudeerd en is daarbij tot de conclusie gekomen dat het praktiseren van anzan niet leidt tot een versnelling of verbetering van de hersenontwikkeling. Ze zegt dat voor de concentratie en de verbeelding die nodig zijn bij anzan vooral de rechter hersenhelft wordt ingeschakeld, niet de analytische linkerhelft. Toch kunnen de concentratie en het verbeeldingsvermogen van belang zijn in andere situaties, zegt Kawano. Daarbij zal de gemiddelde anzan-beoefenaar een grotere studiebol zijn dan de doorsnee Japanner.

Op Japanse scholen is het onderwijs in het anzan inmiddels bepekt tot enkele lessen in de grondbeginselen. Daarna kan de liefhebber zichzelf enkele avonden per week verder bekwamen. Jonge topspelers als Tsuchiya zijn al op de kleuterschool met de echte kralen begonnen en oefenen nu minstens twee uur per dag. "Dat is nog niet genoeg", zegt Tsuchiya's leraar.

Rekening

De abacus is in Japan heel af en toe nog te zien in een restaurant, waar het oudere personeel er de rekening mee opmaakt. Hoofdrekenen gebeurt, net als elders, nauwelijks meer in het land van de rijzende zon.

"Vroeger was vaardigheid met de abacus nodig om werk te kunnen krijgen", zegt leraar Takayanagi. "Nu is het slechts een hersenoefening." Takayanagi vreest dat het met anzan dezelfde kant op gaat als met andere Japanse kunsten die vroeger veel werden beoefend, zoals de bloemschikkunst en het kalligraferen. Kinderen van nu nemen liever pianoles, ze leren Engels of gaan op honkbal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 november 2000

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Rekenen op denkbeeldig telraam

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 november 2000

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken