Bekijk het origineel

Jaar 2000 een van de warmste

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jaar 2000 een van de warmste

Hoogste temperaturen sinds waarnemingen vanaf 1706

6 minuten leestijd

DE BILT - Het jaar 2000 behoort volgens cijfers van het KNMI tot de drie warmste jaren sinds het begin van de regelmatige temperatuurmetingen in 1706. De gemiddelde temperatuur in 2000 was 10,9 graden Celsius. Het jaar 2000 deelt de eerste plaats van warmste jaren met 1990 en 1999.

Sinds 1988 was vrijwel elk jaar warmer dan het gemiddelde van 9,4 graden over de periode 1961-1990. De elf warmste jaren van de twintigste eeuw vielen in de laatste twee decennia van deze eeuw.

Behalve juli waren alle maanden in 2000 warmer dan normaal. Vooral februari en mei sprongen eruit. Mei telde twaalf zomerse dagen -warmer dan 25 graden-, een evenaring van het record van mei 1992. December brak verschillende records. De eerste tien dagen van deze maand waren met een gemiddelde temperatuur van 9,9 graden Celsius de zachtste van de laatste honderd jaar. Pas op 17 december viel in De Bilt de vorst in. Het was nog niet eerder voorgekomen dat dit zo laat gebeurde.

Het koudst werd het in 2000 op de vliegbasis Twente, waar het kwik op 24 januari tot 11,3 graden Celsius onder nul daalde. Op twee plaatsen in Limb urg werd het dit jaar het warmst: op 20 juni werd het daar 34,6 graden.

Winter

Met drie afzonderlijke zeer zachte maanden -december 1999 en januari en februari van dit jaar- was de afgelopen winter zeer zacht. Met een gemiddelde temperatuur van 5 graden tegen 2,6 normaal komt deze winter samen met die van 1988 op de zesde plaats in de rij van zachte winters sinds 1900. Koploper is de winter van 1990 met 6,0 graden.

Kortdurende koude periodes kwamen voor van 15 tot 22 december, omstreeks 10 en 24 januari en rond 21 februari. Op 24 januari meldde de vliegbasis Twente met min 11,3 graden de landelijk laagste temperatuur van het jaar. In De Bilt werden voor de afgelopen winter 26 vorstdagen -minimumtemperatuur onder 0- genoteerd; ijs- dagen -maximumtemperatuur onder 0- kwamen niet voor. Gemiddeld telt de winter 42 vorstdagen en tien ijsda- gen.

Doordat de drie wintermaanden zonnig waren, kwam het landelijk gemiddeld aantal uren zonneschijn voor de winter op 216. Het langjarig gemiddelde bedraagt 158 uren. Lauwersoog was het zonnigst met 251 zonuren, Maastricht het somberst met 186 uren. Gemiddeld over het land viel 283 millimeter neerslag, tegen 193 millimeter normaal. December was met 144 millimeter zeer nat, januari was daarentegen droog met 47 millimeter en februari was weer zeer nat met 92 millimeter. In De Bilt werd op 12 dagen sneeuw waargenomen, tegen 18 dagen normaal.

Lente

Met drie zeer zachte maanden kwam de gemiddelde temperatuur voor de lente op 10,5 graden tegen een langjarig gemiddelde van 8,4 graden. Hiermee kwam deze lente na de lente van 1998, toen een gemiddelde van 10,6 graden werd bereikt, op de tweede plaats in de rij van zachte lentes sinds 1900.

Er kwamen vijftien warme dagen -maximumtemperatuur 20 graden of hoger- voor en twaalf zomerse dagen -maximum 25 graden of hoger- tegen normaal respectievelijk tien en twee. Tropische dagen -30 graden of hoger- kwamen in De Bilt niet voor, wel in het oosten van het land, waar op 16 mei plaatselijk de grens van 30 graden werd overschreden.

In De Bilt vroor het op acht dagen, tegen normaal zestien dagen. Met landelijk gemiddeld 199 millimeter neerslag tegen 167 millimeter normaal was de lente nat.

Het landelijk gemiddelde van de zonneschijnduur kwam met 463 uren vrijwel overeen met het langjarig gemiddelde van 462. De Kooy was met 537 uren het zonnigst; Rotterdam noteerde met 421 uren de minste zon.

Op 28 mei stond aan de kust enige tijd een zware storm. In het binnenland richtten zeer zware windstoten aanzienlijke schade aan bomen en gebouwen aan. De storm eiste in ons land drie mensenlevens.

Zomer

De zomer was zowel voor wat betreft de temperatuur als het aantal uren zonneschijn en de hoeveelheid neerslag een normale zomer. In juni kwamen enkele warme, zonnige en droge perioden voor, maar verder had het weer een zeer wisselvallig karakter.

De gemiddelde temperatuur over de drie zomermaanden bedroeg 16,3 graden, tegen een langjarig gemiddelde van 16,2. Deze zomer telde 58 -normaal 51- warme dagen, tien -normaal zestien- zomerse dagen en twee -normaal eveneens twee- tropische dagen: 19 en 20 juni.

Op 20 juni werd op de KNMI-stations Arcen en Ell -beide in Limburg- met 34,6 graden de hoogste temperatuur van het jaar gemeten. De zon scheen in deze zomer gemiddeld over het land 567 uur, wat vrijwel overeenkomt met het langjarig gemiddelde van 575.

Het zonnigste plekje was Vlissingen met 648 zonuren. Van de afzonderlijke maanden was juli ook zeer teleurstellend voor wat betreft het aantal uren zonneschijn: in De Bilt was het met slechts 123 zonuren, na juli 1919, de op een na somberste in de laatste honderd jaar.

De landelijk gemiddelde neerslagsom voor de zomer kwam op 189 mm, wat iets minder is dan de normale neerslagsom van 211 millimeter. Door het buiige karakter van de neerslag liepen de neerslaghoeveelheden uiteen van 270 millimeter in Maastricht tot slechts 100 millimeter in De Kooy.

Herfst

Gemiddeld over de drie herfstmaanden bedroeg de temperatuur in De Bilt 11,6 graden, terwijl het langjarig gemiddelde 10,2 is. Hiermee komt deze herfst samen met die van 1999 en 1982 op de tweede plaats in de rij van zachtste herfsten van de afgelopen honderd jaar. Koploper blijft de herfst van 1969 met gemiddeld 11,7 graden.

Vorst kwam in de herfst nog niet voor. In 1970 noteerde De Bilt de eerste vorstdag zelfs pas op 11 december. Gemiddeld telt de herfst acht vorstdagen. Het landelijk gemiddeld aantal uren zonneschijn kwam op 272, tegen 293 uren normaal.

De drie herfstmaanden waren nat met respectievelijk 82, 109 en 104 millimeter. Hierdoor kwam de landelijke neerslagsom voor de herfst op 294 millimeter, terwijl het langjarig gemiddelde 222 bedraagt. Van 7 tot en met 10 november viel plaatselijk in Zuid-Holland ongeveer 100 millimeter neerslag, waardoor vooral in het Westland wateroverlast ontstond.

Op 11 oktober richtte een windhoos aanzienlijke schade aan in Kampen. In de nacht van 29 op 30 oktober nam langs de kust de wind toe tot zware zuidwesterstorm, kracht 10. Op de Waddeneilanden viel hierbij plaatselijk 80 tot 90 millimeter neerslag. Op 30 oktober stond aan de kust nog enige tijd een zuidwesterstorm, kracht 9. In het hele land veroorzaakten zeer zware windstoten schade en overlast.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 december 2000

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Jaar 2000 een van de warmste

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 december 2000

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken