Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Israël onthoudt Armeniërs hun genocide

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Israël onthoudt Armeniërs hun genocide

Christelijke minderheid strijdt voor erkenning volkerenmoord

8 minuten leestijd

Op 24 april herdenken Armeniërs de volkerenmoord die tussen 1915 en 1923 plaatsvond. Het zit hen hoog dat Turkije de verantwoordelijkheid nog steeds van zich afschuift. In de Armeense school in Jeruzalem prenten leerkrachten de pupillen het belang van de herinnering in. Een aantal intellectuelen in Israël vindt het hoog tijd dat het land de volkerenmoord erkent. Maar de staat heeft redenen om dat niet te doen.

Als de scholieren door de gang van de Armeense school in Jeruzalem lopen zien ze de foto's. Verschrikkelijke foto's. Foto's van massamoorden. Op deze wijze worden ze elke dag herinnerd aan de tragedie die hun volk overkwam. "We praten erover, vooral in april", zegt adjunct-directeur Elia Dickranian. "Ik vertel hun: Jullie kunnen er allemaal iets aan doen binnen je eigen mogelijkheden. Een schrijver kan erover schrijven, een leraar kan lesgeven. Je kunt erover vertellen aan je buitenlandse vrienden die er vaak nog nooit van gehoord hebben."

De school is gevestigd in het pittoreske Armeens-orthodoxe klooster in Jeruzalem. Op het eerste gezicht lijkt de school op de Arabische scholen in de stad: de lokalen zijn ouderwets, de leerlingen dragen een uniform. Ze springen in de houding als de directeur de klas binnentreedt. Maar op deze school zijn een paar opmerkelijke verschillen. Jongens en meisjes zitten bij elkaar in de klas. Dat is doelbewust. Ouders zien graag dat hun kinderen met een Armeense in het huwelijksbootje stappen. Op deze wijze houden de Armeniërs hun eigen groep in de diaspora in stand. En op deze school herinneren de leerkrachten de leerlingen er voortdurend aan wat er 81 jaar geleden gebeurde.

Dickranian vroeg laatst aan de hoogste klas: "Wie heeft "De veertig dagen van Musa Dagh" gelezen?" Het boek veroorzaakte in 1933 een schok in Europa: het was het eerste uitgebreide verslag van de grote moord van de Turken op het Armeense volk. Slechts twee of drie vingers gingen omhoog. Hij raadde hen aan het te lezen, al was het na het eindexamen. Want wie het gelezen heeft kan er beter over praten. Hij vertelt hun ook trots te zijn op hun christenzijn. "Ik zeg: Je voorvaderen hebben hun leven gegeven voor hun geloof. Zij die zich bekeerden tot de islam werden gered. Dus blijf trouw aan het christendom."

De Armeniërs willen dat de internationale gemeenschap en Turkije de genocide erkennen. Dickranian: "We leren de leerlingen geen gevoelens van wraak of haat aan. Het is onchristelijk om de Turken te haten. Maar we kunnen hen niet vergeven totdat zij de genocide hebben toegegeven. Armeniërs zijn pas bereid te vergeven als er een soort spijt is betuigd."

Vluchten

De familie van George Hintlian, de historicus van de Armeense gemeenschap in Jeruzalem, verloor dertig tot veertig familieleden, waaronder zijn grootvader en een oom. Zijn familie ontvluchtte Cappadocië. Hintlian schat dat van de 5000 Armeniërs die nu in Israël wonen er 4500 nakomelingen zijn van overlevenden van de Armeense genocide die naar Palestina vluchtten. De 500 anderen maakten al deel uit van de Jeruzalemse Armeense gemeenschap, waarvan de wortels terugvoeren naar de vijfde eeuw.

Hij laat het Armeense Museum zien. Kaarten tonen waar de vernietigde gemeenschappen eens woonden. Rode vlekken op de kaart van Oost-Turkije. Hintlian zegt dat er na de Eerste Wereldoorlog geen tijd was om over het lot van de Armeniërs na te denken. Er waren geen Neurenberg-processen.

Maar hij constateert tot zijn tevredenheid dat de laatste jaren steeds meer landen in een of andere vorm de Armeense genocide erkennen. Frankrijk heeft de genocide officieel erkend. In Washington laat het Armeens Nationaal Instituut een museum over de Armeense genocide inrichten. De Amerikaanse president erkende de volkerenmoord in toespraken, al was het in voorzichtige diplomatieke taal om Turkije niet voor het hoofd te stoten . In Engeland en Zweden wordt over de massamoord op het Armeense volk lesgegeven in het kader van onderwijs over de holocaust. Qatar toonde een televisiedocumentaire. In Duitsland woont zelfs een dissidente Turkse historicus, dr. Taner Akcam, die vindt dat Turkije de genocide moet erkennen.

Onverschilligheid

In Israël hamert een aantal intellectuelen op het belang van de erkenning van de Armeense genocide door Israël. Dr. Yair Auron heeft zich volledig in de strijd geworpen. Hij schreef een boek met de veelzeggende titel "De banaliteit van onverschilligheid. Zionisme en de Armeense genocide". Hij zegt dat de staat Israël consequent weigert de genocide op de Armeniërs te erkennen. Hij geeft in zijn boek vele voorbeelden van de wijze waarop het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Onderwijs pogingen het lot van de Armeniërs in het collectieve geheugen op te nemen torpedeerden.

Zo liet in 1978 de Israëlische televisie een documentaire maken over de Armeense wijk in Jeruzalem. Daarin deden Armeniërs hun mond open over de genocide. De film belandde onuitgezonden in het archief. Auron schrijft: "Turkse functionarissen, hun diplomatieke vertegenwoordiging in Israël, Turkse Joden in Turkije, activisten in de Turkse immigrantenbeweging in Israël en het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken waren betrokken bij pogingen de uitzending van de film te voorkomen. Al deze krachten zouden later ook betrokken zijn bij andere controverses." Geen wonder: Turkije is Israëls bondgenoot, en bontgenoten zijn dun gezaaid in het Midden-Oosten.

Het roer om

In 1994 deed Yossi Beilin, toen vice-minister van Buitenlandse Zaken, een poging het roer om te gooien. Hij zei dat er absoluut sprake was van massamoord en genocide en dat Israël mee zou doen aan de herdenking. Vorig jaar op 24 april woonde de toenmalige Israëlische minister van Onderwijs, Yossi Sarid van Meretz, de herdenkingsbijeenkomst van de genocide in Jeruzalem bij. Hij beloofde dat de genocide in de Israëlische scholen onderwezen zou worden. Maar Sarid kreeg geen kans zijn plan uit te voeren. Meretz trad namelijk uit de regering.

In 1995 lanceerde Auron een leergang voor Israëlische middelbare scholen over de genocide op Armeniërs en zigeuners. Maar het comité dat erover moest beslissen keurde de methode af. Begin 1996 publiceerde het comité een eigen curriculum. Daarin werd de leerlingen een "uitgebalanceerde" behandeling voorgeschoteld. In de leergang stond dat de Armeniërs spraken van een genocide, "terwijl de Turken deze claim met klem verwerpen." Auron concludeert dat de Israëlische maatschappij nog niet "klaar" is om zich met de Armeense genocide bezig te houden.

Hij stelt de Armeense genocide evenwel niet gelijk aan de holocaust in de Tweede Wereldoorlog. "We moeten de unieke factoren erkennen die een rol speelden in de holocaust van de Joden. Deze resulteerden in een belangwekkend verschil tussen beide gebeurtenissen", aldus Auron. In Turkije speelde geen ideologie mee om alle Armeniërs tot en met de laatste persoon toe uit te moorden. Maar Auron vindt wel dat er een cursus moet komen waarin enerzijds de nadruk ligt op de uitzonderlijkheid van de holocaust en anderzijds aandacht wordt gegeven aan de tragedies van andere volken. Beide principes spreken elkaar niet tegen, maar ze vullen elkaar aan.

Leugenachtig

De Israëlische genocide-expert professor Israel W. Charny noemt het belangwekkend dat de Armeense genocide erkend is in de "Encyclopedie van de Genocide", waarvan hij zelf hoofdredacteur is en waaraan meer dan honderd deskundigen wereldwijd hebben meegewerkt. Hij schaart zich pal achter Auron. Dat het comité Aurons werk afwees op grond van het onderzoek van de Armeense professor Vakahn Dadrian, die nota bene de genocide juist duidelijk heeft bewezen, noemt hij "een verschrikkelijk soort leugenachtigheid of stupiditeit."

Charny maakt echter onderscheid tussen de Israëlische maatschappij en de regering. De samenleving heeft de genocide erkend "in tientallen krantenartikelen en in de commentaren van een groot aantal mensen." De houding van de regeringen daarentegen noemt hij "schandalig." Toen Yossi Beilin en Yossi Sarid als uitzonderingen blijk gaven van erkenning van de Armeense genocide zeiden functionarissen van Buitenlandse Zaken dat zij voor zichzelf spraken en dat er geen sprake was van verandering in regeringspolitiek.

De pas aangetreden minister van Onderwijs, Limor Livnat van Likud, "bestudeert" het onderwerp nog. Het afdeling voorlichting van het ministerie kan nog niet zeggen of zij de herdenkingsceremonie op 24 april bij zal wonen en of de genocide onderwezen zal worden.

Ook Nederland erkent de Armeense genocide nog niet. Op 14 maart zei minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken in antwoord op vragen van GroenLinks-kamerlid Karimi dat Nederland er op dit moment niet toe zal overgaan "deze massaslachting als een genocide te bestempelen en officieel te erkennen."

Het Armeense hart

Terug in de Armeense school. Anoush Nakashian, schrijfster en lerares Armeense cultuur, heeft ervoor gekozen in de afgesloten Armeense wijk te gaan wonen, dicht bij de manuscripten, bibliotheken, en de St.-Jakobuskerk, kortom in een gebied waar het Armeense hart klopt. "Als een scholier mij vraagt: Waarom ben ik niet in mijn vaderland? dan vertel ik dat dat vanwege de genocide is. Zij wilden een natie uitmoorden. Ik praat er niet elke dag over, want dat zou psychologisch niet juist zijn. Maar leerlingen moeten wel een gezonde manier van denken ontwikkelen waarin ze de waarheid kennen. Dat is dat er een genocide is geweest, of de Israëliërs of inwoners van welke natie dan ook dat nu erkennen of niet."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 21 april 2001

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

Israël onthoudt Armeniërs hun genocide

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 21 april 2001

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

PDF Bekijken