Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nietmachine

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nietmachine

4 minuten leestijd

Nietjes brengen orde en regelmaat aan in de papierwinkel die kantoorpersoneel en scholieren dagelijks omringt. Een nadeel is er ook. Als de klemmetjes zich eenmaal ergens in hebben vastgebeten, laten ze bij verwijderen altijd blijvende schade achter. Een vierklauwige ontnieter -minstens zo ingenieus als de nietmachine zelf- houdt de schade zo veel mogelijk beperkt.

Het ontwerpen van een apparaat dat papier bundelt, is een lange weg geweest. De eerste exemplaren zijn traag, vergen nogal wat mankracht en boren om de haverklap nietjes scheef in het papier.

In de Middeleeuwen bestaan er nog geen apparaten om papier te bundelen, maar de behoefte is er wel. In die tijd maakt men met behulp van een mes een sneetje in de linkerbovenhoek van een stapel papier en haalt er vervolgens een lintje door.

Die methode is eeuwenlang gemeengoed. In de achttiende eeuw is er voor het eerst sprake van een machine. De Franse koning Lodewijk de Vijftiende heeft beschikking over een apparaat waarmee het mogelijk is nagels in papier te drijven. De nietjes zijn handgemaakt en bevatten een insigne van het koninklijk hof.

Het eerste patent op een nietmachine is gevestigd op 30 september 1841. De Amerikaanse uitvinder Samuel Slocum presenteert een exemplaar dat met behulp van een soort spijkertje papieren bijeenhoudt.

Eén pootje

In de tijd die daarop volgt, neemt de hoeveelheid papier en dus de vraag naar een goede manier om al die stapels uit elkaar te houden alleen maar toe. In 1866 verkrijgt George W. McGill uit Washington patent op zijn Single Stroke Staple Press, die gebruikmaakt van nietjes met maar één pootje, een T-vorm. Een perforator maakt een gat in de linkerbovenhoek van het papier. Vervolgens drijft een hamer het nietje door het gat. De lange poot van de T klapt om, zodat het papier klem komt te zitten.

De nietmachine van McGill is te bedienen met een drukknop die een hamer naar beneden duwt. Het apparaat werkt niet snel, na iedere actie moet hij opnieuw worden geladen. Hoge stapels kan de Single Stroke Staple Press niet aan. Dat lukt wel met de machine die de firma Novelty ontwerpt. Boeken en vloerbedekking doorboort het apparaat met gemak.

Een paar jaar later brengt Charles H. Gould een apparaat op de markt dat nietjes gebruikt die dezelfde vorm hebben als de hedendaagse. Hij gebruikt ze om tijdschriften in te binden. Zijn nietmachine bevat geen kant-en-klare nietjes, maar een klos ijzerdraad. Het apparaat snijdt een stukje af, vouwt het in een U-vorm en drijft het in het papier.

De zoektocht naar apparaten die niet na iedere beurt moeten worden bijgevuld, gaat voort. Omstreeks 1905 verschijnen de eerste exemplaren die om kunnen gaan met een rij van voorgebogen nietjes. De eerste reeks wordt gelijmd op karton -tegenwoordig zijn ze aan elkaar gelijmd-, maar dat blijkt niet handig omdat het karton snel beschadigd raakt en de nietjes dubbelslaan. Een metalen kern die de nietjes op zijn plaats houdt, kent dat probleem niet, maar de kracht die de hamer nodig heeft om er een af te breken wordt door weinig mensen gehaald.

Vanaf 1914 dringen nietapparaten langzaam maar zeker door in het dagelijks kantoorleven. In de beginperiode kijkt niemand ervan op als er per 500 werknemers maar één apparaat beschikbaar is, maar dat verandert snel, zeker als in 1923 de gelijmde nietjesreeksen hun intrede doen. Ook mechanische verbeteringen verhogen de populariteit. Sinds 1930 hebben geen ingrijpende wijzigingen meer plaatsgehad. In dat jaar komt een nietmachine op de markt die aan de bovenkant open kan, zodat het gemakkelijk is de nietjesreeks erin te laten glijden. Tot die tijd slingert de ongebruikte rij achter het apparaat aan.

Hamer

Een nietmachine heeft drie specifieke onderdelen. Een daarvan is de hamer, die met de hand naar beneden wordt gedrukt. De hamer is niets anders dan een ijzeren randje ter grootte van één nietje dat de lijmverbinding verbreekt en het nietje omlaag drukt. De veer is het tweede belangrijke onderdeel en zorgt ervoor dat de nietjesrij opschuift, zodat een nieuw exemplaar onder de hamer belandt.

De voet van de nietmachine is van groot belang. Daarin zit een uitsparing die beide poten van het nietje dwingt naar binnen te buigen. De betere machines hebben ook de mogelijkheid het voetje om te keren en uitsparingen voor te draaien die de pootjes naar buiten vouwen. Dat die opties nauwelijks wordt gebruikt, heeft alles te maken met de scherpe punten waaraan de nieter zijn vingers lelijk kan openhalen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 25 september 2001

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Nietmachine

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 25 september 2001

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken