Bekijk het origineel

De filosofie achter een nieuwe ingang

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De filosofie achter een nieuwe ingang

3 minuten leestijd

In 1987 brak er een storm van verontwaardiging los toen de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, E. Brinkman, besloot dat het Openluchtmuseum in Arnhem moest sluiten. Het is er gelukkig niet van gekomen, wel werd het roer omgegooid en een aangepaste formule voor de bedrijfsvoering ontwikkeld. Vorig jaar werd het nieuwe entreegebouw in gebruik genomen. Een attractie op zich. Het Jaarboek 2000 vertelt hoe dit totstandkwam.

Het boek is alweer het zesde van de reeks. De naam is wat verhullend. Wie een verslag over het voorgaande jaar verwacht, komt bedrogen uit. Wie geïnteresseerd is in de wijze waarop een dergelijk museum verleden en heden bij elkaar brengt, vindt elk jaar weer een uitgebalanceerd menu aan artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

In dit jaarboek wordt onder meer de filosofie achter de nieuwe ingang tot in finesses beschreven. Directeur Jan Vaessen schreef een boeiend opstel over een periode van tien jaar trekken, duwen, masseren, lobbyen, vreugde en treurnis die op 25 mei vorig jaar werd afgerond met de opening van het nieuwe entreegebouw, annex binnenmuseum en HollandRama, het museale panoramatheater.

Vanaf de start in 1918 heeft het bestuur van het openluchtmuseum oog gehad voor nog een kant van de medaille. Naar Scandinavisch voorbeeld werd het terrein ingericht met gebouwen die de cultuur, dus het leven, in vervlogen tijden illustreerden. Die bouwsels moesten ook van interieurs voorzien worden en daarvoor moest worden verzameld. Dat gebeurde natuurlijk heel gericht, een visserswoning kan nu eenmaal niet uitgerust worden met een timmermanskist. Maar parallel hieraan ontstonden ook algemene collecties, bijvoorbeeld van gereedschap, of kleding.

Er moest, naast de expositie op het terrein De Waterberg, een nationaal museum voor volkskunde komen, zo vond men. De verzameling moest ondergebracht worden in een gebouw op het terrein zelf, om de eenheid tussen de gebouwenverzameling en de voorwerpencollecties te onderstrepen. Wellicht speelde toen ook al dat met een museumgebouw ook een alleweertypengelegenheid werd geschapen. In 2000 speelde dat in ieder geval wel mee.

In 1930 was het zo ver: het eerste museumgebouw werd geopend. Eigenlijk was het een deel van een veel groter ontwerp. Een V1 beschadigde in 1945 het gebouw ernstig, in 1954 werd het afgebroken. De exposities en depots van goederen werden in andere gebouwen ondergebracht. Op die plaats is de nieuwe entree met het tentoonstellingsgebouw gerealiseerd. In dit nieuwe gebouw paste men de nieuwste inzichten op het gebied van presentatie toe. Het "objectgerichte" museum werd omgetoverd in een museum waar de nadruk ligt op overdrachtstaken, publiekfuncties en gerichtheid op de eigen tijd.

Het is geen "allegaartje van gebouwen" meer, maar een eigentijdse publieksvoorziening met een specifieke uitstraling. Het Delftse architectenbureau Mecanoo tekende ervoor en hield het -ik vind het een prestatie- jaren vol mee te denken, terwijl de eigen visie toch overeind bleef.

Hans van Dijk beschrijft de realisatie van het ontwerp, een entree in een muur waarin alle bestaande baksteenvormen in allerlei metselverband zijn verwerkt. Ondergrondse tentoonstellingszalen en een dito gang naar HollandRama -een hightechbenadering van Panorama Mesdag. Het HollandRamagebouw ligt als een enorme koperen ballon buiten de muur. Het hele complex past wonderwel in de soepele lijnen de glooiingen van het terrein. Van Dijk ziet er zelfs een vorm van erotische uitstraling in. Het zij zo. Voorzover dat betekent dat het allemaal wat geheimzinnig is en het de bezoeker uitdaagt eens achter de muur te kijken, heeft hij gelijk.

Hoewel de beschrijving van de nieuwbouw terecht de meeste aandacht trekt, zijn de andere artikelen eveneens lezenswaardig. Een paar foto's passen wel in de tekst en opzet van het beschrevene, maar kunnen verder gemist worden.

N.a.v. Jaarboek Nederlands Openluchtmuseum, door J. A. M. F. Vaessen e.a.; uitg. SUN/Nederlands Openluchtmuseum, Nijmegen/Arnhem, 2001; ISBN 90 5875 1511; 269 blz.; 49,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 oktober 2001

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

De filosofie achter een nieuwe ingang

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 oktober 2001

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken