Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Liever geen stempel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Liever geen stempel

Islamitische al-Iman-school stipt in naleving regels

6 minuten leestijd

"Taliban-school", zo wordt de islamitische school in Almere betiteld. Ze zou een broedplaats zijn van extremisme. Voorzitter A. Salihi schudt mismoedig het hoofd. Tegen zulke vooroordelen kan hij niet op. "Wij zijn een Nederlandse school met een islamitische grondslag. Niks bijzonders."

De Almeerse al-Iman-school is een van de 32 islamitische basisscholen in ons land. Ze heeft het tij niet mee. Beschuldigden ontevreden ouders het personeel enkele jaren geleden van barbaarse methoden, recent raakte de school opnieuw in opspraak door een publicatie in de Telegraaf. In de school was volgens het bericht een kalender aangetroffen met een neerstortend vliegtuig. Die afbeelding zou verband houden met de aanslagen in Amerika. Verder zou volgens een andere publicatie in het bestuur van de Almeerse school een onversneden Taliban-aanhanger zitting hebben.

Zowel aan de binnen- als buitenkant oogt de Almeerse school als alle andere basisscholen. De tafels in de klaslokalen zijn in groepjes neergezet, overal staan computers en op de schoolborden gaat het over Nederlandse ridders uit de Middeleeuwen en de situering van Stadskanaal. Er worden gewoon creatieve vakken en gymles gegeven.

Toch zijn er ook verschillen. De directrice van de school, een Nederlandse vrouw die zich tot de islam heeft bekeerd, excuseert zich bij de eerste kennismaking. Ze geeft mannen die geen familie van haar zijn geen hand, want dat staat haar geloof niet toe.

Opvallend is natuurlijk ook dat het onderwijzend personeel een hoofddoek draagt. Van sommigen zijn alleen gezicht en handen onbedekt. De meisjesleerlingen vanaf zeven jaar dragen eveneens een hoofddoek.

Aan de wand in de gemeenschapsruimte prijkt een geschilderde afbeelding van een immense moskee. Daarboven zijn Arabische teksten geschreven. Ze vertellen over de almacht, goedheid en verhevenheid van Allah.

Het prikbord bepaalt de leerlingen weer bij het ondermaanse. "Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg en lukt alles veel beter", luidt de tip van de week.

Ruim

Het toelatingsbeleid voor leerlingen is tamelijk ruim. Er is zelfs een rooms-katholieke leerling. Ook sjiieten zijn welkom, hoewel de school soennitisch is. Wel stelt de school als eis dat de kinderen fatsoenlijk gekleed gaan. "Geen strakke kleding en blote navels dus", verduidelijkt bestuursvoorzitter A. Salihi.

De 29-jarige Marokkaan is in het dagelijks leven sociaal-juridisch medewerker en heeft in Nederland gestudeerd. In eerste instantie had hij wat aarzelingen bij de komst van een verslaggever, want sinds de kalenderaffaire vertrouwt hij de media niet meer.

Maar voor deze krant maakt hij dan toch een uitzondering. Hij woonde enige tijd in Veenendaal en kent het RD-publiek van nabij. Bovendien verdiepte hij zich uit persoonlijke interesse in het christendom. Wat hij alleen niet begrijpt, is waarom reformatorische mannen wel mogen roken en vrouwen niet. Dat hebben zijn kennissen hem niet uit kunnen leggen.

Afwassing

Anders dan reformatorische scholen voert de school geen stringent personeelsbeleid. In advertenties voor nieuwe leerkrachten ontbreekt de eis dat gegadigden de islamitische beginselen moeten zijn toegedaan. Dat heeft enerzijds te maken met het krappe aanbod, anderzijds met de visie op het onderwijs. Van de twintig leerkrachten zijn er slechts vijf moslim. "Voor ons is voldoende dat ze respect hebben voor ons geloof", licht Salihi toe.

Centraal staat het godsdienstonderwijs, waarvoor een tweetal speciale leerkrachten is aangetrokken. Zij verzorgen iedere week zo'n zestig uur onderricht in de koran en de islamitische leer. De school telt dertien klassen met in totaal bijna 300 leerlingen.

Salihi toont de bijbehorende lesmodules. Als de leerlingen de school verlaten, dienen ze de koran in het Arabisch te kunnen lezen en moeten ze weten hoe ze zich als moslim behoren te gedragen. Veel aandacht is er in de desbetreffende onderdelen voor verdraagzaamheid en naastenliefde.

Iedere dag om halftwee begeven de leerlingen van zeven jaar en ouder zich naar de gebedsruimte. Eerst wassen ze zich in een aanpalend vertrek. Een symbolische daad. "Vergelijk het met de doop: de afwassing van je zonden", verduidelijkt Salihi. Het gebed bestaat uit het voorlezen uit de koran. Bidden, bijvoorbeeld om een goede gezondheid, noemen moslims smeekbedes. Die mogen de hele dag worden opgezonden.

Heilig

Eigen methoden voor bijvoorbeeld aardrijkskunde en biologie ontbreken op de islamitische scholen. Die blijven voorlopig een wensdroom. Om te voorkomen dat leerlingen zich de evolutietheorie eigen maken in plaats van het scheppingsverhaal, is een eigen aanvulling op een seculiere methode gemaakt.

"Ook de seksuele voorlichting vullen we zelf in", vertelt Salihi. "Verwacht hier geen plaatsjes of video's zoals op openbare scholen waar leerlingen wordt verteld hoe 'het' moet en wat condooms zijn." Bij de voorlichting worden jongens en meisjes gescheiden.

Dat de leerlingen Arabisch krijgen, heeft te maken met de lagere waardering van een vertaling. "De koran in het Arabisch is een heilig boek, in het Hollands niet. Alleen een gebed in het Arabisch zal worden beloond."

Aangifte

De naam van de school zegt niets over de richting. Al-Iman betekent volgens de voorzitter niet meer dan "het geloof, de overtuiging". Een stempel als streng, orthodox laat staan fundamentalistisch laat het bestuur zich niet opdrukken.

Hooguit wil het van zichzelf zeggen dat het vrij stipt is in het naleven van de regels. Er zijn islamitische scholen die bijvoorbeeld een ongesluierd hoofd dat bedekt moet zijn door de vingers zien. Dat zal het bestuur van al-Iman niet doen. "Dat geeft verwarring bij leerlingen", is de verdediging.

Bestuursleden moeten soennieten zijn (dat zegt overigens niets over liberaal of orthodox) en het bestuur dient een afspiegeling van de schoolpopulatie te zijn. In de praktijk zijn twee van de zes bestuursleden Marokkanen, één is Turk, één Afghaan en de andere twee zijn Nederlanders die moslim zijn geworden.

Van de Afghaan beweerde het dagblad Trouw onlangs dat hij een aanhanger van de Taliban zou zijn. Dat was voor het bestuur een volslagen verrassing. "Wij hebben direct een gesprek met hem gehad maar hij is zeker geen Taliban. Eerder is hij gematigd. We hebben ook nooit gemerkt dat hij bepaalde ideeën wilde doordrukken. Dat zou je dan toch verwachten."

Over de affaire met de kalender kan het bestuur kort zijn. "Die komt niet van deze school vandaan en de afbeelding van het vliegtuig had niets met de aanslag op het WTC te maken. Er is ten onrechte een smet op ons geworpen. Daarom hebben we aangifte gedaan tegen de Telegraaf."

De zaak had voor de school vervelende gevolgen. Onbekenden gooiden ruiten in, bedreigden leerkrachten en scholden leerlingen uit. Het is bij alle betrokkenen hard aangekomen. Salihi: "De school moet in onze visie een veilige haven zijn. Dat wordt op deze wijze wel moeilijk."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 oktober 2001

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

Liever geen stempel

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 oktober 2001

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

PDF Bekijken