Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een traan wegpinken bij Rheinberger

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een traan wegpinken bij Rheinberger

Orgels in Nederlandse concertzalen staan niet te verkommeren

7 minuten leestijd

Orgels in Nederlandse concertzalen staan te verkommeren en zijn zelden te horen. De overtuiging van veel orgelliefhebbers. Een rondje langs de zalen in Enschede, Rotterdam, Eindhoven en Amsterdam leert dat ze hun mening bij kunnen stellen. Op 10 november voeren Gijs van Schoonhoven en leden van het Orkest van het Oosten in Enschede het Eerste Orgelconcert van Rheinberger uit. "Bij het langzame deel heb je moeite om geen traan weg te pinken."

Gijs van Schoonhoven valt voor degelijke Duitse romantiek. "Het Eerste Orgelconcert van Rheinberger, voor orgel, strijkorkest en drie hoorns, is mooi op de emotionaliteit geschreven. Een ingetogen en bespiegelend werk, vol prachtige dialogen tussen orgel en orkest. Bij het langzame tweede deel heb je moeite om geen traan weg te pinken." De stadsorganist en bespeler van het drieklaviers Flentrop-orgel (1999, 52 stemmen) weet dat de meningen over Rheinbergers pennenvruchten verdeeld zijn. "Hij was vooral een degelijk componist, maar tijdens het instuderen van het orgelconcert heb ik diepzinnige dingen ontdekt. Rheinberger heeft meer diepgang dan je in eerste instantie denkt."

Het verzoek om met een orgelconcert op de proppen te komen, bereikte de stadsorganist vanuit het orkest. Een uitzondering. "Ik krijg weinig gelegenheid om met het Orkest van het Oosten op te treden. Het orkest heeft een streekfunctie en programmeert vaak series in verschillende zalen in de provincie. Het is dan weinig interessant om een orgelconcert maar één keer uit te kunnen voeren. Natuurlijk kun je ergens een kerk afhuren, maar het is voor een orkest lastig spelen in een akoestiek van vijf seconden."

Bevlogenheid

Van Schoonhoven weigert bij de pakken te gaan neerzitten. "Na de totstandkoming van het orgel in de grote zaal van Muziekcentrum Enschede zijn we een orgelserie gestart. Door financiële problemen bij het muziekcentrum verviel die in het tweede seizoen. Toen dit ook voor het seizoen 2000/2001 dreigde, ben ik in de bres gesprongen. Ik speel een serie concerten (15/11, 10/1, 21/2 en 14/3) waarin symfonieën van Widor centraal staan."

De bevlogenheid van de stadsorganist gaat ver, want hij zet zich gratis in. "De gelden die de Stichting Orgelconcerten van de gemeente Enschede krijgt, gaan volledig naar het muziekcentrum. Om de kosten te drukken is er zo weinig mogelijk personeel aanwezig. Tijdens het eerste orgelrecital, in oktober, waren er zo'n 120 bezoekers, die elk 20 gulden betaalden. Met zo'n aantal kunnen we blijven draaien en ook volgend jaar een serie realiseren."

Het orgel is het waard, vindt Van Schoonhoven. "Ik vergelijk het vaak met het romantische Maarschalkerweerd-orgel in het Amsterdamse Concertgebouw, al klinkt het Enschedese instrument net iets frisser. Het Flentrop-orgel heeft een milde, ontspannen klank en prachtige grondstemmen."

De stadsorganist erkent dat het programmeren van concerten voor orgel en orkest een goed middel is om het orkestpubliek met die schoonheid in aanraking te brengen en te interesseren voor het fenomeen orgel. "Bij de ingebruikname zijn orgelconcerten van Keuris en Poulenc gespeeld. Veel bezoekers reageerden positief. Toch heeft dit er niet toe geleid dat ik regelmatig een verlanglijst bij de directie van het muziekcentrum indien. Ik wacht meer af wat er op mijn pad komt en heb daar meestal meer dan genoeg aan."

Transcripties

Geert Bierling is sinds 1996 stadsorganist van Rotterdam. Hij is vaste bespeler van het Flentrop-orgel in De Doelen en het Standaart-orgel in de Burgerzaal van het stadhuis. Het in 1966 gerealiseerde vierklaviersinstrument in De Doelen telt 70 stemmen. Bierling speelde het wat in de vergetelheid geraakte orgel weer in de kijker. Zijn concerten op zondagmiddagen trokken gemiddeld duizend bezoekers. Dit seizoen verzorgt hij vier lunchconcerten op woensdag (16/1, 6/2, 20/2 en 3/4). Mede naar aanleiding van opmerkingen van liefhebbers die aangaven op zondagmiddag in de kerk te zitten. "Om het publiek te enthousiasmeren moet je leuke stukken spelen, waaronder transcripties. Mijn programma's hebben thema's als "Great Marches", "Vader en zoon Mozart" en "The Rotterdam Watermusic"".

Bierling is het met critici eens dat in De Doelen in feite geen concertinstrument maar een groot kerkorgel staat. "Doordat de kerkakoestiek ontbreekt, zoals bij het vergelijkbare Flentrop-orgel in de Grote Kerk van Breda, klinkt mijn orgel wat clean. Als je veel tijd steekt in het uitzoeken van registraties en de klavieren vaak koppelt, komt het instrument pas goed van de wand en gaat het leven." Het is Bierlings ervaring dat het instrument niet mooi met het orkest versmelt. "Ik mis een goede Franse zwelkast, waarmee je een orgel kunt laten fluisteren."

Bekende kost

Concerten voor orgel en orkest staan in Rotterdam weinig op de rol. "Een belangrijke oorzaak is dat orkesten voorzichtig programmeren. Een orgelconcert past vaak niet in een serie en als de keuze op zo'n werk valt, kiezen ze voor bekende kost: Poulenc en Saint-Saëns."

Het Rotterdamse instrument klinkt jaarlijks zo'n dertig keer tijdens kooruitvoeringen. Pieter van der Ploeg heeft dit seizoen de driedelige serie "Meesterorganisten aan het grote Doelen-orgel" georganiseerd, waarin Geert Bierling (9/3), Klaas Jan Mulder (20/4) en Jean Guillou (18/5) hun opwachting maken. Een waagstuk? "Nee. Met goede programma's en uitgekiende registraties is een Rotterdamse orgelserie levensvatbaar en heb je een laaiend enthousiast publiek."

Ondernemerschap

Anders dan in Rotterdam, worden in Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven geen klassieke orgelrecitals gegeven. Het 38 stemmen tellende drieklaviersinstrument van Pels en Van Leeuwen (1992) is dit seizoen drie keer te horen. Op 14 november in "No 33" van Ayres, een eigentijds werk voor orgel, kamerkoor en ensemble. Organist Jan Hage en het Asko Ensemble & Asko Kamerkoor tekenen voor de uitvoering. Michel Berger improviseert op 31 januari bij filmfragmenten, terwijl Jan Raas en Nieuw Sinfonietta Amsterdam zich op 20 april wagen aan Poulencs Orgelconcert. Het houdt dus niet over in de lichtstad.

Cynthia Wilson, sinds 1 september hoofd programmering en artistiek directeur in Eindhoven, wil daar verandering in brengen. "We bezitten een prachtig, symfonisch getint instrument. Een lekkere orgelserie moet kunnen. Ik daag mensen uit ideeën in te leveren. Kom op, organisten, de tijd van klagen is voorbij! Laten organisten een voorbeeld nemen aan het ondernemerschap in de wereld van de ensembles. De tientallen verzoeken die ik van ensembles krijg, steken schril af bij het aantal uit de orgelwereld: nul."

Dat de zaal niet uitpuilt bij een orgelconcert, levert geen problemen op, verwacht Wilson. "Wij zijn als muziekcentrum eigen baas. Je kunt orgelbespelingen programmeren als de zaal niet gebruikt wordt. Het personele apparaat is aanwezig. En één organist is veel goedkoper dan een orkest met tachtig musici."

Volle zalen

Ook Leo van Doeselaar, organist van het Maarschalkerweerd-orgel (1891, 60 stemmen) in het Amsterdamse Concertgebouw, laat geen sombere geluiden horen. "Ter gelegenheid van de ingebruikname na de restauratie in 1993 waren er onder meer orgelrecitals met Piet Kee en Peter Hurford. Hoewel daarbij zo'n duizend mensen in de zaal zaten, werd de voor het nieuwe seizoen geplande orgelserie afgeblazen. Ontzettend jammer, maar de directie gaat alleen voor volle zalen. Gelukkig is ieder seizoen één lunchconcert ingeruimd voor het orgel, hoewel het dit jaar niet het geval is. Dat er in juli ruim duizend mensen waren tijdens mijn concert in de Robeco-serie is moedgevend. Het publiek had dus 20 gulden over voor een concert om vijf uur 's middags."

Van Doeselaar prijst de directie van het Concertgebouw, die het orgel jaarlijks een nadrukkelijke plek in de programmering geeft. "Sinds 1993 heeft het vaak geklonken in werk van onder anderen Keuris, Rheinberger, Widor, Jongen, Saint-Saëns, Poulenc en Mahler. In concerten met de orkesten en de koren van de omroep en onder meer het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouworkest wordt het orgel regelmatig ingezet. In 2003 hoop ik met het Concertgebouworkest een nieuwe compositie van Wolfgang Rihm uit te voeren. Overigens willen veel dirigenten zich niet profileren met werk van bijvoorbeeld Henk Badings of Ton de Leeuw, omdat het publiek dat niets zou vinden. Ze kiezen liever voor het bekende repertoire."

Het Maarschalkerweerd-orgel is in de ogen van Van Doeselaar een van de mooiste romantische instrumenten van ons land. "Het mengt uitstekend met het orkest, al is het volume niet toereikend voor de klanksterkte van het hedendaagse orkest." De organist klinkt tevreden. "Natuurlijk zou ik dolgraag een tweewekelijkse serie met orgelbespelingen op poten zetten. Ik heb genoeg ideeën om jaren vooruit te kunnen, maar ik moet reëel zijn. Ik ben al blij met de positieve opstelling van de directie."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 5 november 2001

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Een traan wegpinken bij Rheinberger

Bekijk de hele uitgave van maandag 5 november 2001

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken