Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zeegeheimen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zeegeheimen

Archeologisch duiker Arent Vos onderzoekt eeuwenoude schepen

9 minuten leestijd

Samen met zijn duikteam onderzoekt hij eeuwenoude schepen op de bodem van de zee. Een wonderlijke wereld van kanonnen, vaten met koffiebonen en de omslag van een bijbeltje. Archeologisch duiker Arent Vos: "Ik besef dat er een mysterieuze sfeer rond ons werk hangt."

Van kinds af aan is Arent Vos gefascineerd door de geheimen van de zee. "Ik ben op 100 meter van het Scheveningse strand geboren", vertelt hij in het koepelvormige onderkomen van het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterarcheologie (NISA), pal aan de dijk in Lelystad. "Ik was altijd bezig met schelpjes, wormen, krabben. Ik wilde van alles weten over het leven in zee. Hoe leven vissen, wat eten ze, hoe gedragen ze zich?"

Niet alleen levende wezens onder de waterspiegel, ook overblijfselen van schepen uit vervlogen tijden boeien Vos bovenmate. Tijdens zijn studie geschiedenis in Leiden specialiseerde hij zich dan ook in zeehistorie. Daar komt bij dat duiken zijn grote passie is. Zodoende ontstond bij Vos belangstelling voor onderwaterarcheologie. Tot dusver heeft hij speurwerk verricht in zo'n zestig schepen op de zeebodem, voornamelijk uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw.

Storm

In 1985 kwam met de vondst van een zestiende-eeuws schip in Nederland de onderwaterarcheologie van de grond. Sportduikers ontdekten in het Scheurrak in de Waddenzee de restanten van een oud schip. Een meter of vijf onder water. Van rijkswege werd toen besloten tot de oprichting van een archeologisch duikteam.

In de jaren daarna, tot 1997, speurden Vos en zijn mensen naar ieder hoekje en gaatje van het schip. "Zoals altijd was het schip in delen gebroken. Het was onder zand en klei bedolven, anders zou het al lang zijn weggerot. Het hout dat boven het zand uitstak was aangetast door de paalworm, onder de bodem was het hout nog in goede staat. We vonden dan ook vrij complete scheepsdelen."

Vrijwel zeker is dat het schip is vergaan op 24 december 1593, de avond voor Kerst dus. "Alle grote kronieken melden dat er die avond een heel heftige zuidwesterstorm stond. Rond Texel zijn toen 44 schepen vergaan. Honderden zeelieden kwamen om. Een andere beruchte storm is die van 18 december 1660. Er lagen toen 155 schepen voor Texel, daarvan zijn er 38 overgebleven. De Waddenzee ligt dus nog steeds vol met wrakken." Afgelopen week werd bekend dat de skeletten die afgelopen zomer op Vlieland zijn gevonden, waarschijnlijk van omgekomen zeelieden uit de tweede helft van de achttiende eeuw zijn.

Kogels

De vondst van het schip in het Scheurrak levert een schat aan historische informatie op. Vos: "Het schip was geladen met graan en moet in het Oostzeegebied hebben gevaren. In die tijd, de zestiende en zeventiende eeuw, was graanhandel zeer belangrijk voor de economie van ons land. Vaak denken we dat de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) met haar transporten van dure specerijen en koffiebonen zorgde voor de welvaart in de Gouden Eeuw. Dat is maar ten dele waar. Vanuit de VOC werden jaarlijks zo'n twintig tot veertig vaarten georganiseerd, terwijl de graanhandel in de bloeitijd goed was voor maar liefst 2000 vaarten per jaar."

Behalve de lading treffen duikers ook tal van voorwerpen aan die een beeld geven van het leven in vroeger eeuwen. "Allerlei touwwerk, kanonnen, musketten, kogels, maar ook tinnen inktstelletjes en ganzenveren voor de hogere officieren, schoeisel, kinderspeelgoed, de omslag van een bijbeltje, lepels en allerlei aardewerk", somt Vos op. Tijdens een rondleiding door hallen met tafels vol verweerde spullen van oude schepen wijst Vos op een busje met loden kogels met pingpongbalachtige afmetingen. "Het lijkt me niet zo prettig om die dingen tegen je voorhoofd te krijgen."

Op dezelfde tafel liggen loden textielmerkjes, ter grootte van een cent. "Op het ene merkje staat twee keer Fein. Op het andere merkje staat bovenaan Super en onderaan Fein. Dat betekent dat ze destijds een soort kwaliteitssysteem voor ruwe textiel hadden. Van goed naar nog beter."

Een opvallende vondst op het graanschip uit het Scheurrak is een signaaltrompet. Vos: "Die ontdekking was heel bijzonder. In de trompet staat de naam van de maker met het jaartal 1589 geschreven. Genua, staat erop. Dat betekent dus dat in die tijd ook in Italië trompetten werden gemaakt. Later heeft een instrumentenmaker de trompet exact nagebouwd, om zo meer inzicht te krijgen in de muziek van die tijd."

Spelden

Buitengewoon interessant vindt Vos de ontdekkingen in het zogeheten Poolse kanonnenwrak in de Waddenzee, vergaan tussen 1670 en 1680. In het schip zijn twaalf kleine bronzen kanonnen gevonden, die behoorden aan de koning van Polen.

Wat Vos echter bovenal intrigreert, zijn de halfproducten op het schip. Zo vond het archeologische duikteam blokken lood, rolletjes bladmessing, bundels koperdraad waar spelden van worden gemaakt en voorgemaakte ton-delen. "We kwamen bijvoorbeeld ladingen duigen op het spoor. Dat zijn de latten waaruit een ton bestaat, de container van toen. Door de vondst van zulke halfproducten weten we meer over de productieprocessen uit die tijd. Bij landopgravingen vind je wel complete tonnen, maar juist weer niet die halfproducten."

De duikexpedities werpen ook licht op de ontwikkeling van de scheepsbouw in vroeger eeuwen. Vos: "De scheepsbouw maakte tussen 1400 en 1600 een enorme ontwikkeling door. Dat is verschrikkelijk interessant. Voor 1400 hadden schepen bijvoorbeeld één mast, één dek, en waren ze hooguit 20 meter lang. In de eeuwen daarna kregen de schepen drie masten, meer dekken en werden ze langer, tot 40, 45 meter. Ook kwamen er meer kanonnen aan boord. Dat had onder meer te maken met bewapening met het oog op lange ontdekkingsreizen."

Skelet

De duikers vinden bij tijden tastbare bewijzen van de strijd die de bemanning voerde om het schip boven water te houden. "Zo zijn in schepen wel eens ankers ontdekt waar een kanon aan vast was gemaakt. Door het anker te verzwaren, probeerde de bemanning het schip te behoeden voor stranding."

Af en toe stuiten de onderwaterarcheologen op -delen van- skeletten van mensen. Griezelig vindt Vos dat niet, eerder interessant. "Je beseft dan natuurlijk wel dat de mensen bij het vergaan van het schip heel nare momenten hebben meegemaakt. Zo'n schip zonk niet van het ene op het andere moment. De bemanning kon nog overboord springen, waarna de mannen meestal ook verdronken. Als je een skelet aan boord vindt, kan dat erop duiden dat iemand bekneld heeft gezeten. In touwwerk bijvoorbeeld. Afgelopen zomer vonden we in de Waddenzee resten van een skelet onder een zwaar kanon. Een schedel, een bovenarm en het bekken. In een ander geval kwamen we ook de laarzen en de sabel van een man bij de resten van een skelet tegen."

Pikzwart

Duiken naar schepen in Nederlandse wateren vergt een behoorlijke dosis doorzettingsvermogen. Vos: "De omstandigheden zijn betrekkelijk lastig. Als je een meter om je heen kunt kijken, mag je heel tevreden zijn. Boven water heb je overzicht. Onder water moet je je ogen verplaatsen. Soms kun je nauwelijks op je horloge zien hoe laat het is. Dan is het pikzwart om je heen. Dat moet je niet eng vinden, dan ben je niet geschikt voor dit vak."

Behalve duisternis speelt ook de sterke stroming duikers parten, met name in de Waddenzee met haar getijdencyclus. "De stroming kan heel fel zijn. Dan moet je dus goed weten aan welke kant van een wrak je gaat zitten en waar je je aan vast moet houden." Een duiker dient "ruimtelijk te kunnen denken", legt Vos uit. "Je moet kennis van scheepsconstructies hebben."

Wie schrikkerig is aangelegd, kan zich maar beter niet melden als duiker. "Ik heb mensen op een duikcursus gehad die schrokken van een krabbetje. Dat is niet de bedoeling. Onder water kom ik regelmatig kreeftachtigen en inktvisachtigen tegen. Ik heb ook wel eens een kwal in mijn gezicht gehad. Dat kan behoorlijk pijn doen. Maar dan moet je wel rustig blijven en niet als een gek naar boven gaan. Dat kan, in verband met drukproblemen, funest zijn."

Archeologisch duiken is voluit teamwork, zegt Vos. "Je werkt nauw samen en borduurt voort op elkaars werk. Jij komt na twee uur naar boven, je collega gaat het water in. Als de een onder water is, vult de ander boven op het schip duikflessen bij. Bovendien moeten er veel spullen worden vervangen en gerepareerd. Als duikteam rapporteren we aan het eind van de dag elkaars bevindingen. Als we iets bijzonders ontdekken, hebben we zo'n vondst als téám gedaan."

Brug

Afgezien van de reguliere duikuitrusting -zoals pak en persluchtflessen, microfoontjes in de maskers- behoort een lei met potlood tot de vaste uitrusting van een archeologisch duiker. Op hun lei moeten de duikers een situatieschets van het schip onder water maken. Op bepaalde punten worden spijkers met labels aangebracht. Dat stelsel van coördinatiepunten resulteert, via een wiskundig computermodel, in een tot op de centimeter nauwkeurig beeld van het scheepswrak op de bodem. Ook een 'onderwaterstofzuiger', om zand weg te krijgen, maakt deel uit van het gereedschap van een archeologisch duiker.

Onderzoek naar schepen vormt het leeuwendeel van het werk van het NISA-duikteam, maar het komt ook voor dat de duikers op expeditie gaan naar bijvoorbeeld oude brugresten onder water. "Afgelopen zomer hebben we restanten van Romeinse bruggen in hartje Maastricht in kaart gebracht", vertelt Vos, terwijl hij een gedetailleerde situatieschets laat zien. "Zo'n 3 meter diep op de bodem van de Maas, vlak bij de oude Sint-Servaesbrug. De brugdelen onder water dateren uit drie verschillende bouwfasen in de eerste eeuwen na Christus."

Spannend

Arent Vos beseft dat hij "niet-alledaags" werk doet. "Ik ben me ervan bewust dat er een aura van mysterie om ons werk zweeft. Mensen vinden het spannend. Dat merk ik in mijn omgeving en tijdens lezingen. Het beeld dat het publiek van onze bezigheden heeft, klopt vaak niet helemaal. Mensen vragen wel eens of wij in de kajuit van de kapitein zijn geklommen en of we schatten van grote geldwaarde hebben gevonden. Zo is het niet. De kajuit is eigenlijk altijd weggespoeld of vergaan, en gouden schatten hebben we nog nooit gevonden. Maar interessant blijft het werk zeker."

Een enkele keer is Vos in de gelegenheid om met buitenlandse collega's op duikexpeditie te gaan. In 1995 kon hij in Zuid-Frankrijk meeduiken in de Middellandse Zee, op onderzoek in een Grieks-Romeins schip uit de tweede eeuw voor Christus. Hoeft Vos in Nederland doorgaans niet dieper dan 10 tot 20 meter te duiken, in Frankrijk verdween hij 40 meter onder de waterspiegel. Een onvergetelijke ervaring. "Er staat nauwelijks stroming en het is daar glashelder. Je kijkt tientallen meters verder. Je hoeft geen lamp mee te nemen."

In zijn vrije tijd haalt Vos zijn hart op in wateren in het Caraïbisch gebied of de Maldiven. In dergelijke exotische duikoorden speurt hij vooral naar koralen en vissen. Of hij wel eens een haai tegenkomt? Vos, schouderophalend: "Honderden. Ik geloof dat er 350 soorten haaien zijn, waarvan er hooguit tien gevaarlijk zijn. Maar mij hebben ze nog nooit wat gedaan."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 2001

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Zeegeheimen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 2001

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken