Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het borrelt op het conservatorium

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het borrelt op het conservatorium

Muziekinstituten scoren artistiek goed, onderwijskundig slecht

5 minuten leestijd

Conservatoria waren lange tijd gesloten, autonome instituten. Die tijd is voorbij. Ze laten zich tegenwoordig zelfs 'doorlichten' door een externe visitatiecommissie. Met het gevolg dat sterke én zwakke punten van de school op straat liggen. De kwaliteit van de Nederlandse conservatoria in één zin? Ze leveren prima muzikanten af, maar onderwijskundig valt er veel te verbeteren.

Nederland telt tien conservatoria en zes voortgezette muziekopleidingen, soms uitgaande van een hogeschool. Voor het eerst in de geschiedenis van het hoger muziekonderwijs is een onderzoek gedaan naar de kwaliteit ervan. Een visitatiecommissie van de HBO-raad, de koepel van hogescholen, bezocht alle opleidingen en deed daarvan verslag in een meer dan 500 pagina's tellend rapport, heel toepasselijk "Toekomstmuziek" genoemd.

De commissie is vol lof over het artistieke niveau van de conservatoria, dat in sterke mate wordt bepaald door individuele docenten. Om die reden zijn conservatoria er gek op klinkende namen binnen te halen: Emmy Verheij voor viool, Joop Schets voor koordirectie, Arie Abbenes voor beiaard of Bernard Winsemius voor orgel.

"Dat zijn de vlaggen die je buiten kunt hangen", reageert Bert van den Akker, van huis uit klarinettist en sinds deze week bestuursvoorzitter van de faculteit muziek van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU). Hij is zakelijk én artistiek verantwoordelijk voor alle muziekopleidingen.

Louterend

Aan het onderzoek van de visitatiecommissie ging een zelfevaluatie per conservatorium vooraf. "Heel goed", vindt Van den Akker. "Zo'n onderzoek werkt louterend." In Utrecht leidde de uitkomst van de zelfevaluatie onder andere tot het grondig onder handen nemen van de opleiding voor muziekdocent. Een van de speerpunten was vakkenintegratie, waar de visitatiecommissie in haar rapport ook op aandringt.

"Docenten zijn nog te veel baas in eigen koninkrijk", zegt Van den Akker, "hoewel er bij ons dus een kentering aan de gang is." Roeland Vrolijk, student, noemt zichzelf het "levende bewijs" van de veranderingen. "Ik ben afgestudeerd in schoolmuziek en onderzoek nu, in de tweede fase van mijn opleiding, de mogelijkheden voor teleleren in het piano-onderwijs. Daarbij is het ook nodig dat ik me specialiseer in piano lichte muziek."

Ria Frowijn, zangeres en studieleider van de opleiding voor muziekdocent: "Onze studenten leren vanaf het eerste jaar met muzieknotatieprogramma's omgaan. Zodra ze dat kunnen, gaan ze arrangementen voor allerlei combinati es van instrumenten maken. Daarbij moeten ze zich goed realiseren wat het niveau van de uitvoerenden is. Op die manier haal je verschillende disciplines bij elkaar: theorie, ICT en praktijk."

Om vakkenintegratie nog meer te stimuleren, heeft de faculteit muziek van de HKU de wettelijke verplichte opleidingscommissie een centrale rol in het veranderingsproces gegeven. In de commissie zitten docenten en studenten. Samen kijken ze kritisch naar het studieprogramma per opleiding, ze doen suggesties voor verbeteringen en ze steken hun licht op bij andere conservatoria. Roeland: "In het begin moest iedereen eraan wennen, want dit was nieuw in de conservatoriumwereld, maar het blijkt heel vruchtbaar te werken."

Gemengd

Het 'oude' conservatorium kende twee diploma's: docerend musicus (DM) en uitvoerend musicus (UM). Zeventig procent van de studenten kwam niet verder dan DM, 30 procent stoomde door naar UM. De scheiding tussen beide vervaagde de afgelopen jaren sterk, zegt Van den Akker. "Het overgrote deel van onze afgestudeerden, 80 procent, is werkzaam in een gemengd beroep. Zij concerteren, geven les, leiden een koor of spelen in een ensemble. Daarom is het terecht dat de visitatiecommissie erop aandringt om in het studieprogramma de gemengde beroepspraktijk meer nadruk te geven."

Dat gaat volgens Van den Akker niet ten koste van studenten die na hun opleiding toch als uitvoerend musicus aan de slag willen. "Die mogelijkheid blijft. In de nieuwe structuur krijgen UM-studenten zelfs een betere opleiding. We hebben hier docenten wier grootste ambitie het is om solisten op te leiden. Overigens gaat het om een kleine groep studenten. Slechts een enkeling kan van zijn concerten leven."

De faculteit muziek in Utrecht telt 525 studenten en 130 docenten. Verreweg de meeste docenten geven slechts enkele uren per week les. Dat is een groot nadeel, aldus de visitatiecommissie, voor het gezamenlijk nadenken over onderwijsbeleid. Docenten zijn beperkt beschikbaar, waardoor vergaderen lastig is. Bovendien behoort het ook niet tot de liefhebberij van een musicus.

Ria Frowijn: "Ook op dit punt merken we een omslag. We hebben vorige week een gezamenlijke vergadering gehad waar toch bijna de helft van het aantal docenten aanwezig was. Ze willen er best iets voor aan de kant zetten." Van den Akker: "Het borrelt, in de goede zin. De wil om te veranderen is groot." Frowijn: "De docenten vinden het positief dat de onderwijsorganisatie is losgewoeld door het visitatierapport."

Eigen gezicht

De visitatiecommissie vindt dat de tien conservatoria zich meer ten opzichte van elkaar moeten profileren. Ze bieden nu allemaal zo'n beetje dezelfde opleidingen met ook nog eens dezelfde afstudeermogelijkheden aan. Van den Akker: "Profilering is heel goed, anders val je niet op." Gevraagd naar het eigen gezicht van 'Utrecht' noemt hij twee dingen: "We hebben als enige een conservatorium, een beiaardschool en een instituut voor kerkmuziek onder één dak, en we doen hier heel veel aan ensemblespel. Je kunt 'Utrecht' met recht het ensembleconservatorium noemen."

Van den Akker is niet te kinderachtig om ook iets positiefs van zijn concurrent in Amsterdam, het Sweelinckconservatorium, te noemen. "Zonder mijn eigen docenten te diskwalificeren, maar daar hebben ze voor bepaalde vakken toppers die ik ook graag onze studenten zou gunnen." Frowijn: "En ik word een beetje jaloers als ik zie dat 'Amsterdam' regelmatig met groepen studenten naar verre landen gaat, zoals Marokko en Gambia, om daar de oorsprong van de niet-westerse muziek te bestuderen."

Waarom zou een muziekstudent voor 'Utrecht' moeten kiezen? Van den Akker: "Omdat we zowel solisten als mensen in de gemengde beroepspraktijk een uitstekende opleiding kunnen bieden." Frowijn: "Omdat we veel aandacht schenken aan de studenten: wat zijn hun wensen en mogelijkheden?" Roeland: "Omdat je hier, als je weet wat je wilt, zelf je studieroute mag bepalen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 30 November 2001

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Het borrelt op het conservatorium

Bekijk de hele uitgave van Friday 30 November 2001

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken