Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In het voetspoor van Kohlbrugge

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In het voetspoor van Kohlbrugge

Dr. G. Oorthuys, auteur van de "De eeuwige jeugd van Heidelberg"

7 minuten leestijd

"Wie geestelijk wil wezen is het niet, is een wetsdienaar en overtreder en wordt door de wet verdoemd. Maar wie, ongeestelijk als hij is, op de genade van Christus hoopt, die ontvangt den Heiligen Geest en wandelt door den Geest in alle gerechtigheid." Dit zijn woorden die de predikant ds. G. Oorthuys uitsprak toen hij zich in 1910 verbond aan de hervormde gemeente te Amsterdam. Het is een zinsnede die erg doet denken aan de predikant uit Elberfeld, de bekende dr. H. F. Kohlbrugge. Diens theologie heeft een duidelijk stempel gedrukt op Oorthuys' prediking.

Oorthuys was niet alleen predikant, maar ook een man van wetenschap. Dat blijkt uit diverse publicaties en boeken die van zijn hand verschenen. Belangrijke thema's stelde hij aan de orde, zoals het genadeverbond, de sacramenten (in het bijzonder de Doop), de predestinatie, de kerk en de geloofszekerheid. Vanaf 1949 maakte hij deel uit van de redactie van het "Kerkblaadje", een uitgave van de vrienden van Kohlbrugge.

Herinneringen

Op 11 april 1876 werd Gerard geboren in de hervormde pastorie te 's-Heer Abtskerke als zoon van Casparus Bernardus Oorthuys en Johanna Wilhelmina Schoorel. Om een indruk te krijgen van het gezin waarin Gerard opgroeide, zijn we aangewezen op het boekje "Herinneringen" van zijn vader en de twee 'opschrijfboekjes' van zijn moeder. Deze geschriften zijn familiebezit. Zo schreef zijn moeder onder andere het volgende over haar oudste zoon Gerard: "Met hoeveel vreugde werd hij ontvangen. Wat waren we verrukt met onzen oudsten zoon en met welk een trots reed ik hem in zijn wagentje door de gemeente. Maar, hoe werd mijn trots gefnuikt, toen ik eens onze smidsvrouw ontmoette, die gelijktijdig ook een zoon gekregen had en in het wagentje ons kind bekeek en vol verachting riep: Nou mevrouw, 't is maar een mager krengetje, al is hij domine's zoon."

Zwingli

Na het lager onderwijs volgde Gerard het gymnasium en vertrok in 1894 naar Leiden voor een theologische studie. Op 21 januari 1902 trad Gerard in het huwelijk met Dorothea de Stoppelaar. Zijn vader zegende dit huwelijk in en op 9 februari van datzelfde jaar werd Gerard door zijn vader bevestigd in het ambt van predikant te Brakel, een dorpje in de Bommelerwaard. 's Avonds deed hij intrede met de woorden uit Lukas 10:42: "Eén ding is nodig". Drie jaar later, in 1905, promoveerde hij bij professor Pijper cum laude op een proefschrift met de titel: "De antropologie van Zwingli". Deze wat op de achtergrond staande hervormer zou Oorthuys blijven inspireren. Hij wilde hem uit de schaduw halen van Luther en Calvijn en toonde aan dat Zwingli absoluut geen voorloper is geweest van het liberalisme. Eén van zijn stellingen bij deze dissertatie luidde: "Bestudeering der groote Reformatoren behoort een eerste plaats in te nemen bij de studie van den theoloog."

Bullinger

Oorthuys is altijd geboeid gebleven door deze grote theologen. Zo zorgde hij in 1923, samen met zijn Amsterdamse collega H. A. J. Lütge, voor de vertaling en uitgave van Bullingers boek over "Het enige en eeuwige Testament of Verbond Gods en Het oude Geloove". Lütge maakte niet meer mee dat dit boek uitkwam. In 1906 nam Oorthuys een beroep aan naar Leiden. Hij kwam hier in contact met de predikant F. Oberman, die hem bekendmaakte met de prediking van Kohlbrugge. Vier jaar later, op 6 juli 1910, deed hij intrede in Amsterdam. Aan deze stad bleef hij tot aan zijn emeritaat in 1943 verbonden. Hij was hier predikant van verschillende wijkgemeenten, waaronder de Jordaan. Na zijn emeritaat verhuisde hij naar Lunteren en was daar tot 1951 ouderling. In 1948 overleed zijn vrouw en in 1950 hertrouwde Oorthuys met H. W. Swellengrebel. Een jaar later verhuisden zij naar Oegstgeest, waar Oorthuys op 18 juli 1959 overleed.

Lunterse kring

In de oorlogsjaren maakte Oorthuys deel uit van de "Lunterse Kring". Dat was een groep theologen die zich met het verzet bezighielden. De meeste theologen waren vrienden van Karl Barth en onderhielden contacten met de Bekennende Kirche. In het geheim kwamen zij in Lunteren samen op het terrein van de Zendingsstudieraad, vandaar de naam "Lunterse kring". Een vooraanstaand persoon uit die kring was dr. J. Koopmans. Hij schreef een illegale brochure met als titel: "Bijna te laat", waarin hij het opnam voor de Joden: "Zij gaan er uit en zij gaan er aan". In zijn schrijven verzette hij zich tegen de zogenaamde "Ariërverklaring", waardoor de scheiding Joden en niet-Joden geregeld werd. Oorthuys was degene die vanuit zijn huis dit illegale geschrift in groten getale in omloop bracht. Er werd over hem gezegd: "Hij was één van de ergste illegalen, zijn huis op de Prinsengracht een knooppunt, een pleisterplaats voor de "Zwitserse weg"." Oorthuys verzette zich tegen het nationaal-socialisme en dit resulteerde erin dat hij driemaal door de Gestapo werd verhoord.

Publicaties

Oorthuys was een veelzijdig man. Hij behoorde tot de voormannen van de Confessionele Vereniging. Hij was lid van het hoofdbestuur van "Kerkherstel", lid van de werkgroep Kerk en Overheid en Kerk en prediking, en verder was hij na de oorlog lid van de commissie voor de nieuwe kerkorde. In zijn prediking stond het thema van de Reformatie, de rechtvaardiging door het geloof, centraal. De heiliging had een christocentrisch accent. Grote nadruk legde hij op het sacrament van de doop als teken en zegel van Gods verbondsbeloften. Zijn meeste publicaties hadden een verband met zijn pastoraat.

Kruispunten

In 1935 verscheen "Kruispunten op de weg der Kerk". Dit boek is een bundeling van drie studies die in de loop van 25 jaar zijn ontstaan. Oorthuys had deze drie publicaties samengevoegd en laten uitgeven als een jubileumgeschenk, omdat hij 25 jaar verbonden was aan de Amsterdamse gemeente. De eerste behandelt de theologie van Zwingli in zijn "Usslegen" van 1523. De tweede handelt over De Labadie en het Labadisme. De laatste studie behandelt Kohlbrugges leer van de oude en nieuwe mens getoetst aan Paulus. In het voorwoord geeft Oorthuys aan wat hij bedoelt met "kruispunten". De prediking van deze drie theologen vormden kruispunten waarop de kerk in de 16e, de 17e en de 19e eeuw kwam te staan. Op een kruispunt wordt de reiziger, de gemeente op de weg naar het Vaderhuis, genoopt zich te bezinnen en te kiezen. Men kan ook de verkeerde weg inslaan en verdwalen. Zijn de wegwijzers die daar staan betrouwbaar? Kunnen wij ons veilig toevertrouwen aan de gidsen die zich aanbieden? Zo vormde de prediking van Zwingli een keerpunt voor de kerk van Zürich en van Zwitserland. Kritisch laat Oorthuys zich uit over De Labadie. Zijn optreden was geen keerpunt voor de kerk in Nederland. We mogen dankbaar zijn dat de kerk deze gids niet volgde. Kohlbrugge wees de weg van de gerechtigheid, de enige weg waarop "de oude mensch dood en de nieuwe mensch voor eeuwig God levende is." Deze laatste studie is een bijzonder heldere uiteenzetting en laat zien hoe evenwichtig Kohlbrugge spreekt over "de oude en de nieuwe mens". Oorthuys weet dit op een knappe wijze te vertolken. Hij laat zien hoe de Elberfeldse predikant bijbelse lijnen trok tot de volle en uiterste consequentie.

Eeuwige jeugd

In 1939 verscheen van zijn hand het boek "De eeuwige jeugd van Heidelberg". In het voorwoord zette Oorthuys uiteen wat hij met deze titel wilde zeggen. Het is juist déze catechismus die maar niet wil verouderen. Hij wijst dan op een afbeelding van een letterplaatje uit een oude Bijbel, waar Adam bezig is zijn zonen Kaïn en Abel te onderwijzen uit een boekje, waarop aan de buitenkant staat: "Heidelbergsche Catechismus". In de tijd van de Reformatie zagen diverse catechismi het licht, zoals onder andere de Kleine en Grote Catechismus van Luther. Ook Calvijn schreef er twee voor de stad Genève. Hoewel deze leerboekjes veel hebben betekend en een helder geluid gaven, bleef de Heidelberger de schoonste. Bijna elke vraag en elk antwoord is een nauwkeurige, korte weergave van een hoofdstuk van de Institutie. De Heidelberger theologen waren leerlingen van Bullinger, maar ook en allermeest van Calvijn. "De eeuwige jeugd" is niet zozeer een reeks preken van de 52 zondagsafdelingen, maar korte meditaties waarin op een puntige wijze veel gezegd wordt; indringend en verrassend. Iets dat ook geldt voor de andere geschriften van Oorthuys.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2001

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

In het voetspoor van Kohlbrugge

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2001

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken