Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rhenen en Emmeloord nemen   historisch orgel in gebruik

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rhenen en Emmeloord nemen historisch orgel in gebruik

3 minuten leestijd

Het aantal historische orgels binnen de Gereformeerde Gemeenten groeit. Aan de lijst met orgelbouwers als Quelhorst en Van Dam kunnen de namen van Leichel en Van Gelder worden toegevoegd. Hun instrumenten ontstonden aan het eind van de negentiende eeuw en beginnen in Rhenen en Emmeloord een nieuw bestaan.

De gereformeerde gemeente van Rhenen neemt donderdag een Leichel-orgel in gebruik. Adviseur Herman van Vliet etaleert de klankkleuren van het instrument in werk van Bach, Oley, Rinck, Bastiaans, Zwart en Van Vliet (aanvang 19.30 uur). Friedrich Gerhard Leichel plaatst het instrument in 1889 in de doopsgezinde kerk van Arnhem. Opmerkelijk is zijn traditionele bouwwijze, gezien de mechanische tractuur, de in massief eiken uitgevoerde sleepladen en de met bladgoud beschilderde orgelkas. Op advies van de toenmalige organist Brandts Buys brengt Maarschalkerweerd in 1912 een vrij pedaal met drie registers aan en plaatst hij het tweede klavier in een zwelkast. Een jaar later wordt de Salicionaal 8' door een Celeste 8' vervangen.

De Utrechtse orgelmaker Sanders wijzigt in 1958 het klankkarakter ingrijpend door de Bourdon 16' van het hoofdwerk te vervangen door een Roerfluit 4' en een Mixtuur toe te voegen. Voor de Celeste 8' van het tweede manuaal komt een Woudlfuit 2' in de plaats. Een nieuwe Tertiaan II moet bijdragen aan de wens naar meer helderheid. De firma Reil restaureert het instrument in 1968. De Tertiaan II wordt tot Sesquialter II omgebouwd. De Bourdonbas 8' op het pedaal verdwijnt ten koste van een Octaaf 4'.

Na sluiting van de doopsgezinde kerk in Arnhem koopt de gereformeerde gemeente van Rhenen het Leichel-orgel. Ide Boogaard restaureert het instrument en plaatst het in Rhenen. Uitgangspunt is het conserveren van het orgel in de bestaande situatie. Wel bouwt de Rijssense orgelmaker de Sesquialter om tot een Quintfluit 3'. Bij de herintonatie van later toegevoegde registers heeft het pijpwerk van Leichel model gestaan.

Aanwinst

De gereformeerde gemeente van Emmeloord nam zaterdag een historisch Van Gelder-orgel in gebruik. De gemeente kocht het instrument vier jaar geleden voor 15.000 gulden van de christelijke gereformeerde kerk in Alphen aan den Rijn. Dick den Engelsman en Paul Wols waren namens de orgelbouwadviescommissie van de Vereniging Organisten Gereformeerde Gemeenten bij de opbouw en restauratie door René Nijsse betrokken. De adviseurs lieten de gemeente in muziek van Krebs, Weijland, Brahms, Best, Mendelssohn en De Wolf kennismaken met de nieuwe aanwinst.

Het in Emmeloord geplaatste instrument bevat pijpwerk van Van Gelder, Bijlaart, Van Dam, Standaart, Verweijs en Nijsse. Het materiaal van Van Gelder voert echter de boventoon. Deze Leidse orgelmaker realiseert het instrument in 1884 voor de hervormde kerk in Zwijndrecht. De Dordtse orgelbouwer Bijlaardt breidt het bovenwerk in 1901 uit met een Viool Prestant, een Viool di Gamba en een Aeoline. Standaart plaatst in 1913 op het hoofdwerk de gereserveerde stemmen Mixtuur, Trompet en Cornet.

Bij de overplaatsing van het orgel naar Alphen aan den Rijn, in 1959, voegt Verweijs aan het bovenwerk een Quintfluit 3' toe en integreert hij drie Van Dam-registers in het instrument. Bij de overplaatsing naar Emmeloord vervangt Nijsse het elektrische pedaal en plaatst op een mechanische lade twee nieuwe stemmen, de Open Fluit en de Bazuin. Hij bouwt de oorspronkelijke, in Zwijndrecht achtergebleven orgelkas na. De klank van het instrument doet de Zeeuwse orgelmaker aan die van Bätz/Witte denken.

Dispositie Rhenen:

Hoofdwerk: Prestant 8', Holpijp 8', Roerfluit 4', Octaaf 4', Quint 3', Open Fluit 2', Mixtuur III, Trompet 8'.

Zwelwerk: Lieflijk Gedekt 8', Gamba 8', Octaaf 4', Quintfluit 3', Woudfluit 2'.

Pedaal:

Subbas 16', Octaafbas 8', Octaaf 4'.

Dispositie Emmeloord:

Hoofdwerk: Bourdon 16', Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Open Fluit 4', Piccolo 2', Cornet V discant, Mixtuur III-IV, Trompet 8'.

Bovenwerk: Salicionaal 8', Bourdon 8', Viola di Gamba 8', Gemshoorn 4', Roerfluit 4', Quintfluit 3', Octaaf 2', Clarinet 8', tremulant. Pedaal: Subbas 16', Open Fluit 8', Bazuin 16'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Monday 10 December 2001

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Rhenen en Emmeloord nemen   historisch orgel in gebruik

Bekijk de hele uitgave van Monday 10 December 2001

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken