Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een cadeautje voor Robert Fruin

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een cadeautje voor Robert Fruin

Eerste moderne geschiedwetenschapper was geen vriend van Groen en Bilderdijk

5 minuten leestijd

Maar weinig mensen heten Fruin. Als de naam valt, zal het negen van de tien keer om de historicus Robert Fruin (1823-1899) gaan, de Leidse geschiedkundige die in de negentiende eeuw school maakte. Hij heet zelfs de vader van de moderne Nederlandse historiografie te zijn, omdat hij onafhankelijke geschiedenis wilde bedrijven. Met onafhankelijk bedoelde hij ook: niet-christelijk. In Leiden gaat een van zijn kasten open.

Toen Fruin een kwarteeuw in Leiden hoogleraar was, in 1885, kreeg hij van een legertje collega's, politici en andere Nederlandse kopstukken een cadeau aangeboden, een kabinet. De kast staat momenteel in de Leidse Lakenhal. Jammer genoeg op slot, maar hij is nu ook leeg. Van de inhoud stelde het museum een tentoonstelling samen. Fruin kreeg namelijk een gevulde kunstkast: voor 2000 gulden waren oude prenten gekocht die aansloten bij de belangstelling van de jubilerende hoogleraar vaderlandse geschiedenis.

De tentoonstelling "Het kabinet van Robert Fruin" laat voor het eerst de 48 historieprenten en 71 portretten van historische persoonlijkheden zien. Een heel geschikte plek voor docenten om de geschiedenis van de Nederlandse Opstand en van de Republiek aan leerlingen inzichtelijk te maken. Johan van Oldenbarnevelt wordt er terechtgesteld, de tirannie van de Spaanse overheid verbeeld. Verder kom je allerlei militaire veldtochten, dijkdoorbraken en kleinere gebeurtenissen als de ontsnapping van Hugo de Groot tegen. Prentenmakers voorzagen hun platen vaak van interessant commentaar. Ze kozen nogal eens partij.

Fruin mag dan de vader van de moderne Nederlandse historiografie heten en elke student mag dan met deze naam geconfronteerd worden, onder Nederlandse protestanten is hij niet zo bekend. Die hebben in de regel meer op met twee andere negentiende-eeuwse historici: Groen van Prinsterer en Bilderdijk. Ze legden hun calvinistisch-orangistische visie in lijvige boeken neer: het "Handboek der geschiedenis van het Vaderland" (Groen, 1846) en de "Geschiedenis des Vaderlands" (Bilderdijk, 1832-1853).

Bakkebaarden

Wat was Fruin eigenlijk voor iemand? Bij de ingang van de drie tentoonstellingszalen staat zijn kast. Nadat deze van Fruins studeerkamer naar het huis van zijn beroemdste leerling P. J. Blok was verhuisd, kwam hij in de kelder van de Leidse Lakenhal terecht. Een portret van de eerste eigenaar hangt ernaast. Een beetje donker en misschien zelfs bijna nors type met opvallende bakkebaarden. Het lijkt alsof hij weigert in de lens te kijken.

In 1860 werd Fruin de eerste historicus die exclusief de vaderlandse geschiedenis zou bestuderen. Voorgangers combineerden die opdracht meestal met vaderlandse letterkunde of met algemene geschiedenis. In zijn opvatting beperkte de vaderlandse geschiedenis zich tot de tijd van de Republiek: van de opstand tegen Spanje (laatzestiende eeuw) tot aan de Franse tijd (eind achttiende eeuw). De platen die Fruin voor zijn jubileum kreeg, vallen ook precies in deze tijd.

Hoe hij zelf over die periode dacht? Fruin bewonderde de Republiek om haar vrijheidsliefde, maar naar zijn overtuiging raakte het land door bestuurlijke verdeeldheid en machteloosheid in toenemende mate in verval. Voor hem is de periode van de tijd van de Republiek een opmaat naar de moderne tijd, een min of meer onvruchtbare tussentijd. Als historicus was hij gericht op het verleden. "Ik prefereer boven de hedendaagsche hartstochtelijke politiek de kalme politiek van het verleden. Ware zij dood, ik liet haar begraven. Maar zij leeft nog voor een ieder die maar het goede oog heeft om haar mee te beschouwen."

Toch stond hij zeker niet afzijdig van de politiek van zijn eigen tijd. Hij vond namelijk dat de geschiedkunde in politieke conflicten een rol van betekenis kon spelen. Dat was ook de gedachte van iemand als Groen van Prinsterer -"en toch zijn deze beide historici elkaars tegenpolen. Fruin gaf Groen bijvoorbeeld een flinke veeg uit de pan toen deze in zijn "Archi ves" over Maurits en Oldenbarnevelt voor de eerste partij koos. "Al te dikwerf kiest de partijschap er eenigen uit om bovenmatig te prijzen en koelt aan de anderen haar wrok in onverdiende beschuldigingen."

Pot en ketel

Fruin was tot de overtuiging gekomen dat de beoefening van de geschiedwetenschap moest veranderen. Geschiedenis moest niet slechts een verhalend vak zijn, maar wettenzoekend en nuttig voor de maatschappij. Hij stootte zich aan de vele visies die naast elkaar bestonden. Van "één nationaal geschiedenisbeeld in Nederland was geen sprake: elk had zijn richting, had zijn lijn." Het was zijn streven -vanuit een nationaal-liberale wetenschapsideologie- een grotere eensgezindheid in de Nederlandse historische wereld te bereiken. De pot verweet echter de ketel dat hij zwart zag. Groens geschiedschrijving mocht dan gekleurd zijn, die van Fruin evengoed. Onpartijdig was hij zeker niet. Hij maakte alleen een andere keus dan Groen. In "Tien jaren uit den Tachtigjarigen Oorlog" (185 7), een van zijn eerste belangrijke studies, toonde hij zich bijvoorbeeld een enthousiast bewonderaar van de staatsgezinde traditie. En in latere werken bleek zijn voorkeur voor het monarchaal-orangistische element in de geschiedenis. Fruin was de Thorbecke onder de geschiedkundigen. Hij interpreteerde het vaderlandse verleden op een liberale manier en dat betekende een belangrijke verschuiving. Dat de liberale geschiedwetenschapper de vader van de moderne Nederlandse historiografie heet, komt echter niet door het historische beeld dat hij ontwierp, maar vanwege de door hem ingevoerde methode waarmee de historicus voortaan op een wetenschappelijke en onpartijdige manier de geschiedenis moest beoefenen. Eén van de dingen die een historicus daarbij volgens Fruin in de weg konden staan, was het geloof. In de strijd met christelijke historici als Groen en Bilderdijk bracht hij sluw te berde dat juist de Reformatie de stoot tot een vrije wetenschapspraktijk had gegeven.

Geschiedkundigen van nu worden in de traditie van Fruin opgevoed. Ze streven naar onafhankelijk onderzoek van het verleden. Het is echter goed zich te realiseren dat de vader van de moderne geschiedwetenschap even partijdig was als de partijdige historici die hij bestreed. Groen en Bilderdijk verdienen daarom niet meer dan Fruin een predikaat van oudedoos-historicus - dat zou sowieso arrogant zijn. Het is nog maar de vraag of objectieve geschiedschrijving inderdaad mogelijk is. Hoe onafhankelijk is de onvolprezen onafhankelijkheid van de hedendaagse historicus? Moderne historici houden zichzelf echt voor de gek als onafhankelijk in werkelijkheid alleen niet-christelijk (en postmodern en paars) betekent.

De tentoonstelling "Het kabinet van Robert Fruin" is tot 10 maart te zien in Stedelijk Museum De Lakenhal, Oude Singel 2832, Leiden. Informatie: 071 5165360 of www.lakenhal.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 14 januari 2002

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Een cadeautje voor Robert Fruin

Bekijk de hele uitgave van maandag 14 januari 2002

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken