Bekijk het origineel

Eenmaal een dhimmi, altijd een dhimmi

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Eenmaal een dhimmi, altijd een dhimmi

9 minuten leestijd

Arabische christenen hopen dat moslims hen accepteren door een felle anti-Israëlische houding aan te nemen. Ze zijn daardoor de belangrijkste pleitbezorgers geworden van de Palestijnse kwestie in het Westen. Door hun invloed stellen westerse kerken zich kritisch op tegenover Israël. Maar hun zwoegen is tevergeefs: moslims zullen christenen nooit als gelijkwaardigen in hun midden accepteren. Dat stelt de in Egypte geboren Britse schrijfster Bat Ye'or in haar laatste boek over dhimmi's.

"Dhimmi's" zijn niet-moslims die in de wereld van de islam bescherming kregen als zij zich onderwierpen aan een aantal discriminerende maatregelen. Ze moesten speciale belastingen betalen, zoals de "kharaj" en de "jizya". De "kharaj" diende om het recht te houden een stuk land te cultiveren. De "jizya" was een hoofdelijke belasting. De eed van een dhimmi kon in een rechtszitting nooit opwegen tegen die van een moslim. De bouw van synagogen en kerken werd aan beperkingen onderworpen. Het luiden van kerkklokken, het blazen van de ramshoorn (sjofar) en het in het openbaar tonen van kruisen, iconen, banieren en andere religieuze voorwerpen was eveneens uit den boze. De discriminerende maatregelen werden overigens niet overal stringent toegepast.

Karaktereigenschappen

De maatregelen leidden op de lange duur tot speciale karaktereigenschappen bij de dhimmi's. Het totaal van deze eigenschappen -op politiek, economisch, cultureel, sociaal en psychologisch terrein- noemt Bat Ye'or "dhimmitude". Dhimmitude was tweevoudig. Ten eerste verwachtten moslims van Joden en christenen dat zij zich in hun rol als dhimmi's schikten. Ten tweede raakten de dhimmi's zelf zo aan dhimmitude gewend dat ze zelf actief meewerkten aan de instandhouding ervan. Wie denkt dat dhimmitude behoort tot een lang vervlogen verleden, houdt zichzelf voor de gek. Een belangrijke stelling die Ye'or doet in haar laatste boek, getiteld "Islam en dhimmitude: waar beschavingen botsen", is dat dhimmitude nog steeds doorwerkt in het Midden-Oosten en zelfs een uitstraling heeft naar de westerse beschaving. Bat Ye'or schreef al twee andere boeken over dhimmi's. In 1985 verscheen "De dhimmi: joden en christenen onder de islam" en in 1996 "De neergang van oosters christendom onder islam: van jihad naar dhimmitude". De vorige twee boeken gingen vooral over dhimmi's in het verleden. Het laatste, rijk gedocumenteerde, boek gaat in op de huidige tijd. Ye'or geeft in haar werken een uiterst kritisch beeld van de islam. Het idee dat het voor de oprichting van de staat Israël allemaal koek en ei was tussen moslims en niet-moslims, houdt onder een veelvoud van bewijsmateriaal geen stand.

Rol

Joden hebben door de oprichting van de staat Israël het patroon van onderwerping verbroken. Zij richtten die staat op in de "dar al-islam" (het huis van de islam). Daarmee ging het grondgebied waarop de Joodse natie gevestigd werd, over tot de "dar al-harb" (het huis van de oorlog). De "dar al-harb" moet bestreden worden door de jihad (heilige oorlog). Ook Libanese christenen hebben gepoogd een eigen christelijk-nationale staat op te richten. In mei 2000 viel echter, met de ineenstorting van het Zuid-Libanese leger SLA, het laatste bolwerk in elkaar. De sjiitische Hezbollah (partij van Allah) had een jarenlange strijd gevoerd tegen het Israëlische leger en de SLA in Libanon. De meeste Arabische christenen passen zich echter aan bij de moslimmeerderheid. Ze hopen volgens Ye'or dat moslims hen zullen accepteren door een anti-Israël-houding aan te nemen. De haat onder Arabis che christenen tegen Joden was met name groot onder de christenen van Syrië en Palestina in de eerste helft van de vorige eeuw. Christenen werden initiatiefnemers van de Arabische fascistische bewegingen. Ze waren ook actief in de verspreiding van antisemitisch materiaal. Later werden Palestijnse christenen belangrijke woordvoerders voor de Palestijnse kwestie. We hoeven maar te denken aan de Palestijnse zegsvrouw Hanan Ashrawi en de Amerikaans-Palestijnse intellectueel Edward Said. Andere Palestijnse christenen werden actief in terreurorganisaties. George Habasj leidde het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina en Nayef Hawatmeh van het Democratisch Front. Deze partijen zijn verantwoordelijk voor een lange lijst bloedige aanslagen in Israël. Maar Ye'or stelt met nadruk dat het de christenen nooit zal lukken volledig geaccepteerd te worden in een islamitische samenleving, hoe erg ze hun best ook doen. In 1986 bijvoorbeeld verscheen er een verklaring die werd toegeschreven aan Kamal Khatib, het hoofd van de islamitische beweging in Kana in Galilea, waarin George Habasj en de Grieks-orthodoxe aartsbisschop Hilarion Capucci nieuwe "kruisvaarders" worden genoemd. Beiden waren actief in terreurbewegingen, maar toch beschouwde de schrijver hen blijkbaar als een soort vijfde colonne.

Sharia

In november 1987 bestempelde ook de Palestijnse islamitische krant Al-Sirat christenen in de PLO tot kruisvaarders. Deze beschuldiging leidde ertoe dat de patriarchen en aartsbisschoppen van Jeruzalem een petitie tekenden waarin zij de kerken wereldwijd opriepen de zijde van de Palestijnen te kiezen. Ook de medische, sociale en educatieve instellingen van Arabische kerken die diensten verlenen aan de hele bevolking, helpen uiteindelijk niet de acceptatie te verwerven. Dat christenen nog steeds problemen ondervinden als minderheden blijkt overal. De Wall Street Journal meldde in juli 1994 dat moslims geen land verkopen aan christenen in Palestina. Christelijke begraafplaatsen, kruisen en beelden werden ontwijd en christenen werden in elkaar geslagen. Vrees voor wraak weerhield de slachtoffers ervan hun mond open te doen. De Palestijnse Autoriteit oefende druk op de kerkleiders uit op te treden als aanklagers tegen Israël, aldus Ye'or.

Ook elders in de islamitische wereld werd de situatie van Arabische christenen er niet beter op. Moslims keerden terug tot fundamentalistische vormen van de islam en daarmee werd de herintroductie van de sharia (wet van Allah) een feit. In Saudi-Arabië, Iran, Sudan en Pakistan is de sharia weer ingevoerd, andere landen worden erdoor beïnvloed. Vroegere communistische landen keren zich tot de islam, en christenen emigreren. Islamisten schilderen de conflicten in Afghanistan, Sudan, Irak, Bosnië, Kosovo, Tsjetsjenië en Indonesië af als de traditionele jihad. In Sudan leidde de invoering van de sharia in 1983 tot een opstand onder christenen en animisten in het zuiden van dat land. Lijfstraffen, verminking, doodstraf voor afval en blasfemie en kruisiging van doodgemart elden - het hoort er allemaal bij. "Moslims die Palestijnse christenen vervolgen worden niet verantwoordelijk gehouden voor hun acties", zegt Ye'or. De schade die moslims aanbrengen wordt op Israëls rekening geschoven met het doel Israël te demoniseren en internationale sancties tegen dat land te eisen. "Deze situatie is typerend voor de dhimmitude-relatie", zegt zij. Dhimmi's namelijk werden geacht geen aanklacht tegen moslims in te dienen. Een belangrijke claim in dit boek is dat dhimmitude ook invloed uitoefent op het Westen. Er bestaan volgens Ye'or belangrijke overeenkomsten tussen de houding van dhimmi's in het Midden-Oosten en de houding van westerlingen.

Verantwoordelijkheid

Schrijnend is de ontkenning bij velen in het Westen van verdrukking van christenen. De anglicaanse aartsbisschop George Carey zei nadat hij één dag in Egypte op bezoek was geweest om de christelijk-islamitische dialoog te promoten: "Ik ben geen vijandelijkheden tegen christenen in Egypte tegengekomen." Ye'or schrijft met betrekking tot de toestand in Sudan: "Geen van de christelijke of animistische kinderen die moedwillig in slavernij gebracht werden, die gedwongen werden zich tot de islam te bekeren, die verminkt of gedood werden of werden gedwongen te vluchten, heeft zijn foto groot afgedrukt gekregen in de westerse pers. Geen van hen werd genoemd of betreurd. Maar Muhammad al-Dura, een moslim-Palestijns kind dat per ongeluk gedood werd in kruisvuur tussen Palestijnen, die ermee begonnen, en Israëliërs, werd het meest bekende slachtoffer op aarde." De 12-jarige Muhammad al-Dura werd aan het begin van de Al-Aqsa-intifada doodgeschoten in Gaza.

Sommigen christenen echter laten een kritisch geluid horen. Amerikaanse organisaties als Freedom House en de Amerikaanse schrijver dr. Paul Marshall wezen op vervolgingen. En Habib Malik, de zoon van de vroegere Libanese minister van Buitenlandse Zaken Charles Malik, wees erop dat het geloof dat oplossing van het Palestijnse probleem alle vervolging zal beëindigen, op diepe angst en onwetendheid bij de dhimmi's duidt. Palestijnse christenen hebben volgens hem islamitische belangen bevorderd en ze dragen daarmee een zware verantwoordelijkheid voor de antizionistische focus in de christelijke wereld. Ye'or gelooft niet dat de problemen tussen de islam en het Westen de wereld uit zijn als het conflict tussen Israël en de Palestijnen wordt opgelost. Ze verwerpt ook de stelling dat islamitische terreur te maken heeft met de staat Israël, zoals velen in Europa denken. "Want islamitisch terrorisme, dat zich op alle continenten ontwikkeld heeft, is gebaseerd op islamitische politiek die een gevolg is van een doctrine die terreur rechtvaardigt en die meer dan duizend jaar voorafgaat aan de stichting van de staat Israël in 1948." Jihad maakt geen onderscheid tussen het ene of het andere land en moet tegen alle niet-moslims worden toegepast, omdat zij zich uiteindelijk in dezelfde categorie bevinden als Israëliërs. De Egyptische onderzoekster rekent af met de notie dat het conflict tussen Israël en de Arabische wereld slechts een conflict is over verdeling van het land - zoals trouwens al vele andere Midden-Oosten-wetenschappers voor haar gedaan hebben. Zij draagt overvloedig bewijsmateriaal aan dat de strijd rondom Israël voortvloeit uit het feit dat een deel van de wereld is onttrokken aan de heerschappij van de islam. Ten tweede geeft ze een verklaring voor de eenzijdige houding van Europese politici inzake het Israëlisch-Palestijnse conflict. Dat zijn enkele sterke punten van het boek.

Naties

Maar in het aanbrengen van nuance is de schrijfster zwak. De invloed van dhimmitude bijvoorbeeld is slechts een gedeeltelijke verklaring van het feit dat westerse christenen veelal zwijgen over vervolgingen van geloofsgenoten. Een veel belangrijker oorzaak is onverschilligheid, die een gevolg is van gebrek aan identificatie met medechristenen wereldwijd. Christenen vereenzelvigen zich met de naties waarin ze leven en mogelijk met enkele andere naties waar ze een sympathie voor koesteren. De banden met naties zijn in de regel veel belangrijker dan die met medechristenen, zeker als die tot een andere denominatie -zoals de oosterse kerken- behoren. Vereenzelviging met de eigen natie verklaart ook in belangrijke mate de anti-Israël-houding die Arabische christenen aannemen. Palestijnse christenen zijn nu eenmaal geen Joden en van hen kan niet worden verwacht dat zij zich identificeren met de nationale beweging van de Joden, het zionisme. Zij krijgen daarvoor ook geen kans. Bijvoorbeeld: een Israëlische soldaat die bij de grens staat tussen Bethlehem in Palestijns autonoom gebied en Israël vraagt niet of hij met een moslim of een christen te doen heeft. Het feit dat hij een Palestijn voor zich heeft is voldoende om hem de toegang tot Jeruzalem te ontzeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 maart 2002

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Eenmaal een dhimmi, altijd een dhimmi

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 maart 2002

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken