Bekijk het origineel

Een 'godsdienst' voor doe-het-zelvers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een 'godsdienst' voor doe-het-zelvers

Vrijmetselaars: bouwers aan zichzelf en een wereldwijde broederschap

6 minuten leestijd

"Ik beloof het doel der Orde naar vermogen door woord, geschrift, daad en voorbeeld, in handel en wandel te zullen voorstaan. Ik beloof gehoorzaamheid aan de wetten der Orde en aan de besluiten van het Grootoosten. Ik beloof" Dit zegt een profaan bij zijn inwijding als leerling-vrijmetselaar.

De Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden -zoals de orde voluit heet- is voor de buitenwacht met een waas van geheimzinnigheid omgeven. Zelf spreken vrijmetselaren liever van een zekere beslotenheid. Namen van leden worden niet openbaar gemaakt en inwijdingsrituelen houden ze liever geheim, ter wille van het verrassingseffect tijdens de inwijding. Mensen die de teksten van rituelen naar buiten brengen, noemt de orde 'verraders'. In de inwijdingsgelofte waren nog niet zo lang geleden teksten te vinden als: "Liever snijd ik mijn keel af, dan dat ik ontrouw ben aan het geheim van de vrijmetselarij." Desondanks zijn de teksten van inwijdingsrituelen tegenwoordig gewoon op internet te vinden.

Op een internetsite van Stichting Argus zijn de teksten van verschillende inwijdingsrituelen te vinden. "Nadat de loge is geopend, deelt de "achtbare meester" de leden van de loge mee dat de bijeenkomst tot doel heeft het aannemen van een profaan. De ceremoniemeester krijgt de opdracht de geblinddoekte kandidaat tot vóór de tempelpoort te geleiden. Daar aangekomen laat hij de kandidaat met drie slagen aankloppen. Daarop zegt de voorbereider: Zoekt en gij zult vinden. Hierop laat de ceremoniemeester de slagen herhalen. Dan zegt de voorbereider: Bidt en u zal gegeven worden. Na de derde keer aankloppen zegt hij: Klopt en u zal worden opengedaan. Op last van de achtbaar meester wordt gevraagd wie aan de tempelpoort als profaan klopt. De voorbereider antwoordt dat het een vrij man is van goede naam, die verlangt vrijmetselaar te worden. Het verlangen om ingewijd te worden en zijn zoektocht naar het licht hebben ertoe geleid dat hij aan de tempelpoort klopt."

Zo begint de ceremonie vol symboliek en bijbelse woorden -overigens duidelijk niet blasfemisch bedoeld- tot opneming van een nieuwe vrijmetselaar. Na rondgangen langs de vier windstreken van de 'tempel' en langs enkele struikelblokken, moet de geblinddoekte kandidaat de "bittere beker" leegdrinken. Ten slotte moet hij geknield met de rechterhand op de Bijbel -het eerste grote Licht- tussen geopende passer en winkelhaak de gelofte afleggen.

Brede interesse

De vrijmetselarij -van oorsprong waarschijnlijk voortgekomen uit de steenhouwersgilden van de late Middeleeuwen- is een stroming die georganiseerd is in zogenaamde plaatselijke loges -het woord loge is afgeleid van het Engelse "lodge", dat werkplaats betekent. Net als binnen de gilden bestaan er drie verschillende graden: leerling, gezel en meester. Leider van de nationale orde is een grootmeester. Verder kent de vrijmetselarij ook een soort synode, het Grootoosten genoemd.

Het schootsvel -symbolisch attribuut van de vrijmetselaar- omdoen gaat niet zomaar. Het zijn meestal naar waarheid en zingeving zoekende mensen uit de bovenlaag van de bevolking met een brede interesse die de stap nemen om het lidmaatschap van de orde aan te vragen. Gesprekken met de kandidaat moeten duidelijk maken wat hij van vrijmetselarij verwacht en of hij geschikt is voor de desbetreffende loge. Als hij een "vrij man" -niet bezet met dogma's en vooroordelen- blijkt te zijn, en van goede naam, is de kandidaat geschikt voor toelating. In het toelatingsritueel -een soort toneelstukje- speelt de kandidaat een voor hem onbekende hoofdrol, wat symbool staat voor de onbekende rol die ieder mens in het leven speelt.

"Eenmaal aangenomen als leerling moet de vrijmetselaar leren zichzelf, als ruwe steen, met hamer en beitel te bewerken. Bevorderd tot gezel -een gepolijste steen- ligt het accent meer op het stapelen van stenen - de relatie tot anderen. De derde graad is die van meester. Dan ontstaat het zicht op het bouwplan van de Opperbouwmeester des Heelals en op de plaats van de stenen in zijn plannen", zegt prof. dr. A. W. F. M. van de Sande, bijzonder hoogleraar vrijmetselarij aan de faculteit der godgeleerdheid in Leiden.

"Gemiddeld eens in de maand vindt er een inwijdingsrituaal plaats. In de overige bijeenkomsten in de loge -tempel genoemd- worden er zogenaamde comparities gehouden. Dat zijn lezingen -"bouwstukken", zoals de vrijmetselaren die in hun symbolische taal noemen- die door leden gehouden worden over een maatschappelijk, filosofisch of ethisch onderwerp dat hen bezighoudt. De logeleden bespreken en bediscussiëren die lezingen met elkaar", zo omschrijft de rooms-katholieke hoogleraar de logebijeenkomsten. Op deze manier komen de bouwstenen gereed om ingevoegd te worden in de 'tempel van Salomo'. Dit gebouw is het symbool van de wereldwijde broederschap waaraan de vrijmetselaren werken. De eerste tempel, een volmaakt gebouw, symboliseert het doel van de schepping. "Je zou het kunnen omschrijven met het motto: Verbeter de wereld, begin bij jezelf", zegt Van de Sande.

Humanistisch

Voor ds. H. Veldhuizen, hervormd emeritus predikant te Wapenveld, zit hier juist het mankement. "Twee wereldoorlogen en 60 miljoen doden in de twintigste eeuw maken wel duidelijk wat de bouwende mens kan bereiken. De mens moet bouwen aan een betere wereld. Daarin zie ik duidelijk humanistische elementen bij de vrijmetselaren. God als Schepper, dat heeft toch wel diepere dimensies dan een God als Opperbouwmeester des Heelals, Die een ongrijpbaar en vaag Iemand is. Ik mis in de vrijmetselarij het middelaarswerk van Christus, Die door Zijn Geest de mens vernieuwt. Zelfs de allerheiligste heeft dan nog maar een klein beginsel van de nieuwe gehoorzaamheid. Er is maar één Bouwer, Jezus Christus, Die mens en schepping bouwt totdat ze eenmaal volmaakt zullen zijn", aldus de predikant, die in het verleden een standaardwerk schreef over sekten en stromingen.

Van de Sande kenschetst de orde als "een inwijdingsgenootschap met een specifieke methode om jezelf te leren kennen. Van daaruit probeert de vrijmetselaar de zin van alles te ontdekken." Ondanks dat het genootschap veel bijbelse elementen gebruikt, is het volgens hem geen kerkgenootschap, want het zegt niet dé waarheid te kennen. Vrijmetselaars zijn zoekend naar de waarheid. Daarom blijkt de orde ook aantrekkingskracht uit te oefenen op allerlei mensen met heel verschillende levensbeschouwelijke achtergronden: behalve christenen ook Joden, moslims, hindoes en boeddhisten. Een vrijmetselaar kan actief zijn binnen een kerk én binnen de loge.

Dekmantel

Grote namen uit de geschiedenis zijn vrijmetselaar geweest, onder wie Goethe, Mozart, koning George VI van Engeland, de Nederlandse koning Willem II en zijn broer prins Frederik, die 65 jaar lang grootmeester van de Nederlandse vrijmetselaars was.

Is het genootschap gevaarlijk? Door zijn beslotenheid en geheimhouding doen er nogal wat indianenverhalen de ronde, volgens de Leidse hoogleraar. "Er zijn ook wel loges gebruikt als dekmantel voor politieke samenzwering, zoals de beruchte P2-loge in Italië. Juist de beslotenheid ervan werkt dat in de hand. Het zou daarom goed zijn als de orde wat meer naar buiten zou treden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 maart 2002

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Een 'godsdienst' voor doe-het-zelvers

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 maart 2002

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken