Bekijk het origineel

Een kluizenaar met een rijke boodschap

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een kluizenaar met een rijke boodschap

Pink: De leer van de soevereiniteit is een stormram tegen de menselijke trots

9 minuten leestijd

Een beetje een kluizenaar, een sombere zonderling. Een teleurgesteld mens met een wankele gezondheid. Een predikant die nauwelijks met mensen om kon gaan. Verguisd, bespot, en door de arminianen die hij bestreed al lang vergeten. Dat was Arthur Walkington Pink (1886-1952). Maar er is meer over Pink te zeggen. Biograaf ds. Iain H. Murray zegt: "Arthur Pink, de man die alle deuren voor zich gesloten vond, opende voor velen de deur tot een nieuw, levend en geheiligd verstaan van de Schriften."

Arthur Walkington Pink wordt geboren op 1 april 1886 in de Engelse stad No ttingham (tussen Sheffield en Leicester, in de zogeheten Midlands). Vader Thomas Pink, een ijverig koopman in graan, gaat zijn gezin op vrome en krachtige wijze voor in de wegen des Heeren. Dat blijkt vooral op de zondagen. Het speelgoed wordt op zaterdagavond opgeruimd. Zondags wordt er in het gezin Pink niet anders gedaan dan opgaan naar Gods huis, lezen in de Bijbel en in geschriften van oudvaders (met name de "Christenreis" van John Bunyan) en het zingen van geestelijke liederen. 's Middags geeft Thomas Pink aan zijn drie kinderen zondagsschool en catechisatie. Tussenbeide leest moeder Agnes ("een godzalige vrouw, die mij reeds voor mijn geboorte bestemd had voor de dienst aan God") voor uit het grote martelarenboek van Foxe.

Met dankbaarheid zal Arthur Pink later nog aan deze dingen terugdenken. Vele malen citeert hij het vers: "Een sabbat goed besteed, geeft een tevreden week, en kracht voor de arbeid van morgen; maar een sabbat ontheiligd, wát er verder ook wordt verdiend, is een zekere voorbode van verdriet."

Kerkverlaters

Het was een donkere tijd. De bekende anglicaanse bisschop J. C. Ryle van Liverpool schreef daarover: "De christelijke kerken in Engeland zijn, in verharding, ongeloof, afgoderij en eigengerechtigheid, weinig beter dan de Joodse kerk ten tijde van de Heere Jezus."

Arthur Pink voelt zich, alle vrome ijver van zijn ouders ten spijt, aanvankelijk meer thuis in deze geestelijke donkerte dan bij het Licht der wereld. Samen met zijn broer en zuster geeft hij te kennen de kerk te willen verlaten. Arthur wordt zelf gevangen door het theosofisme (een mystieke, filosofische wereldbeschouwing) en het occultisme. Hij wordt zelfs een gevierd spreker op theosofische bijeenkomsten.

Toen Pink 22 jaar was, was het met dat alles gebeurd. Arthur Pink kon niet langer de God van zijn ouders wederstaan. Hij begon, overtuigd door de Heilige Geest, tot de hemel om ontferming te roepen. Hij schreef: "In 1908 redde mij de Heere, in mijn slaapkamer. Ik wist toen heel duidelijk dat Hij mij ook geroepen had om Zijn dienstknecht te zijn." Later zei hij: "Ik ben geen eigen baas, maar het eigendom van Christus en daarom ben ik vastbesloten om mijzelf en al mijn kracht door genade te wijden aan het welzijn van de lammeren en de schapen van Christus." Zijn vader, die zijn zielenworstelingen kende, zei: "De Heere zij geprezen, mijn zoon is verlost."

In het jaar van zijn bekering hield Pink zijn eerste preek, over de woorden: "Want ik schaam mij het Evangelie van Christus niet."

Spreuken 19

Omdat de Engelse universiteiten doordrenkt waren van oosterse filosofie, besluit Pink in Amerika te gaan studeren. Op het Moody-bijbelinstituut in het Amerikaanse Chicago wordt Arthur Pink opgeleid tot predikant. Hij houdt het daar niet lang vol. Hij vindt het maar vermorste tijd. In augustus 1910 vinden we Pink terug als predikant in Silverton, een mijnwerkerskamp in het gebergte van Colorado. Van Silverton verhuist Pink vervolgens naar Californië, aan de westkust van de Verenigde Staten.

In 1915 wordt Pink tot predikant bevestigd in Burkesville en Albany (Kentucky). Hier trouwt hij met de zeven jaar jongere Vera Russell. Achttien jaar later schrijft hij aan een jongere vriend over trouwen: "Het is een erg plechtige onderneming om te trouwen. En het vraagt van ons dat we wachten op de Heere, wat Hij goed voor ons vindt. Spreuken 19:14 ("Een verstandige vrouw is van de Heere") was mijn gids. Ik smeekte de Heere om mij naar zo'n vrouw te leiden. En Hij deed het."

Dwalingen

In Chicago was Pink in aanraking gekomen met de dispensationalisten. Dat zijn mensen die alle gebeurtenissen in de Schrift en in de wereld inpassen in een logisch plan van God, dat volgens bepaalde bedelingen verloopt. Lang is Pink in deze strikken gevangen gebleven. Men vindt de opvattingen van de dispensationalisten nog wel terug in een aantal van zijn boeken. Zo dicht hij aan de zeven scheppingsdagen geestelijke gedachten toe die onderdeel zouden zijn van Gods verlossend handelen met de mens. En bij de kruisiging van Jezus ziet hij, meer dan andere exegeten, verband tussen de drie uur durende duisternis en de leer van de goddelijke Drie-eenheid.

Ook heeft Pink veel strijd gevoerd om los te raken van de leerstellingen van het arminianisme. Pas na grote worstelingen kwam hij tot de omhelzing van de leer van de rechtvaardigmaking van een goddeloos zondaar door het kruis van Christus.

Hypercalvinist

In zijn biografisch geschrift "Arthur W. Pink, born to write" schrijft Richard P. Belcher dat velen Pink nauwelijks serieus namen. "Sommigen bespotten de mens Pink, men beschouwde hem als een eigenaardig man, die nauwelijks in staat was om met mensen om te gaan. Sommigen betitelden hem als een hypercalvinist, die te veel de nadruk legde op de soevereiniteit van God en daarbij onvoldoende oog had voor de menselijke verantwoordelijkheid."

Belcher noemde echter ook anderen die vol lof over Pink hebben geschreven: "Pink is een puritein die te laat geboren werd." "De geschriften van Pink kunnen gekarakteriseerd worden met: eenvoudig en schriftuurlijk", en "De geschriften van Pink zijn de schakel tussen onze dagen en die van de puriteinen."

Van 1917 tot 1920 is Pink predikant in Spartanburg, South Carolina. Hier schrijft hij zijn eerste boek, over de goddelijke inspiratie van de Bijbel. Zijn tweede boek -vrucht van tien jaar bijbelstudie- heet "De soevereiniteit van God" (1918). De leer van deze soevereiniteit noemt Pink diep vernederend voor het menselijk schepsel: "Het is een grote stormram tegen de menselijke trots. Maar als deze leer ons vernedert, loopt zij uit in een prijzen van God."

Depressie

Pinks boeken blijken voor velen al te stevige kost. Ook zijn preken vinden weinig gehoor. De toch al in zichzelf gekeerde en zonderlinge Pink versombert. Hij raakt depressief. In de eenzaamheid van zijn studeerkamer ontwikkelt hij een pessimistische visie op de zichtbare kerk. Dat ging zo ver dat hij vrienden met wie hij correspondeert zelfs adviseerde om zich aan iedere vorm van kerkelijk leven te onttrekken.

Iain Murray, auteur van "The life of Arthur W. Pink", schetst het beeld van een man die niet kon omgaan met de verscheurdheid van het lichaam van Christus en daarom afstand nam van iedere vorm van geïnstitutionaliseerd kerkelijk leven.

In toenemende mate beschouwde Pink het als zijn roeping om zich in zijn kluizenaarsbestaan toe te leggen op het schrijven. In deze tijd verscheen zijn boekje over de zeven kruiswoorden van de Heere Jezus, "Het spreken van de Borg op Golgotha". Dit boekje is in 1996 ook in het Nederlands verschenen. Daarin zegt hij onder meer: "God is tevreden met het werk van Christus. Waarom bent u het dan niet?"

Studies

Vanaf 1922 geeft Pink (op initiatief van zijn uitgever I. C. Herendeen) het maandblad "Studies in the Scriptures" uit. Over de inhoud van deze bijbelstudies zegt de schrijver zelf: "Er staat weinig in wat de gewone lezer fijn vindt. Als u dit blad leest zoals u de krant leest, zult u er weinig profijt van hebben voor uw ziel. Wat we van de lezers verwachten is dit: dat u eerst uw hart opheft tot God voordat u gaat lezen, om Hem ernstig te vragen om de Geest des onderscheids om Zijn Waarheid te herkennen, en een open hart om deze te ontvangen. In de tweede plaats dat u de artikelen leest met een open Bijbel voor u. En laat ten slotte dit blad geen vervanging zijn van uw dagelijkse bijbelstudie."

Het maandblad verscheen van 1922 tot 1953 en werd geheel door Pink en zijn vrouw verzorgd. "Studies in the Scriptures" leed meestentijds een kwijnend bestaan. In de magerste jaren telde het blad maar een paar honderd abonnees. Het deerde Pink niet. Hij schreef: "Als we iedere maand maar zouden schrijven over de tekenen der tijden, als we maar een vragenrubriek zouden opnemen, en we zouden nog wat van zulke dingen realiseren, dan zou ons blad wel populairder zijn. Maar het is niet ons oogmerk om mensen te amuseren, maar om hun geweten te doorzoeken; niet om toe te geven aan de zucht naar sensatie, maar om Christus' hongerige kudde te voeden; niet om oppervlakkige hoogleraren te plezieren, maar om Gods kinderen meer en meer buiten zichzelf te laten zien."

Eiland Lewis

Pink woont en werkt ook drie jaar in Australië (1925-1928). Hier komt eveneens tegenkanting tegen zijn leer. De een vindt zijn accent op de goddelijke vrijmacht en verkiezing te sterk, de ander beklaagt zich erover dat hij te veel de nadruk legt op de menselijke verantwoordelijkheid. Ook in Australië belandt Pink kerkelijk in de berm.

Enkele jaren later onderneemt het echtpaar nog een reis naar de Verenigde Staten, maar opnieuw merkt de predikant dat zijn boodschap ongewenst is. Hij ervaart: "Ze hebben Christus verworpen, ze verwerpen ook Zijn dienaren."

Moedeloos keert Pink terug naar Engeland. Aanvankelijk woont het echtpaar in de Zuid-Engelse kustplaats Hove, maar door de voortdurende dreiging van de Tweede Wereldoorlog ontbreekt hem daar de rust om te studeren en te schrijven. Voor de laatste keer verhuist Pink, nu naar Stornoway, op het stille en eenzame eiland Lewis, helemaal in het noordwesten van Schotland.

In 1952 is de kaars opgebrand. Voor Pink is het zijn tijd. Hij verlangt ernaar om heen te gaan. "Mijn werk is af", zegt hij. "Mijn loop is geëindigd. Ik ben gereed om te sterven. Het kan me niet snel genoeg gaan." Met Psalm 23 op de lippen blaast hij de laatste adem uit.

Op 17 juli 1952 dragen enkele vrienden hem naar zijn laatste rustplaats. Op zijn graf, in een uithoek van de wereld, staat niet eens een steen. Voor Arthur Walkington Pink geen monument. Zijn monument was: "Studies in the Scriptures".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2002

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Een kluizenaar met een rijke boodschap

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2002

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken