Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Dit is mooie bijbelse vroomheid"

Geestverwanten vullen Calvijns bijbelverklaring aan

8 minuten leestijd

De bruin met goud bedrukte banden doen vertrouwd aan. Uitgeverij De Groot Goudriaan uit Kampen gaat bijbelverklaringen van Calvijns geestverwanten uitgegeven. Bewust in dezelfde uitvoering, want het is de bedoeling vooral die bijbelboeken uit te kiezen waarvan geen commentaar van Calvijn beschikbaar is. De eerste twee banden zijn inmiddels verschenen: "Openbaring", deel 1, van Heinrich Bullinger en "De Brief van Paulus aan de Efeziërs" van Martin Bucer. Mooie bijbelse vroomheid, oordeelt prof. dr. W. van 't Spijker, betrokken bij het project.

De theologen Bullinger en Bucer hebben in hun tijd en daarna grote invloed uitgeoefend. Beiden stelden hun leven in dienst van de reformatorische beweging in de zestiende eeuw. Heinrich Bullinger (1504-1574) was vooral een begaafd prediker. Hij preekte in Zürich soms acht keer per week. Martin Bucer (1491-1551) is qua theologie vergelijkbaar met Calvijn, en zelfs van grotere kwaliteit dan Melanchthon, denkt prof. Van 't Spijker. De reformatiedeskundige verzorgde de vertaling van het commentaar van Bucer op Efeze. Van 't Spijker, in 1970 gepromoveerd op de ambten bij Bucer, heeft sindsdien in tal van publicaties de reformatorische theologie voor het voetlicht gehaald. Juist dezer dagen verscheen een herdruk van zijn boek "Luther, belofte en ervaring" (1983). In zijn Apeldoornse woning geeft de christelijke gereformeerde emeritus hoogleraar tekst en uitleg bij het commentarenproject.

"Bullinger bracht de mensen dicht bij de Schrift. Zijn werken zijn in Nederland veel vertaald. Vanuit Zürich oefende hij grote invloed uit in de Nederlanden, bijvoorbeeld met zijn avondmaalsleer en zijn leer van de predestinatie. Het is bekend dat Bullingers "Huisboeck" met VOC-schepen meeging. Hij had echter een andere visie op kerk en staat dan de gereformeerde theologen in Nederland, zodat zijn invloed later is teruggelopen. Ook het feit dat de remonstranten zich op hem hebben beroepen, heeft daarmee te maken."

De commentaar van Bullinger op het bijbelboek (ISBN 90 6140 806 7) moet een lacune in het oeuvre van Calvijn opvullen. Van de Fransman uit Genève wordt nogal eens gezegd dat hij het niet aandurfde de Openbaring te verklaren. Van 't Spijker maant tot terughoudendheid met dergelijke hypotheses. "Je kunt wellicht zeggen dat hij wat voorzichtig is geweest, hij heeft bijvoorbeeld ook geen verklaring over het Hooglied geschreven. Ik vraag me echter af of deze commentaren er ook niet waren gekomen als hij langer had geleefd. De oorzaak van het wegblijven is niet zo duidelijk dat je er direct conclusies aan kunt verbinden."

De "Openbaring" van Bullinger zal twee delen gaan omvatten. De vertaling is gebaseerd op een goede Nederlandse vertaling uit de zestiende eeuw. Deze is door een classica deskundig vergeleken met de oorspronkelijke Latijnse tekst. Bullinger heeft, zo vermeldt de titelpagina, zijn commentaar opgedragen "aan allen die om Christus' wil verdreven zijn uit Frankrijk, Engeland, Italië en andere koninkrijken of naties."

Daaruit spreekt de context van de vervolgde kerk uit de zestiende eeuw. Maar ook de christen van vandaag zal zich in het commentaar herkennen, zegt Van 't Spijker. "Bullinger schreef in een tijd van vervolging. Dat feit heeft onmiskenbaar z'n neerslag gekregen in zijn commentaar. Tegelijk herken je, als je het leest en verwerkt, er de beelden, typen en paradigma's uit de hele geschiedenis in. Vervolging en verdrukking is er altijd geweest, en is er ook nu."

Strateeg

Door de vroege dood van Zwingli (1531) is het optreden van Bullinger min of meer onder een hypotheek komen te liggen, vertelt Van 't Spijker. "Bullinger heeft zijn erfenis moeten bewaken. De reformatie in Zürich lag vanuit Wittenberg voortdurend onder vuur. Dan heb je toch een wat andere positie dan wanneer je als zelfstandig theoloog kunt optreden. Wat zijn capaciteiten betreft, is hij dat ongetwijfeld geweest, maar zijn rol was anders. De andere reformatoren hebben in de jaren dertig van de zestiende eeuw allen een soort "upgrading" meegemaakt. Ze gingen zich heroriënteren op het oorspronkelijke bestand, de academische vormgeving kwam van de grond.

Het ging in feite om een soort consolidatie van de leer, zoals je bij Melanchthon ziet. Eerst dachten de reformatoren: We kunnen wel binnen de Rooms-Katholieke Kerk tot een reformatie komen. Maar in de jaren dertig tekent zich in confessioneel opzicht een soort consolidatie af, wat ook samenhangt met het optreden van de anabaptisten. Die zetten toen alle zeilen bij om hun beweging van de grond te krijgen."

De "diepere bezinning" in de jaren dertig, waardoor de reformatorische theologie een soort "finishing touch" kreeg, heeft Zwingli gemist. Van 't Spijker: "Bullinger heeft zijn taak moeten overnemen. Je zou kunnen zeggen dat hij een erfgenaam was van een niet-uitgewerkte theologie. Maar toch een groot theoloog, die het veld op een verbazingwekkende wijze beheerste. Bullinger heeft de meeste brieven geschreven van alle reformatoren. Er is nog oneindig veel dat uitgegeven moet worden. Nauwkeurig was Bullinger op de hoogte van wat er in Europa gebeurde, inclusief de Nederlanden en Engeland. Ook Calvijn bevond zich in een groot netwerk, maar je zou kunnen zeggen dat de contacten bij Bullinger meer waren georganiseerd. Als een strateeg heeft hij de hele zaak kunnen leiden."

Bullingers commentaar op de Openbaring neemt een eerbiedwaardige plaats in te midden van de vele reformatorische commentaren, zegt Van 't Spijker. "Hij hangt een vorm van millenniarisme aan. Openbaring is een boek dat in nauwe relatie staat met je visie op de eigen tijd. In het identificeren van concrete personen is Bullinger echter tamelijk gematigd. Vooral het papale instituut, waarin de paus het hoofd van de kerk is, noemt hij antichristelijk."

Al lezend in Bullingers schriftuitleg kom je in aanraking met een eenvoudige, mooie bijbelse vroomheid, vindt Van 't Spijker. "Je kunt zien dat hij zijn opleiding heeft gehad bij de broeders des gemenen levens. Hij is niet direct geïnspireerd door een terugkeer naar de scholastiek."

Bruggenbouwer

Ook Bucer is voor Van 't Spijker een oude bekende, door zijn jarenlange omgang met deze Straatsburgse theoloog. De vertaling van Bucers commentaar op de Efezebrief (ISBN 90 6140 808 3) is een werk van lange adem geweest. Grote delen zijn in de loop der jaren gebruikt tijdens de colleges kerkgeschiedenis die de hoogleraar gaf aan de Theologische Universiteit van Apeldoorn. Tijdens die colleges is ook de vertaling ontstaan.

"Je kunt erg veel van Bucer leren. Hij is een open theoloog die voortdurend in gesprek is, en hij heeft er alles aan gedaan om de eenheid van de reformatorische beweging te behouden, om te overbruggen en de zaken bij elkaar te houden. Daardoor is hij vaak niet goed begrepen. Een bekende kreet is dat Bucer een "gewiekst opsteller van paciferende formules" was. Men heeft hem een beetje dubbel genoemd." Van 't Spijker kan in die ambivalente waardering niet meegaan. "Uiteindelijk is hij, toen het erop aankwam, toch in ballingschap gegaan. De keizer zei: Hij weg, of ik kom eraan. Dat heeft Bucer veel verdriet gedaan. Hij is als een eenzame oude man in ballingschap gestorven.

Als theoloog en kerkleider is Bucer in Straatsburg jarenlang op de achtergrond gebleven. Hij heeft het er af moeten leggen tegen de lutherse orthodoxie. Toch is hij een zeer invloedrijke figuur en een groot theoloog geweest. Ik acht hem zelfs van grotere kwaliteit dan Melanchthon."

Prof. Van 't Spijker denkt wel dat Bucers methode hem heeft genekt. "Als hij aan het schrijven was, gingen er allerlei gedachten door zijn hoofd. Bucer absorbeerde wat hij hoorde en ging daar direct op in. Hij had er moeite mee zijn gedachten zo mooi op papier te krijgen als Calvijn. Bij Calvijn vind je alles fraai geregistreerd, beknopt en duidelijk, "brevitas et claritas". Hij noemt Bucer excellent in theologisch opzicht, maar voor eenvoudige mensen niet gemakkelijk te volgen."

Vrij vertaald

Met de Efezebrief is Bucer zijn hele leven bezig geweest, legt Van 't Spijker uit. "Luther had de Galatenbrief, dat was zijn kind. Voor de gereformeerde reformatie is de Efezebrief van grote betekenis omdat je daarin de predestinatieleer verwoord vindt, en andere elementen die typisch zijn voor de gereformeerde traditie. De commentaar op Efeze is een soort uitwerking van preken die Bucer heeft gehouden. In het begin van het boek is hij tamelijk uitgebreid van stof, wat aan de hoofdstukindeling is te zien. Aan het eind moet hij dan weer sterk samenvatten. Net als een dominee die zich laat gaan aan het begin van de preek, en er op een gegeven moment achter komt dat zijn tijd om is."

In de verklaring geeft Bucer een min of meer parafraserende vertaling van de bijbeltekst, zegt Van 't Spijker. "Hij vond dat dit, met het oog op de eenvoudigen, de voorkeur verdiende boven een letterlijke weergave. Achterliggende gedachte was dat de grondtekst beschikbaar was en gelezen kon worden voor mensen die de grondtalen kenden. Op zijn vrije vertaling van de bijbeltekst is Bucer aangevallen. Maar uit correspondentie die hij hierover voerde met Zwingli en met geleerden uit de omgeving van Frederik II blijkt dat hij dit standpunt niet wilde prijsgeven. Wel is het zo dat hij, zodra hij met de exegese begon, nauwkeurig de grondtekst volgde."

Bevinding

Karakteristiek voor de vroomheid van Bucer is ook diens oecumenische gezindheid. "Oecumene althans in die zin dat allen die van Christus zijn, echt bij elkaar horen. Als wij vandaag het begrip oecumene gebruiken, is dat natuurlijk beladen. Voor sommigen is het een term van boven, voor anderen een term van beneden. Maar ten tijde van de Reformatie betekende het gehoorzaamheid aan het Evangelie. Wie gehoorzaam is aan het Woord van God, heeft het ware geloof en draagt de naam van Christus."

Van 't Spijker herkent bij de reformatoren een vorm van bevinding waardoor hij zich weet aangesproken. "Ik herinner me dat ik in Straatsburg eens een preek van Bucer las, en toen dacht: Dit is precies wat ons volksdeel bedoelt, deze vorm van "Empfindlichkeit", van hartelijk geloof. Bij Bucer tref je het zeker ook aan. Je zou hem misschien zelfs een voorloper van het piëtisme kunnen noemen, zoals men wel heeft gezegd. Bucer hoort bij iedereen die oprecht de Heere vreest."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2002

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2002

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken