Bekijk het origineel

Weggenomen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Weggenomen

5 minuten leestijd

"Door het geloof is Henoch weggenomen geweest, opdat hij de dood niet zou zien; en hij werd niet gevonden, daarom dat hem God weggenomen had; want vóór zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad, dat Hij Gode behaagde."

Hebreeën 11:5

De geloofsheld Abel is in de strijd gevallen. Hij was de eerste martelaar om de zaak van Gods Koninkrijk. Naast de godsopenbaring heeft ook zijn bloed kerkgeschiedenis geschreven. De theologie van de christelijke kerk wordt niet voor niets "bloedtheologie" genoemd. Immers, het wijst alles heen naar het volmaakt reinigend en heiligend bloed van Jezus Christus. Spreekt Zijn bloed niet van betere dingen dan het bloed van Abel? Uit Abels bloed klinkt de roep om wraak, maar uit Jezus' bloed klinkt de prediking der verzoening.

Kom, laat ik u mogen wijzen op de tweede loper in de loopbaan des geloofs. Het is Henoch, de zoon van Jered. Zijn naam betekent "toegewijde". En zo zijn naam is, is zijn leven: toegewijd aan de satan, de wereld en de lusten van zijn vlees. Maar zie, hij loopt in de loopbaan! Nee, daar heeft hij zichzelf niet in gebracht, daar heeft de Heere hem in gebracht.

Henoch is een toonbeeld van Gods almacht en soevereiniteit. Er heeft een godsdaad in zijn leven plaatsgegrepen. God heeft een streep gehaald door zijn toegewijde dienst aan de duivel. Door het wonder van waarachtige bekering mag hij nu toegewijd zijn aan de Heere en aan Zijn dienst.

De levensgeschiedenis van Henoch is bepaald niet omvangrijk, maar wat we weten is genoeg. Genoeg om er bij stil te staan, om erover na te denken, om er jaloers op te zijn.

Opmerkelijk is het dat Henoch op reeds gevorderde leeftijd tot bekering is gebracht. Hij was vijfenzestig jaar toen dat gebeurde. Het mocht de oudere lezer een weinig tot moed strekken. Wie weet, de Heere mocht Zich ook over u ontfermen. O, volhard toch in het gebed!

Na de geboorte van Methúsalach werd Henoch wedergeboren. Toen mocht hij God toevallen in Zijn recht en gerechtigheid en is hij in het geloof door de Heilige Geest aan de zijde Gods gesteld.

We lezen van hem in Gods Woord dat hij wandelde mét God. Dus niet vóór God, zoals Abraham, tot wie de Heere gezegd had: "Wandel voor Mijn aangezicht en zijt oprecht". Ook niet áchter God, zoals Levi, tot wie de Heere sprak: "Volg Mij!" Henoch wandelde mét God, zoals een kind met z'n moeder, zoals een bruid met haar bruidegom, ja, zoals een vriend met een vriend. En door die wandel met de Heere mocht Henoch bekend zijn met Gods raad. Spreekt ons daarvan niet de apostel Judas in zijn brief, wanneer het gaat over Henochs profetie over de goddelozen?

Weet u wat ons nu zo jaloers zou moeten maken op Henoch, geliefde lezer? Dat hij van God een getuigenis in zijn hart ontvangen had dat hij God behaagde! Een geheim tussen God en zijn ziel Het geheim waar de Kerk van zingt: "'t Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden, naar Zijn vreêverbond, getoond."

Daarin is Henoch ten volle onderwerp van het welbehagen Gods. Want wat behaagde de Heere dan zo in Henoch? Het antwoord staat in Lukas 3:37. Daar lezen we zijn naam in het geslachtsregister van de Heere Jezus Christus. Hij is de drager van het Vrouwenzaad. O, het heeft God behaagd aan Henoch Zijn Zoon te openbaren. Henoch is dus een man die door het geloof geoefend is in Godskennis, zelfkennis en Christuskennis. Deze wetenschap is genoegzaam tot zaligheid. En de verdieping daarin heeft hij mogen ontvangen door zijn wandel met de Heere.

Mag ik eens vragen: Met wie wandelen wij? Hoedanig is ónze wandel op weg naar de eeuwigheid? Een wandel, gesierd met een handvol godsdienst? Gaan we nog altijd hand in hand met de satan en met de wereld? En moeten we dan zó straks voor God verschijnen? Zijn we vreemd aan de bevindelijke kennis van Psalm 17:3: "Ik zet mijn treden in Uw spoor?" O, wat zal het einde van onze wandel zonder God en buiten God vreselijk, ja rampzalig zijn!

Hoe anders was de wandel van Henoch! Dat was een wandel waarin God behagen had en die daarom ook voor Henoch behaaglijk was. Wat had die man een nabij leven, een nauw leven en een afhankelijk leven! Het leefde altijd in zijn hart: "Het is mij goed nabij God te zijn." Die man is, bij wijze van spreken, nooit uit zijn eerste liefde gevallen. Wat in de stand van zijn leven het begin was, dat was ook het einde.

En nu moeten we niet denken dat Henoch zich met dat leven als een kluizenaar teruggetrokken heeft uit deze wereld. Want we lezen van hem dat hij zonen en dochteren gewon. Maar alles wat hij deed, deed hij tot eer van God en was vrucht van een godzalige wandel.

Henoch heeft de dood niet gezien. De laatste vijand was al overwonnen voor hij nog maar een hand naar Henoch kon uitstrekken. "Hij werd niet gevonden", staat er. Dat zou kunnen betekenen dat hij door de goddelozen van zijn dagen gezocht werd, om hem om te brengen. Hoe het ook zij, hij was door God verborgen, maar bovenal geborgen. Hij was naar lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom des Heeren.

Onder het geloofsleven van Henoch mogen we tot slot wel schrijven: "Let op de vrome en zie naar de oprechte, want het einde van die man zal vrede zijn." Wat zal de laatste regel zijn op de laatste bladzijde van óns levensboek?

Ds. J. J. Tanis, Kapelle-Biezelinge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2002

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Weggenomen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2002

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken