Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Flinke storm in de Nederlandse polder

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Flinke storm in de Nederlandse polder

3 minuten leestijd

Ineens stak er gisteren een flinke storm op in de Nederlandse polder. Aanleiding waren uitspraken van voorzitter Schraven van de werkgeversorganisatie VNO-NCW. In een interview pleitte hij ervoor om de vakbonden bij het CAO-overleg buitenspel te zetten.

De opmerking van Schraven raakt het fundament van het Nederlandse stelsel van arbeidsverhoudingen. Al sinds de Tweede Wereldoorlog overleggen de werkgeversorganisaties en de vakbonden -veelal zonder grote conflicten- over nieuwe CAO's. VNO-NCW zegt nu -en dat is niet voor het eerst- de bonden opzij te willen schuiven.

De kritiek van Schraven op de vakbonden richt zich op twee punten. Het eerste is dat hij betwijfelt of de bonden gezien hun dalende ledenaantallen nog wel voldoende representatief zijn. Op zich heeft Schraven hierbij gelijk. In verreweg de meeste bedrijven of organisaties is immers een duidelijke minderheid van de werknemers -gemiddeld een kwart- lid van een vakbond. Overigens doet het probleem van de beperkte representativiteit zich in de politiek nog veel sterker voor, gezien de nog geringere ledenaantallen van de politieke partijen, maar dat terzijde.

Het is niet gemakkelijk om een oplossing voor het probleem van de representativiteit te geven. Schraven wil de bonden aan de kant schuiven. Hij oppert dat het in de toekomst goed mogelijk is dat werkgevers afspraken maken met ondernemingsraden of rechtstreeks gaan onderhandelen met individuele werknemers.

Op het eerste gezicht lijkt dit een interessante variant, want alle betrokkenen binnen een bedrijf of organisatie zouden dan zelf hun arbeidsvoorwaarden kunnen bepalen. Bij specifieke bedrijven, zoals advocatenkantoren, gebeurt dat al, maar in de praktijk is het bij de meeste bedrijven, organisaties of werknemers niet gemakkelijk uitvoerbaar. Het ontbreekt een OR en zeker individuele personeelsleden aan deskundigheid op dit terrein, terwijl vakbonden die juist wel hebben.

Bovendien schuilt er in het systeem waarbij een OR of de werknemers zelf over de arbeidsvoorwaarden gaan onderhandelen een groot gevaar. Het risico bestaat dat het eigenbelang -zie bijvoorbeeld de soms buitensporige optieregelingen voor directieleden- en het recht van de sterkste de boventoon gaan voeren. Nu staan er in de CAO's regelingen voor werknemers die niet meer op volle kracht kunnen meewerken. Juist omdat daar in groter verband -landelijk of per bedrijfstak- afspraken over worden gemaakt, moet iedereen daaraan meedoen, terwijl dat vanuit het oogpunt van een zo hoog mogelijke winst minder aantrekkelijk kan zijn. Het is echter van belang dat dergelijke regelingen blijven.

Een tweede kritiekpunt van Schraven is dat de vakbonden onvoldoende oog hebben voor loonmatiging. Volgens hem zijn de werknemers daar eerder toe bereid, omdat zij weten hoe het bedrijf ervoor staat.

De zorgen van de voorzitter van VNO-NCW over de loonstijging zijn begrijpelijk gezien de huidige economische problemen. Het komt zeker voor dat de vakbonden te hoge looneisen stellen. Maar anderzijds blijkt ook regelmatig dat de werkgevers te snel de buidel opentrekken als de bonden zich hard opstellen.

Maatwerk

De achterliggende gedachte van Schraven bij zijn kritiek is dat de bonden te weinig oog hebben voor de specifieke situatie van een bedrijf of organisatie. Dat komt zeker voor. Het is daarom belangrijk dat bij het opstellen van een CAO niet alleen naar de algemene ontwikkelingen, maar ook naar de kenmerken van de desbetreffende onderneming of instelling wordt gekeken. Een CAO moet ook maatwerk zijn.

Na zijn opmerkingen heeft Schraven een stortvloed van kritiek over zich heen gekregen. Toch is het van belang om over zijn uitspraken door te denken. Het Nederlandse poldermodel heeft weliswaar vanwege de harmonieuze arbeidsverhoudingen en de gematigde loonstijging internationale faam, maar dat betekent niet dat verbeteringen niet nodig zijn.

H. van den Berge, redacteur economie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 6 augustus 2002

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Flinke storm in de Nederlandse polder

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 6 augustus 2002

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken