Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Abrahams heilsverwachting

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Abrahams heilsverwachting

5 minuten leestijd

"Want hij verwachtte de stad, die fundamenten heeft, welker kunstenaar en bouwmeester God is."

Hebreeën 11:10

Oude steden staan nog altijd in het middelpunt van de belangstelling. Menigeen trekt erheen en bewondert de architectuur ervan. Eenmaal zal er zelfs van de oudste steden der wereld niets meer gezien worden. Op de grote dag wordt alles wat de mens heeft opgetrokken, vernietigd. Niets is hier blijvend, het zal alles vergaan. Dan echter zal dé stad gezien worden in haar glorie en heerlijkheid. Die stad is niet van beneden maar van boven. Zij is niet het product van 's mensen kennen en kunnen. God is de Uitdenker en Bouwer van deze stad, en wat de Heere uitdenkt en bouwt, zal eeuwig bestaan.

Deze stad heeft fundamenten. In het Grieks staat het lidwoord erbij. Deze stad heeft dus dé fundamenten. Het zijn solide fundamenten, waarop deze stad Gods gebouwd is. Deze stad weet van geen wankelen. Al zou de aarde veranderen van haar plaats, de stad Gods blijft. De bewoners van deze stad behoeven dan ook voor niets te vrezen. Zij wonen veilig. Geen onheil zal de stad verstoren, waar God Zijn woning heeft verkoren, zo zong de dichter.

Volgens de tekst heeft deze stad meer dan één fundament. Wilt u weten welke fundamenten dat zijn?

Het eerste fundament is dat van Zijn eeuwig welbehagen. De Heere heeft naar Zijn volk omgezien uit vrije genade. De oorzaak van de zaligheid ligt in God. Naar het eeuwig voornemen Gods is het verkoren tot het eeuwige leven. Het heil van Gods volk ligt vast in Zijn verkiezende liefde. In de liefde staat deze stad dan ook eeuwig vast, zodat de apostel Paulus kan neerschrijven: "Evenwel het vaste fundament staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn."

Deze stad is vervolgens gegrond in het bloed van de Heere Jezus Christus. Zij rust op Zijn volbracht middelaarswerk. Ja, Hijzelf is het fundament van de stad, waarvan Gods Woord getuigt: "Want niemand kan een fundament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Christus Jezus."

Onder deze stad ligt ook het fundament van het eeuwig verbond, waarvan de Heere zegt: "Bergen zullen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere, uw Ontfermer."

We ontdekken verder nog het fundament van Zijn trouw. Hij laat niet varen het werk van Zijn handen. Hij blijft getrouw en maakt Zijn Woord waar van nu aan tot in eeuwigheid.

Welk een stad heeft de Heere. Hoe gaarne zou de satan dynamiet onder de fundamenten leggen, zodat zij in de lucht vlogen en totaal verpulverd werden. Echter, alle inspanning is tevergeefs: niets gelukt hem. Deze stad verduurt de eeuwen en zal nimmer vergaan, omdat de Heere haar beschermt. Hij staat voor de veiligheid in.

Hoe vervuld is deze stad met de heerlijkheid des Heeren. Geen zonde kan de stad binnendringen. Al onze driften en vleselijke lusten, al onze boosheid en verkeerdheid, ons ongeloof en wantrouwen, blijven buiten de muren van deze stad. In Gods stad heerst vrede, is wetsonderhouding, wordt de Heere gediend en geprezen. Op de straten hoort men zingen van Zijn heil en genade. Deze stad nu verwachtte Abraham.

Verwachten is een sterk woord en drukt spanning, activiteit uit. Dat komt doordat er een hoopvol uitzien is. Men heeft grond om te hopen. Zo was het nu bij Abraham. Hij had een gegronde hoop. De wortel van de hoop lag niet in Abraham zelf, maar zij lag in hetgeen de Heere beloofd had. En wat de Heere beloofd had, geloofde hij. Dit is de rijke vrucht van de Heilige Geest. De Heilige Geest had het verzegeld in zijn leven dat er voor hem een plaats bereid was in de stad Gods. Hij was tot deze zekerheid gekomen dat hij een burger was van de stad die fundamenten heeft. Hij was wedergeboren tot een levende hoop. Zijn domicilie had hij niet meer op aarde. Hij was uit God geboren. Vandaar dat hij dan ook al zijn heil van God verwachtte. Die stad Gods had voor hem ook waarde gekregen, ja, was alles geworden. Immers, in die stad wordt eeuwig genoten de gemeenschap met de Drie-enige God.

Daar is men verlost van zichzelf. Daar kan men niet meer zondigen en niet meer afwijken. Daar bedroeft men de Heere niet meer. Daar leeft men altijd tot eer van God. Daar eert men God. Daar bedoelt men altijd God. Een heimwee, een verlangen kende hij naar die stad, want die stad was zijn thuis.

Van nature hebben wij hier ons domicilie, al wordt dagelijks gezien dat wij hier geen blijvende stad hebben. Van huis uit zijn wij uit de aarde aards.

De Heere schenke het nieuwe leven, dat van boven komt en ons naar boven richt.

"Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo dorst mijn ziel naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik ingaan en voor Gods aangezicht verschijnen?" Wie deze zielsgestalte kent, komt eenmaal thuis, ja, zal eeuwig bij God thuis zijn.

Ds. L. Blok, Ermelo

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 2002

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Abrahams heilsverwachting

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 2002

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken