Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voortgezet basisonderwijs van Paulus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voortgezet basisonderwijs van Paulus

4 minuten leestijd

In de derde serie van het Commentaar op het Nieuwe Testament, geredigeerd door prof. dr. J. van Bruggen, verschijnt het ene deel na het andere. Dr. P. H. R. van Houwelingen, hoogleraar nieuwtestamentische vakken aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Kampen, verzorgde eerder de commentaardelen op het Evangelie naar de beschrijving van Johannes, op 1 Petrus en op 2 Petrus en Judas. Recent verscheen van zijn hand een commentaar op de beide brieven aan de Thessalonicensen.

Zijn commentaren lezend valt het altijd weer op hoe grondig Van Houwelingen de stof heeft doorgewerkt en hoeveel bronnen -waarmee hij overigens kritisch omgaat- hij geraadpleegd heeft. Wie zijn commentaar op de brieven aan de Thessalonicensen ter hand neemt, vindt daarin een grote hoeveelheid materiaal voor bijbelstudie en preekvoorbereiding.

Verwacht hier geen stichtelijke lectuur. Dan kunt u beter het commentaar van iemand als Matthew Henry raadplegen. Wie zich echter op een grondige manier en vanuit het Grieks met schriftstudie wil bezighouden, kan hier terecht.

Van Houwelingen gaat ervan uit, dat er bij de brieven aan de gemeente van Thessalonica sprake is van het auteurstrio Paulus, Silvanus en Timotheüs. Wel is hij van mening dat Paulus de apostolische eindverantwoordelijkheid draagt voor deze brieven.

Wij-vorm

Voor zijn opvatting beroept Van Houwelingen zich op het feit dat op vele plaatsen in de wij-vorm wordt geschreven. Positief is dat hij de authenticiteit van beide brieven verdedigt. Hij komt op voor het paulinisch karakter ervan. Tegenover alle twijfels aan het auteurschap van Paulus houdt hij ook vast aan de echtheid van 2 Thessalonicensen. Hij voert daarvoor literaire, theologische en historische argumenten aan.

Toch blijf ik met de vraag zitten waarom er nu van een auteurstrio moet worden uitgegaan. Is het niet veel aannemelijker dat Paulus deze brieven schreef (dicteerde) terwijl Silvanus en Timotheüs bij hem waren, zodat hij ook namens hen kon schrijven? Het lijkt mij daarom juister toch in het enkelvoud over Paulus als auteur te spreken, en niet in het meervoud over de auteurs.

Correct

Met nadruk verdedigt Van Houwelingen dat eerst de eerste brief en pas daarna de tweede brief is geschreven. Er zijn zijns inziens voldoende aanwijzingen om de traditionele volgorde 1 en 2 Thessalonicensen als chronologisch correct te beschouwen. Overigens dateert hij de brieven later dan doorgaans wordt aangenomen. Zijn reconstructie van de omstandigheden die tot het schrijven van de brieven hebben geleid, lost wel enkele problemen op tussen Handelingen 17 en 1 Thessalonicensen 3, maar blijft toch onbevredigend, omdat daarin wordt uitgegaan van twee bezoeken van Paulus aan Athene, terwijl daarover in Handelingen geen enkele aanwijzing te vinden is.

Van Houwelingen typeert de beide brieven als voortgezet basisonderwijs. Het apostolisch onderwijs van Paulus in Thessalonica wordt in deze brieven vastgelegd en voortgezet. Daarbij neemt de wederkomst van Christus een belangrijke plaats in.

Waardevol is het te lezen hoe de auteur de overeenkomst benadrukt met het onderwijs van Christus Zelf in Zijn eschatologische redevoeringen in de synoptische evangeliën (Mattheüs 24, Lucas 21 en Markus 13). Als het gaat over de "opname van de gelovigen" in 1 Thessalonicensen 4, verwerpt de auteur allerlei chiliastische speculaties over de "opname van de gemeente." Met heldere argumenten benadrukt hij dat deze 'opname' geen gebeuren is dat voorafgaat aan de wederkomst en apart hiervan zou staan. "Het is een apocalyptisch scenario, waarmee op profetische wijze de realiteit wordt uitgebeeld van de dingen die komen gaan."

Weerhouder

Van Houwelingens opvatting over de weerhouder, naar aanleiding van 2 Thessalonicensen 2, kan ik niet delen. Calvijn heeft bij de weerhouder al gedacht aan de evangelieverkondiging. Het is wel boeiend het betoog te lezen over de verschillende opvattingen die hierover bestaan.

Wie studie wil maken van de beide brieven aan de gemeente van Thessalonica, kan in het commentaar van Van Houwelingen veel vinden. Wel zal ook dit commentaar met het oordeel des onderscheids moeten worden gebruikt. Ik vind het jammer dat de auteur de naam van de Allerhoogste weergeeft als Heer. Waarom dit verschil met J. van Bruggen en L. Floor, die ook delen in deze commentaarreeks hebben verzorgd?

Met belangstelling zien we uit naar de volgende delen in de serie.

N.a.v. "Tessalonicenzen. Voortgezet basisonderwijs", door dr. P. H. R. van Houwelingen; uitg. Kok Kampen, 2002; ISBN 90 435 0516 1; 272 blz.; 29,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 25 september 2002

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Voortgezet basisonderwijs van Paulus

Bekijk de hele uitgave van woensdag 25 september 2002

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken