Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

"Onjuist, suggestief en zeer kwetsend"

4 minuten leestijd

DEN HAAG - Tijdens zijn urenlange verhoor bij de parlementaire enquêtecommissie wordt generaal Van Baal één keer zichtbaar emotioneel. Dat is als de relatie met zijn voormalige baas, minister De Grave van Defensie, aan bod komt. "Ik heb niet de eer aan mezelf gehouden, maar gedaan wat in het belang van de landmacht was."

De aderen in de nek staan gespannen, de rode vlekken op het gezicht kleuren net iets meer. De zelfverzekerde trekjes die de voorafgaande uren het verhoor bepaalden, maken plaats voor ingehouden woede. "Ik las in de krant dat ik de steun van de minister had verloren."

A. van Baal, in 1995 plaatsvervangend bevelhebber van de landstrijdkrachten, verloor als enige Nederlandse militair door 'Srebrenica' zijn functie. Na verschijnen van het NIOD-rapport dit voorjaar moest hij aftreden als bevelhebber van de landmacht, omdat hij de enige generaal van de toenmalige landmachttop was die nog in functie was. Politiek gezien was hij niet meer te handhaven.

Hij moest, naar eigen zeggen, op 17 april van dit jaar uit "mijn huisblad" (de Volkskrant, red.) vernemen dat de VVD-bewindsman geen vertrouwen meer in hem had. De avond tevoren -de dag waarop het kabinet-Kok viel over de conclusies van het NIOD-rapport- had hij nog een "vertrouwelijk en open" gesprek met de minister gehad. De Grave had hem toen gevraagd zich op zijn positie te beraden, maar gezegd hem te zullen steunen zolang hij kon.

"Na zo'n vertrouwelijk gesprek verwacht ik de volgende dag geen bericht in de krant", zei Van Baal gisteren met bijna verstikte stem bij de parlementaire enquêtecommissie. "Ik was geschokt." Hij ondersteunde zijn opmerking met een priemende wijsvinger op het tafelblad.

Maar er staat wel meer in de krant, probeerde voorzitter Bakker nog te vergoelijken. "Heeft u het verhaal niet bij de minister nagetrokken?"

Van Baal, licht giftig: "Het was nét niet helemaal wat we besproken hadden." Na overleg met zijn vrouw ("de beste raadgever") besloot de bevelhebber der landstrijdkrachten niet aan te sturen op een confrontatie met de minister en onmiddellijk af te treden.

De huidige minister van Defensie, Korthals, haalde Van Baal weer terug. Hij speelt, in dezelfde rang, een belangrijke rol bij de reorganisatie van de Haagse staven en de begeleiding van de bezuiniging op Defensie. "Maar tot mijn grote verdriet zit ik niet meer bij de landmacht."

Gisteren benadrukte de generaal tegenover de commissie dat hij "nooit voor iemand iets heeft achtergehouden." Hij verwierp de aantijgingen van het NIOD dat er in 1995 bij de top van de landmacht sprake was van onwil bij het volledig informeren van de minister. "Onjuist, onbewezen, zeer suggestief en zeer kwetsend." Volgens de generaal moet die conclusie dan ook "van tafel."

Spanning, druk en irritaties leidden soms tot incidenten. Van Baal erkende een "stommiteit" te hebben begaan door de minister niet direct te informeren over een door Dutchbat ondertekend document dat de indruk wekt dat het Bosnisch-Servische leger de evacuatie van moslimvluchtelingen uit Srebrenica netjes had uitgevoerd. Hij had het belang van het document voor de Servische propagandaoorlog niet direct onderkend en was op vakantie gegaan.

Het uitblijven van luchtsteun tijdens de val van de enclave bracht Van Baal terug tot overzichtelijke proporties. "Het ging er niet over of luchtsteun gegeven kon worden, maar of generaal Janvier het wilde."

Toenmalig Dutchbat-commandant Th. Karremans voelde zich "gefopt" door de VN. Hij vertelde gisteren "pauzeloos" bij de hoofdkwartieren te hebben aangedrongen op luchtsteun. Die kwam niet. "Ik voelde me totaal door de VN in de steek gelaten." Volgens Karremans had luchtsteun wel degelijk effect gehad. "We hadden een grote klap uit moeten delen; jammer van het aantal slachtoffers onder militairen en burgers."

In een bijna vijf uur durend verhoor mocht Karremans zijn verhaal over de val van Srebrenica op 11 juli 1995 ruimschoots doen. "Eerst de feiten kennen en dan oordelen is iets wat ik de laatste zeven jaar heb gemist."

Na de val van de enclave kreeg Karremans via de telefoon van Voorhoeve te horen: "Kijk wat je nog kunt doen." Karremans zei geen mogelijkheden te hebben gehad om Mladic af te houden van zijn acties om weerbare mannen op te pakken en, naar achteraf bleek, te vermoorden. Zelf had hij daar in de hectische dagen rond de val van de enclave weinig van gemerkt. "Eigenlijk moeten alle Dutchbatters hier zitten, iedereen heeft wel wat gezien."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 november 2002

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 november 2002

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken