Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christen in de journalistiek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Christen in de journalistiek

5 minuten leestijd

"Ik ben de enige docent in Zuid-Afrika die in christelijke journalistiek gelooft", zegt prof. dr. J. D. Froneman zonder omwegen. Al bijna twaalf jaar onderwijst hij aan de Skool vir Kommunikasiestudies van de christelijke universiteit in Potchefstroom zowel de theoretische als de praktische kanten van het journalistieke handwerk.

Begin dit jaar voerde zijn faculteit een nieuw onderwijsprogramma in. "In het gedeelte dat voor mijn rekening kwam, heb ik geen gelegenheid onbenut gelaten om de christelijke dimensie naar voren te brengen." Het nieuwe systeem is beter dan het oude, vindt Froneman. "Bij de oude werkwijze maakte elke hoogleraar zijn eigen stencils. Inhoudelijke controle ontbrak."

In 1992 kwam Froneman voor het eerst naar Nederland. Daarvoor moest hij wel wat weerzin overwinnen. "Nederland had me al jaren woedend gemaakt vanwege zijn houding tegenover Zuid-Afrika. Toch ben ik gegaan." In Amersfoort bezocht hij het gebouw van de Evangelische School voor Journalistiek (ESJ), die later opging in de Christelijke Hogeschool Ede. "'k Ben er onaangekondigd binnengestapt en er zijn goede contacten ontstaan. Bij het vormgeven van ons onderwijsprogramma heb ik dankbaar gebruikgemaakt van ESJ-materiaal."

De opleiding is in Zuid-Afrika niet aan een hogeschool, maar aan een universiteit verbonden en daardoor minder vakgericht, zegt Froneman. De eerste drie jaar wordt een brede communicatieopleiding gegeven. Pas in het vierde jaar volgt specialisatie, waarbij de studenten minstens twee richtingen moeten kiezen. In dat jaar wordt ook met kleinere klassen gewerkt. Aankomende journalisten lopen slechts een maand stage, halverwege het vierde jaar.

Driemaal was Froneman op bezoek bij het Reformatorisch Dagblad, vorige week voor de derde keer. "Een krant die zo doortrokken is van een christelijke identiteit hebben we in Zuid-Afrika niet. Ik probeer m'n studenten zich er daarom op te laten bezinnen hoe ze als christenjournalist bij een niet-identiteitsgebonden dagblad moeten functioneren. Want élke journalist heeft invloed.

Door de grote afstanden en de diversiteit in talen en culturen is een christelijke krant hier niet haalbaar. Vroeger was het ook niet nodig: vaak was een predikant hoofdredacteur en was het christelijke stempel duidelijk aanwezig. Nu zijn veel Zuid-Afrikanen officieel nog wel christen, maar vaak is dat uiterst oppervlakkig. Dat werkt door in het principiële gehalte van de kranten."

Zelf was Froneman assistent-redacteur van Die Kerkbode. Het blad is opgericht in 1849 en daarmee het oudste kerkelijke blad en waarschijnlijk de oudste van alle bestaande bladen in Zuid-Afrika. Het verschijnt twee keer per maand voor de abonnees en eenmaal per maand als bijlage bij het dagblad Beeld, dat 100.000 abonnees telt. "Een fors deel van de bevolking leest overigens geen enkele krant."

Theologie: school en faculteit

Meer dan een half miljoen boeken bevat de bibliotheek van de Potchefstroomse universiteit, naast 115.000 banden met tijdschriften. De theologische bibliotheek telt 31.000 boeken; daarnaast zijn er 418 bladen te vinden, waarvan er 152 nog steeds verschijnen.

"Het is een van de beste bibliotheken van Zuid-Afrika", zegt prof. dr. A. Le Roux du Plooy. Zijn dubbelfunctie (directeur van de theologische school van de Gereformeerde Kerk, waaruit de universiteit is ontstaan, en decaan van de faculteit theologie van de universiteit) typeert het tweeledige karakter van de opleiding die hij onder zijn hoede heeft: "We hebben hier ruim 400 studenten, van wie er tachtig op de theologische school zitten en dus predikant in de Gereformeerde Kerk hopen te worden. De anderen worden bijvoorbeeld godsdienstleraar aan een school of predikant in een ander kerkverband."

De studieduur is teruggebracht van zeven naar zes jaar. Na drie jaar wordt het kandidaatscertificaat uitgereikt en na zes jaar de meestersgraad. Het curatorium dat toezicht houdt, vergadert tweemaal per jaar met de hoogleraren. Toelating tot de studie heeft plaats aan de hand van persoonlijke gesprekken, een getuigschrift van de gemeente van herkomst en psychologische toetsen die aan het begin van het eerste en het vierde jaar worden afgenomen. Ook de jaarlijkse verslagen van de mentoren zijn van invloed op de uiteindelijke toelating tot het ambt.

Aankomende predikanten lopen de laatste drie jaar van hun studie drie weken per jaar stage in een gemeente. Het laatste jaar hebben ze preekconsent.

De faculteit telt zo'n 200 afstandsstudenten, verdeeld over zo'n veertien scholen, onder meer in Namibië, Mozambique, Uganda, Engeland en Nieuw-Zeeland.

Zwart aan een blanke universiteit

Prof. dr. M. S. Zibi is sinds 1997 een van de drie vice-rectoren en daarmee het eerste en enige zwarte staflid van de universiteit in Potchefstroom. "In het begin was ik erg op m'n hoede, maar de meeste personeelsleden waren vriendelijk. Het is een proces van normalisatie. Toen ik in de jaren zeventig personeelslid van een bank van blanken werd, leidde dat nog tot een groot artikel in de krant."

Ook aan de universiteit ging het vroeger anders dan nu. "Ik heb iemand gesproken die hier in de jaren veertig een van de weinige zwarte studenten was. Hij mocht hier studeren, maar tijdens de diploma-uitreiking was hij niet welkom. Hij kreeg zijn diploma buiten. Zo had de senaat het besloten."

Nu is 17 procent van de studenten in Potchefstroom zwart; op de nevenvestiging, waar ook in het Engels les wordt gegeven, is dat 32 procent. "Het Afrikaans is voor hen wel eens een struikelblok. Dat is hier de voertaal tijdens de colleges. Vragen stellen mag echter in het Engels en de examens mogen ook in het Engels worden gemaakt. Het aantal zwarte studenten blijft ook achter doordat veel zwarten op de middelbare school lage cijfers halen. Daardoor kunnen ze niet naar een universiteit."

De zwarte studenten hebben hun eigen koor, met hun eigen muziek. "Je kunt het mengen van blank en zwart niet forceren en dat hoeft ook niet", zegt prof. Zibi. "Diversiteit werd vroeger door velen als negatief beschouwd, omdat het aan de apartheidspolitiek gelieerd werd, maar variatie is juist rijk. Je moet wel van elkaars cultuur kennisnemen en die respecteren. De gescheiden ontwikkeling zoals die er vroeger was, leidde alleen maar tot het verdenken van elkaar."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 2002

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Christen in de journalistiek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 2002

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken