Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Doodgeslagen om een stuk brood

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Doodgeslagen om een stuk brood

Omstanders in Indonesië komen wél in actie bij het zien van zinloos geweld

7 minuten leestijd

De bandietenleider William Lynch heeft nooit kunnen bevroeden dat zijn naam tot in de 21e eeuw zou voortleven toen hij eind 18e eeuw eigen rechtertje speelde in de Verenigde Staten. In het huidige Indonesië bijvoorbeeld, waar lynchpraktijken schering en inslag zijn. Terwijl wij in Nederland machteloos toekijken bij diefstal of geweld op straat, weet de massa in Indonesië wel van optreden. Pas achteraf vragen ze het slachtoffer wat-'ie nu precies heeft gedaan

Wie durft? Aan die vraag hangt zo langzamerhand de hele problematiek van het straatgeweld in Nederland. Zodra iemand op straat wordt afgetuigd, kijken we toe, wenden we ons af, of we lopen door. Al schuifelen er honderden om je heen, als slachtoffer van zinloos geweld mag je het in Nederland zelf opknappen.

Dat het ook anders kan, bewijst de praktijk in een land als Indonesië. Daar gaat het er allesbehalve passief aan toe zodra er op straat een misdrijf plaatsvindt. In het vorig jaar verschenen boek "Roots of Violence in Indonesia" (KITLV, Leiden) wordt onder meer uit de doeken gedaan hoe bij het minste of geringste misdrijf omstanders in actie komen.

Dr. Freek Colombijn, verbonden aan het KITLV (Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde) in Leiden en een van de eindredacteuren van het boek, legt uit: "Het angstaanjagende in Indonesië is dat als iemand ook maar iets onbetekenends uit een winkel heeft gestolen -een kip of een brood- en er door de gedupeerden luidkeels "maling, maling!" (houd de dief, houd de dief!) wordt geroepen, iedereen in de buurt er bovenop duikt. Omstanders gaan meedoen zodra ze anderen achter de (vermeende) dief aan zien rennen. Zien ze iemand erop los slaan, dan gaan ze gewoon meeslaan. Vaak zonder dat ze enig benul hebben waarover het gaat."

In de bundel worden verschillende staaltjes van zulk spontaan straatgeweld beschreven. Zo werd enkele jaren terug een vreemdeling in Pekanbaru wantrouwig aangekeken door een taxichauffeur bij wie hij in de taxi zat. Plots riep die om hulp, en binnen enkele seconden werd de passagier door omstanders uit de auto gesleurd en in elkaar geslagen, zonder dat er ook maar iets aan de hand was. Pas na het pak slaag werd hem gevraagd wat hij nu precies op zijn kerfstok had.

In Mataram, op het eiland Lombok, kwamen twee politiemannen af op een alarm nadat een groep dieven met een gestolen televisie was gesignaleerd. De agenten kregen de dieven niet te pakken, maar wisten hen wel de tv te ontfutselen. Maar toen werden de rollen omgekeerd. Plots dook een menigte op die de twee in een hoek dreef. De agenten zwaaiden heftig met hun identiteitskaart, maar dat mocht niet baten. Eén werd er ter plekke doodgeslagen, de ander raakte zwaargewond.

In een ander geval namen enkele vrienden na een avondje stappen afscheid van elkaar. Bij wijze van grap riepen ze "houd de dief!". Prompt zagen ze voor hun ogen hoe een van hen door een menigte werd doodgeslagen.

Een les uit dit onvoorspelbare gedrag van de massa is deze: een onbekend persoon in de buurt van een misdrijf is vrijwel altijd automatisch verdachte en potentieel slachtoffer van de opgetrommelde menigte.

Colombijn weet als geen ander wat dat in de praktijk inhoudt. "Als buitenlander ben je natuurlijk een favoriet doelwit van kleine criminaliteit. Iedere keer als ik in Jakarta ben, word ik minstens eenmaal met een zakkenroller geconfronteerd die het op mijn portemonnee heeft voorzien. Inmiddels ben ik zo vertrouwd met de manier hoe ze dat doen, dat de kans op succes klein is. Ik heb het bijna altijd op tijd door: iemand komt in een overvolle bus wat al te uitdrukkelijk naast me zitten, terwijl een ander achter me aan een raampje begint te rommelen - om me af te leiden. Je kan mij niet beter alert maken op zakkenrollers dan achter mijn rug een raampje te openen.

Maar wat moet je doen als je wel bestolen wordt? In Nederland zou je hem bij zijn kladden grijpen, of "houd de dief!" roepen. Maar in Indonesië durf ik dat niet. Als ik hem vastgrijp, bestaat de kans dat hij door de inzittenden voor mijn ogen in elkaar wordt geslagen, en dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Zeg ik er iets van, dan loop ik het risico dat hij zich tegen mij keert door "houd de dief!" te roepen, en dat de groep zich op mij stort. Wat ik meestal doe is stilletjes weggaan, of subtiel laten merken dat ik de persoon in kwestie doorheb."

Elk moment kan zo'n lynchpartij dus uitbreken. Is de situatie werkelijk zo explosief?

"Bijna iedereen is het er wel over eens dat men in Indonesië gemakkelijker naar geweld grijpt dan vijf jaar geleden. Na het vertrek van president Suharto in 1998 is de pakkans ook aanzienlijk minder geworden. Wat al veel langer bestaat, is dat het voor Indonesiërs volkomen legitiem is om geweld te gebruiken, zij het in bepaalde situaties. Er is dus helemaal geen gêne, ook geen moreel bezwaar, integendeel. Onder bepaalde omstandigheden is het zelfs prijzenswaardig als je geweld gebruikt."

Colombijn wijst erop dat een van de belangrijkste voorwaarden voor geweld is dat de dader een buitenstaander is. Geweld is vooral legitiem tegen buitenstaanders. Om geweld achteraf te legitimeren, worden slachtoffers daarom vaak tot buitenstaanders gemaakt, bijvoorbeeld door hem te ontmenselijken.

"Een voorbeeld is wat enkele jaren terug op Kalimantan is gebeurd tussen Dayaks en Madurezen. Heel veel Madurezen zijn toen onthoofd. Dat had niets met koppensnellen te maken. Maar door het hoofd van de romp te scheiden werd het slachtoffer zijn menselijkheid ontnomen, werd het een ander wezen, een buitenstaander. Bij lynchpartijen zie je vaak dat het gezicht kapot wordt geslagen. Dat is immers het meest menselijke, onze expressie komt erin uit."

Het legitimeren van geweld door het slachtoffer tot onmens, buitenstaander, te maken is tegelijk typisch voor een samenleving als de Indonesische, die erg gericht is op sociale harmonie en zelfbeheersing. Wie daar alles van weten, zijn de Chinezen in Indonesië. Ze leven vaak al eeuwenlang in het land en toch worden ze in tijden van crises tot buitenstaanders gebombardeerd en aangevallen.

Wat gebeurt er met een zakkenroller uit het eigen dorp, die iedereen kent?

"Niets. Overigens zullen de meeste kleine criminelen niet in hun eigen omgeving gaan stelen. Doen ze dat wel, dan weten mensen het wel, maar wordt hij niet op de gebruikelijke manier gepakt. Hij wordt pas gepakt als hij in een dorp verderop zijn slag slaat en wordt betrapt. Dus daar waar hij geen bekende is."

Is er onder Indonesiërs geen besef dat een dief aan het officiële gezag moet worden overgedragen?

"Jazeker. De politie moet mensen pakken, rechters moeten hen veroordelen, maar beiden doen hun taak slecht. Dat is het algemene idee. Vandaar dat veel mensen eigen rechter spelen."

Wie vergrijpen zich vooral aan geweld?

"Als er één harde, sociaal-wetenschappelijke wet is aangaande geweld, dan is het deze: veel meer mannen dan vrouwen zijn de plegers. Ook in Indonesië is dat zo. Er zijn bepaalde dingen die in Indonesië wel van mannen, maar niet van vrouwen worden geaccepteerd. Roken in het openbaar bijvoorbeeld. Een vrouw die dat in haar eentje doet, geeft zich uit voor prostituee. Ook over vrouwen die geweld gebruiken wordt heel afkeurend gedacht. Die sociale sancties zijn zo groot, dat ze het ook niet doen - behalve bij een massale lynchpartij, dan doen ze vaak weer wel mee."

Zijn er ook vreedzame tegenkrachten die de geweldscultuur indammen?

"De vrouwen! Er is een mooi voorbeeld uit Sumba. Daar was geweld tussen de mannen uitgebroken, zoals je dat ook op de Molukken zag. Heel snel zijn daar toen de vrouwen tussen gesprongen, in de trant van: ben je nu helemaal gek geworden, je komt gewoon naar huis!

Een andere tegenkracht is het diepe besef voor een harmonieuze samenleving te moeten zorgen. Juist omdat dit ideaal bestaat, schrikt men van geweldsexplosies. En ten slotte worden mensen in toom gehouden door de pakkans. Dat is ook de reden waarom het nu ernstiger is dan vijf jaar geleden: de pakkans is een stuk kleiner. Als er nu iemand gelyncht wordt, gaat de politie niet uitzoeken wie er heeft meegeslagen. Nee, de vraag is: Heeft de doodgeslagen zakkenroller echt een poging tot diefstal gedaan?"

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 februari 2003

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

Doodgeslagen om een stuk brood

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 februari 2003

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

PDF Bekijken