Bekijk het origineel

Milosevic-kliek van moord op Djindjic beschuldigd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Milosevic-kliek van moord op Djindjic beschuldigd

2 minuten leestijd

BELGRADO (AP) - De Servische regering heeft bondgenoten van oud-president Slobodan Milosevic er onomwonden van beschuldigd de moord op premier Zoran Djindjic te hebben beraamd en gepleegd.

Het onderzoek naar de woensdag gepleegde moord laat zien dat deze is beraamd en uitgevoerd door "een criminele bende en enkele andere groepen, vooral politie- en staatsveiligheidsstructuren uit de tijd van Milosevic", luidde een verklaring die gisteren werd uitgegeven.

De regering zei dat donderdag 56 verdachten zijn aangehouden, onder wie acht leden van de bende Zemun. Drie van hen hebben gevraagd als getuige te mogen optreden tegen de anderen. Wat zij hebben verteld "bevestigt de betrokkenheid van deze criminele bende" bij de moord op de 50-jarige Djindjic, die woensdag bij het Servische parlement in Belgrado door sluipschutters werd gedood, aldus de regering. In de Zemun-bende, genoemd naar een buitenwijk van Belgrado, zitten voormalige paramilitairen die trouw zijn gebleven aan Milosevic.

Onder de gearresteerde ex-medewerkers van Milosevic zijn voormalig chef van de geheime dienst Jovica Stanisic en diens plaatsvervanger Franko Simatovic, van wie bekend is dat zij banden onderhouden met Zemun. Simatovic, die donderdag van huis werd gehaald door drie politieagenten met bivakmutsen op, stond tijdens de oorlog in Kroatië en Bosnië aan het hoofd van beruchte Servische paramilitaire eenheden. De leiding over de eenheden werd in 1997 overgenomen door Milorad Lukovic, de aanvoerder van de Zemun-bende. Lukovic, bijgenaamd Legija, is na de moord op Djindjic ondergedoken.

Waarnemend premier Nebojsa Covic zei dat onder Milosevic hechte banden zijn gesmeed tussen criminelen, oorlogsmisdadigers en oorlogsprofiteurs. Zij hebben de moord waarschijnlijk beraamd omdat Djindjic de criminaliteit wilde aanpakken en oorlogsmisdadigers voor het gerecht wilde brengen.

De regering heeft na de moord de noodtoestand uitgeroepen en kan verdachten op grond daarvan dertig dagen vasthouden alvorens hen in staat van beschuldiging te stellen.

De regering hield gisteren een herdenkingsplechtigheid voor Djindjic. "Moed was de voornaamste karaktertrek van wijlen onze premier, en die moed heeft Servië veranderd", zei vice-premier Zarko Kotac met tranen in zijn ogen. "Hij was de bron van optimisme voor ons allen."

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, zei dat het verlies van Djindjic zwaar zal worden gevoeld. Met de moord is een "nieuw element van broosheid en kwetsbaarheid" op de Balkan teruggekeerd, zei Powell. Hij zei dat de VS met Europa klaarstaan om Servië de helpende hand te bieden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 maart 2003

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Milosevic-kliek van moord op Djindjic beschuldigd

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 maart 2003

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken