Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tökés speelt gevaarlijk spel in Hongarije

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tökés speelt gevaarlijk spel in Hongarije

7 minuten leestijd

De oprichting van de Hongaarse Nationale Raad van de protestantse bisschop Tökés, afgelopen weekend, is een lelijke streep door de rekening van de ex-communistische machthebbers in Boedapest en Boekarest, schrijft László Marácz.

Afgelopen weekend kwamen 1000 vertegenwoordigers van de Hongaarse minderheid in de hoofdstad Cluj-Napoca (Kolozsvár, Klausenburg) van de Roemeense landsstreek Transsylvanië bijeen om hun streven naar Hongaars zelfbestuur in Roemenië kracht bij te zetten. Deze Hongaarse Nationale Raad heeft bij monde van zijn woordvoerder, de protestante bisschop van Oradea László Tökés, verklaard dat de rechten van de Hongaarse minderheid in Roemenië grondwettelijk moeten worden vastgelegd.

Het streven naar Hongaars zelfbestuur is een lelijke streep door de rekening van de ex-communistische machthebbers in Boedapest en Boekarest. Transsylvanië en de Hongaars-Roemeense verhoudingen gaan wederom een turbulente tijd tegemoet.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd het Verdrag van Trianon (1920), het Versailles van het Oosten, getekend. Hongarije, dat als onderdeel van Oostenrijk-Hongarije aan de kant van het verliezende Duitsland had gestaan, werd door de geallieerde Fransen en Engelsen zwaar gestraft. Hongarije moest meer dan tweederde van zijn grondgebied afstaan aan de buurlanden en eenderde deel -zo'n 5 miljoen- van de etnische Hongaren kwam als tweederangsburger terecht in de buurstaten Tsjechoslowakije, Roemenië en Joegoslavië.

Na ruim tachtig jaar is de Hongaarse kwestie in Midden-Europa nog steeds niet geregeld. Noch in Slowakije, noch in Roemenië, noch in het Servische Vojvodina en noch in het subkarpatische Oekraïne zijn de rechten van de Hongaarse minderheden grondwettelijk vastgelegd. In plaats daarvan worden deze geconfronteerd met een staatsnationalistische politiek van discriminatie, afwijzing en marginalisering.

Gespannen

Na de val van de Muur hebben de Hongaarse minderheden op vreedzame wijze en met democratische middelen geprobeerd om hun situatie te verbeteren. Af en toe werden successen geboekt, hier en daar mochten de Hongaren een schooltje openen en een kerkje bouwen, maar er werd geen wezenlijke doorbraak in hun status bereikt.

In die situatie kwam in 2001 verandering. Niet omdat de Trianon-Hongaren plotsklaps in hun eigen land een plek onder de zon kregen, maar omdat het moederland Hongarije zich met de 'vergeten' Hongaren ging bemoeien. De centrumrechtse regering-Orbán kende via de zogeheten statuswet de Hongaarse volksgenoten aan de andere kant van de grens bij wet een status toe. In deze wet werd vastgelegd dat de Hongaarse minderheden door Hongarije gesteund zouden gaan worden op het terrein van het behoud van de Hongaarse cultuur, het onderwijs en de gezondheidszorg. Ook mochten Hongaren uit de buurlanden tijdens hun verblijf in Hongarije legaal arbeid verrichten.

Vanwege de statuswet raakten met name de Hongaars-Slowaakse en Hongaars-Roemeense verhoudingen gespannen. Ondanks het feit dat de Roemeense en de Slowaakse overheden de afgelopen dertien jaar weinig voor het behoud van de Hongaarse identiteit in hun land hebben gedaan, wilden zij niet dat Hongarije zich zou ontfermen over 'hun' etnische volksgenoten.

Idylle

De Hongaars-Roemeense verhoudingen kwamen enigszins tot bedaren toen in december 2001 de toenmalige Hongaarse premier, Orbán, en zijn Roemeense ambtsgenoot, Adrian Nastase, een akkoord sloten in Boedapest. Roemenië zou zijn verzet tegen de invoering van de statuswet opgeven in ruil voor het feit dat ook etnische Roemenen in Hongarije legaal arbeid zouden mogen verrichten. Hierdoor zou het discriminatieve aspect van de statuswet waartegen vertegenwoordigers van de EU en de Raad van Europa te hoop waren gelopen, opgeheven worden. Voor Roemenië was echter nog belangrijker dat het erin was geslaagd het kansrijkere Hongarije voor zijn EU- en NAVO-karretje te spannen. Hongarije zegde Roemenië ook toe de toetreding van het buurland tot de NAVO en de EU te zullen steunen. Er leek zowaar een Roemeense-Hongaarse idylle aan de Donau op te bloeien.

De idylle kwam tot volle bloei toen in Hongarije in mei vorig jaar de centrumrechtse regering-Orbán vervangen werd door de socialistische regering van Péter Medgyessy, die met nipt verschil de Hongaarse verkiezin gen won. De Hongaarse socialisten hadden tijdens de verkiezingscampagne meermaals geroepen dat er welte onderhandelen viel over sta-tuswet, al bleven details onduidelijk.

De socialistische retoriek uit Boedapest moet Bratislava en Boekarest echter als muziek in de oren geklonken hebben. Ook nam de druk vanuit Brussel op de socialistische Hongaarse regering om de statuswet te schrappen weer toe. Het zou de stabiliteit in de regio in gevaar brengen en daarmee Hongarijes lidmaatschap van de EU, argumenteerde Günther Verheugen, de verantwoordelijke EU-commissaris. De ruggen van de Hongaarse socialisten veerden mee. Boedapest zegde toe de statuswet aan te passen.

Afrekening

De ex-communisten in Boedapest en Boekarest gooiden het op een akkoordje, hierbij geassisteerd door de top van de UDMR, een verzameling van Hongaars-Roemeense organisaties. Socialistisch Hongarije wilde van de statuswet af om de toetreding tot de EU niet in gevaar te brengen. Boekarest wilde de controle op zijn eigen staatsburgers behouden en het 'goede nabuurschap' met Hongarije niet op het spel zetten, dit in verband met de toetreding tot de NAVO. De Hongaarse minderheid in Transsylvanië leek opnieuw statusloos te worden.

Vreemd was dat de top van de directe belanghebbenden, de UDMR onder aanvoering van de dichter Béla Markó, die de oud-communisten van premier Nastase en president Iliescu regelmatig aan een meerderheid in het Roemeense parlement helpt, steeds meer optrad als de spreekbuis van de sinistere as Boedapest-Boekarest, daarbij de rechten van de Hongaarse minderheid uit het oog verliezend.

Hiermee raakte de Hongaars-Roemeense leiding steeds verder verwijderd van de eigen basis. Van de UDMR bleef feitelijk niet veel meer over dan een alibi-organisatie, een rol die de Hongaarse Roemenen ook onder het Ceausescu-regime hadden moeten spelen.

De Hongaars-Roemeense partijleider Béla Markó zag zijn kans schoon in de nieuwe machtsconstellatie definitief af te rekenen met de lastige Transsylvaanse Hongaren die te veel vasthielden aan de rechten van de Hongaarse minderheid. Dat gold met name voor het hervormingsgezindeplatform waarvan ook de gangmaker van het verzet tegen het Ceausescu-regime, bisschop Tökés, lid was.

Eind januari werd binnen de UDMR geen kritiek meer geduld op de partijleiding en werd bisschop Tökés, erevoorzitter van de partij, uit zijn functie gezet. Op het zevende partijcongres van de partij, inmiddels een gecontroleerde applausmachine van Markó en zijn aanhangers, werd tactisch niet de persoon maar de functie van erevoorzitter weggestemd.

Gevaarlijk

Toch moet de oprichting van de Hongaarse Nationale Raad van Tökés en de zijnen dit weekend in de Sint-Michelskerk van Cluj-Napoca, naast het imposante ruiterstandbeeld van de vijftiende-eeuwse Hongaarse humanistenkoning Matthias Corvinus, een lelijke streep door de rekening zijn voor de coalitie van Hongaarse en Roemeense ex-communisten. Elke vorm van streven naar Hongaars zelfbestuur in Transsylvanië is immers de afgelopen dertien jaar succesvol de kop ingedrukt.

Dat de schrik er in Boedapest en Boekarest goed inzit, bewijst het feit dat de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken, László Kovács, de begrafenis van de vermoorde Servische premier Djindjic afgelopen weekend heeft laten schieten om in het Transsylvaanse Tirgu-Mures een felle toespraak tegen Hongaars zelfbestuur te kunnen houden. En ook doet het op zich ietwat grappige feit voor dat de Roemeense minister van Buitenlandse Zaken, Mircea Geoana, zich ernstig zorgen maakt over de ophanden zijnde scheuring binnen de Hongaars-Roemeense partij.

Minister Geoana heeft de Hongaarse Nationale Raad "anti-Europees" genoemd. Hoewel deze bewering geen hout snijdt, omdat de raad aangegeven heeft binnen de grenzen van de Roemeense staat te willen blijven opereren, geeft het aan dat de relaties in de regio weer op scherp staan.

Echt gevaarlijk wordt het voor Tökés en de aanhangers van Hongaars zelfbestuur indien zij als "terroristen" worden gebrandmerkt. In het klimaat van de huidige wereldpolitiek waarin de Roemeense en de Hongaarse regering onvoorwaardelijk de VS in een oorlog tegen Irak steunen, kan dit een gevaarlijke wending aan het hernieuwde Hongaarse streven naar zelfbestuur in Transsylvanië geven.

In dat geval zullen de Hongaarse pleitbezorgers van zelfbestuur namelijk vogelvrij zijn, met alle gevolgen van dien.

De auteur is als docent Oost-Europese studies verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 2003

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Tökés speelt gevaarlijk spel in Hongarije

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 2003

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken