Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Inspirerend onderwijs" als cadeau

Echte identificatiefiguren voor de klas belangrijker dan eigen normatieve pedagogiek

5 minuten leestijd

Ter gelegenheid van zijn afscheid als voorzitter van de reformatorische besturenorganisatie VGS, dat morgen plaatsheeft, schreef ds. M. Golverdingen een boekje: "Inspirerend onderwijs". De uitgave bestaat uit zes voordrachten die hij tijdens zijn VGS-voorzitterschap hield. De lezingen zijn bewerkt en van een flink notenapparaat voorzien. In de helder geschreven bundel -het afscheidscadeau van de auteur aan de VGS- zijn twee hoofdlijnen te ontdekken die de rode draad vormen van het denken en schrijven van ds. Golverdingen over onderwijs. Ik noem ze en voorzie ze van commentaar.

De ene hoofdlijn is dat in het onderwijs de pedagogische vraagstelling het primaat heeft. Om het anders te formuleren: Het gaat in het onderwijs niet allereerst om een in technische zin goede onderwijspraktijk waarbij gebruik wordt gemaakt van vernieuwende inzichten. Professionaliteit als onderwijsgevende garandeert nog geen verantwoord onderwijs. Elke docent behoort pedagoog te zijn.

Dat heeft nogal wat consequenties. Ik noem er enkele. Een leraar dient te werken vanuit een opvoedkundige totaalvisie op het kind en op het doel van het onderwijs. Hij (of zij) dient allermeest identificatiefiguur te zijn en is niet te vervangen door nieuwe media. Vorming is in het onderwijs uiterst belangrijk. Onderwijs moet waken voor te eenzijdige intellectuele of cognitieve doelen, maar ook de attitudevorming in het oog houden. Onderwijs moet inspirerend zijn; dat betekent verzet tegen een plat pragmatisch handelen als het louter toepassen van een onderwijskundig stappenplan.

Ook in het reformatorisch onderwijs signaleert ds. Golverdingen een hang naar pragmatisch denken, waardoor de pedagogische grondvragen buiten beschouwing blijven. In deze woorden herken ik veel van de bevlogen wijze waarop de pedagoog dr. W. ter Horst zijn gedachten formuleert. Ds. Golverdingen geeft een eigen invulling aan het gedachtegoed van Ter Horst en maakt dit vruchtbaar voor de gereformeerde gezindte.

In deze tijd, waarin het technologisch en onderwijskundig denken de onderwijspraktijk beheerst, kun je niet anders dan van harte instemmen met deze grondgedachte en met de waarschuwende en overtuigende woorden die ds. Golverdingen hier neerschrijft.

Tastend

Met de tweede hoofdlijn heb ik meer moeite. Deze betreft het niet aflatende pleidooi van ds. Golverdingen om een nieuwe normatieve pedagogiek te formuleren. Deze pedagogiek dient gebaseerd te zijn op de Bijbel en op de gereformeerde belijdenis. Ds. Golverdingen roept hogeschool De Driestar op zo'n pedagogische totaalvisie te formuleren en uit te dragen. Er zijn, aldus de auteur, wel publicaties in reformatorische kring verschenen die een aanzet geven tot zo'n totaalvisie, maar ze zijn blijven steken in een tastende beweging vanuit de periferie naar het centrum. Dit moet uitgewerkt worden tot een bescheiden, maar wel afgeronde gereformeerde pedagogiek, die uitgaat van de gereformeerde beginselen.

Als voorbeeld noemt ds. Golverdingen het werk van Bavinck en Waterink. Deze (theoloog)-pedagogen uit het kuyperiaanse of neo-calvinistische kamp betekenden in hun tijd veel voor opvoeding en onderwijs op gereformeerde grondslag. Bij hen is duidelijk sprake van een beginsel- of normatieve pedagogiek.

Andere fronten

Hun werk is echter verouderd en moet geactualiseerd worden. De fronten zijn nu anders dan toen. Het gaat nu om gelijkheidsdenken, multiculturaliteit, verzet tegen systemen. Er is geen noodzaak meer, zoals toen, tot emancipatie van het gereformeerde bevolkingsdeel. De leer van de veronderstelde wedergeboorte en het cultuuroptimisme van Kuyper verhinderen het kopiƫren van zijn werk tot een afgerond pedagogisch ontwerp voor de zuil van de bevindelijk gereformeerden.

Het principe van Bavinck en Waterink om, uitgaande van de Heilige Schrift en de gereformeerde belijdenis, tot een gereformeerde pedagogiek te komen, wordt door ds. Golverdingen ten volle gedeeld. De schrijver onderkent dat deze pogingen uit het verleden het verval niet hebben kunnen keren. De gesloten zuil, eens een bolwerk, is opengebroken door de secularisatie. Ds. Golverdingen vraagt zich af of de minizuil van het reformatorisch onderwijs het zal houden in de geseculariseerde samenleving. "Bevindelijk gereformeerden vormden kleine afgelegen polders in een gebied dat tegen de stroom van de ontkerstening werd beschermd door krachtige neo-gereformeerde dijken", schrijft hij.

Tijd gehad

Die bescherming is echter voorbij. Gevaren dreigen. De invalspoort voor het verval is niet een te positieve cultuurwaardering, maar de stille doorwerking van een praktisch materialisme. Daarom is een krachtig geluid nodig en een beginselvast kader, zoals een herijkte gereformeerde pedagogiek kan vormen. Bovenal is nodig de vreze des Heeren.

Voor deze bezinning wil ds. Golverdingen zich baseren op het werk van ds. G. H. Kersten, die ook streed voor onderwijsmogelijkheden voor de bevindelijk gereformeerden. Ik heb mijn vragen bij deze poging. Is zij niet te veel een neo-calvinistische bovenbouw op een bevindelijk gereformeerde basis? Het systeemdenken heeft zijn tijd gehad. We moeten niet zoeken naar een afgeronde en gesloten pedagogiek, maar naar een vruchtbaar maken voor deze tijd van gedachten die er reeds zijn.

De schrijver wijst een eclectische benadering af, omdat die te veel zou putten uit het gedachtegoed van pedagogen met wie een grondig verschil van mening bestaat over de uitgangspunten. Maar wat is er op tegen om, zoals ds. Golverdingen zelf ook doet, visies en beelden van iemand als Ter Horst te benutten voor eigen gebruik? Hebben we de behoefte om tot een gesloten pedagogiek te komen die logisch en beginselvast klinkt, maar na enige tijd toch weer opengebroken moet worden?

Ik acht een aansluiting bij de personalistische pedagogiek in het kader van Golverdingens eigen denken het meest gepast. De auteur wijst op het belang van de persoonlijke levenshouding en het persoonlijk geloof van de onderwijsgevende. De voorbeelden die hij uit eigen ervaring geeft, betreffen allen mensen die door hun wijze van onderwijsgeven indruk hebben gemaakt. Zij waren identificatiefiguren. Zij droegen door hun persoonlijk geloof, dat uitdrukking vond in hun werk, de fakkel over. Niet doordat ze in een verband functioneerden waarbinnen een gedeelde pedagogische basisvisie vigerend was. Daar komt het op aan: zijn er leraren en leraressen die op deze wijze echt identificatiefiguur kunnen zijn, ook al is het in een omgeving waar eveneens andere visies worden uitgedragen?

N.a.v. "Inspirerend onderwijs", door ds. M. Golverdingen; uitg. Groen, Heerenveen, 2003; ISBN 9058293890; 127 blz.; 11,50 euro.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 2003

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 2003

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken