Bekijk het origineel

Een duur en chaotisch vredesdividend

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een duur en chaotisch vredesdividend

Elke dag voegt iets toe aan het grote geheel van de Afghaanse wederopbouw

9 minuten leestijd

Kabul, juni 2003. De droge hitte hangt in de straten. De arbeiders aan de Asmaey-weg proberen zich echter op hun werk te concentreren, zodat ze geen last hebben van de zon en van de damp die van het nog vochtige, plakkerige asfalt afslaat. Een groepje mannen en vrouwen repareert hier het wegdek, en ontsluit zo een belangrijke verbindingsroute van Kabul naar het zuiden.

Op papier heet dit in het jargon van de geldgevende instanties een arbeidsintensief infrastructureel project, waar Duitsland zich financieel voor garant heeft gesteld. Somah Jan en haar zoontje Marouf staan er met een grote vlag het verkeer te regelen. Voor haar betekent het werk aan de weg 4 dollar per dag, 120 dollar per maand - het verschil tussen zelfstandig overleven en afhankelijk zijn van voedselhulp voor weduwen en straatkinderen. Het betekent ook een vast inkomen, want de wegwerkzaamheden in de stad zijn nog lang niet klaar.

Mevrouw Somah Jan ondervindt aan den lijve dat het leven de afgelopen anderhalf jaar aanmerkelijk is verbeterd. Dit is het zogenoemde vredesdividend, het begrip dat deskundigen op het gebied van wederopbouw in landen waar net een oorlog had gewoed, in december 2001 in Afghanistan introduceerden. De theorie hierachter luidde dat wanneer maar genoeg mensen profijt hebben van vrede, het in ieders belang wordt actief mee te werken aan het behoud ervan. De vraag is nu of het vredesdividend na anderhalf jaar inderdaad bestaat en of voldoende Afghanen daarin delen.

Zo op het oog lijkt het in Kabul allemaal goed voor elkaar. Op elke straathoek heeft iemand een winkel in computerbenodigdheden of een taleninstituut geopend, waar studenten Engels leren. Het Afghaanse nieuws bericht voortdurend over gunstige ontwikkelingen op minischaal: er gaat geen dag voorbij zonder dat de een of andere buitenlandse organisatie als een sinterklaas aan het uitdelen slaat.

Gevechten

De ene keer gaat het om de opknapbeurt van een museum, de volgende dag komen Duitse artsen drie endoscopiemachines afleveren voor een ziekenhuis.

Buiten de hoofdstad is de wederopbouw echter nog niet in deze mate op gang gekomen. Ook hier wordt geld geïnvesteerd, worden er huizen gebouwd en komen er voorzichtige reparaties aan wegen van de grond, maar elke stap voorwaarts wordt direct tenietgedaan door berichten over gevechten tussen regeringstroepen en coalitiestrijdkrachten met oud-Taliban-strijders en aanhangers van plaatselijke commandanten. In dit patroon past ook de aanslag met een taxi op ISAF op de zaterdag voor Pinksteren.

De autoriteiten houden vooralsnog de moed erin en wijzen graag op alles wat er al ten goede veranderd is. Er is geen weg terug, stellen Karzai en de zijnen, want er zijn al te veel processen op gang gebracht om de wederopbouw nu nog te kunnen frustreren. Al-Qaida en de Taliban zijn verslagen, en ook de mannen die Afghanistan vanuit Pakistan nog steeds binnenvallen, zullen op termijn niet succesvol zijn.

Toen de westerse mogendheden hier anderhalf jaar geleden binnenkwamen, hoefde niemand zich af te vragen welke wederopbouwprojecten prioriteit hadden. Afghanistan was het armste land ter wereld, dus alles had prioriteit. En alles draaide om geld, dat er niet was, en om de snelle wederopstanding van de Afghaanse staat, die niet langer bestond, aangezien die tot de laatste paperclip was kapotgeslagen of gestolen door de Taliban.

In januari 2002 nam de Wereldbank de leiding van de wederopbouw over, waarbij onder wederopbouw vooral het daadwerkelijke metselen en timmeren werd verstaan. De Wereldbank opende een investeringsfonds, the Afghan Reco nstruction Trust Fund, het Afghaanse Wederopbouwfonds.

Nederland

De eerste en grootste donor was Nederland, vertelt William Byrd, de directeur van het kantoor van de Wereldbank in Afghanistan, en een van de optimisten. Nederland maakte in april 2002 35 miljoen dollar over, die Byrd direct kon uitgeven. Het wederopbouwfonds betaalde, heel concreet, voor stoelen, tafels en personeel. Ministeries werden zo'n beetje ingericht, zodat er gewerkt kon worden. Ambtenaren, ziekenhuispersoneel en onderwijzers kregen voor het eerst weer hun salarissen uitbetaald.

Daarnaast stelde de Wereldbank zelf een gift beschikbaar van 100 miljoen dollar, om daar zeer dringende zaken van te betalen. Hiervan werden de belangrijkste bruggen van de belangrijkste wegen min of meer opgelapt, zodat de voedselhulp de hongerende bevolking kon bereiken. Ook werd de elektriciteitscentrale van Kabul heropgebouwd, zodat de stad in elk geval weer elektriciteit had. In eerste instantie kregen alleen overheidsgebouwe n, ambassades en andere belangrijke buitenlanders de hele dag stroom, inmiddels is het netwerk zo verbeterd dat zeker de helft van de stad bijna altijd elektriciteit heeft.

Geld is echter nog steeds het allesoverheersende probleem. Voor een deel is dat volgens William Byrd te verklaren doordat enthousiaste donoren tijdens de zogenaamde donorconferentie van Tokio begin 2002 wel schenkingen toezegden, maar die nooit daadwerkelijk naar Afghanistan of de Wereldbank overmaakten. Ander geld is keurig binnengekomen, maar inmiddels allang uitgegeven.

Londen

Ook is pas nu enigszins te overzien hoe duur die wederopbouw eigenlijk wordt. In dezelfde week dat mevrouw Somah Jan en haar collega's de gaten in de Asmaey weg opvulden en het wegdek gereedmaakten voor een nieuwe laag asfalt, vertrok Hamid Karzai voor een tweedaags bezoek naar Groot-Brittannië.

De Afghaanse televisie bracht een dolenthousiaste reportage over de president en zijn ministers van Binnenlandse Zaken, Financiën en Vluchtelingenzaken, die in grote auto's door Londen werden gereden. Karzai ontving een hoge onderscheiding van koningin Elizabeth en ontmoette Tony Blair en de leden van diens kabinet. Desondanks was het bezoek een mislukking want, zo vertelde de president van te voren en ook na terugkeer in Kabul, de donoren moeten veel royaler dan tot nu toe over de brug komen, en liefst een beetje snel. "Er is voor de komende vijf jaar een bedrag nodig van 20 miljard dollar, willen wij ons land op het niveau tillen waarop wij voor onszelf kunnen zorgen en economisch kunnen voortbestaan."

Hij waarschuwde voor de consequenties van een lakse houding. "Als de bevolking te eten heeft en een menswaardig leven kan opbouwen, verliest het terrorisme elke aantrekkingskracht. Als onze mensen gedwongen blijven in bittere armoede te leven en wij het armste land ter wereld blijven, is het niet vreemd dat radicale bewegingen voet aan de grond krijgen en houden."

Tony Blair stelde dat hij het met Karzai eens was, en zegde 10 miljoen dollar extra steun toe, boven op het geld dat Groot-Brittannië jaarlijks al aan Afghanistan betaalt. Tja, 10 miljoen is mooi, maar nog geen 20 miljard.

Vruchten

De steun van de Wereldbank aan de ministeries begint inmiddels echter vruchten af te werpen. In achttien maanden stampte de Wereldbank vanuit het totale niets een goed functionerend ministerie van Financiën en een nationale bank uit de grond, met aan het hoofd de voormalige Wereldbank-medewerker Ashraf Ghani als minister van Financiën. Ook plaatste de Wereldbank een onafhankelijke instelling bij het ministerie, om de geldstromen te controleren. Deze Afghaanse rekenkamer wordt geleid door accountants van het Nederlandse kantoor van PricewaterhouseCoopers.

Onlangs bereikten Ghani en president Karzai met de provinciale gouverneurs een belangrijk akkoord. De afspraken waren in zoverre baanbrekend dat er na jaren van financiële anarchie weer een begin werd gemaakt met een gezond belastingsstelsel, dat de Afghaanse schatkist jaarlijks met 200 miljoen dollar moet aanvullen. De geldkraan bevindt zich wat Ghani betreft vooral aan de grenzen met Iran en Pakistan, waar dagelijks allerlei goederen worden ingevoerd. Locale commandanten en provinciale gouverneurs heffen allerlei belastingen op deze goederen, maar het geld heeft de nationale overheid in Kabul tot dusver niet bereikt.

Ambitieus programma

Ghani is drie weken geleden begonnen om hier een eind aan te maken. Tijdens een persconferentie kondigde hij de eerste stappen van een ambitieus programma aan. Alle revenuen van invoerbelasting komen voortaan ten goede aan de staat. Hij vertelde over zijn reis naar Herat, waar hij de invloedrijke provinciegouverneur Ismael Khan ertoe had kunnen overhalen om de invoerrechten voortaan over te maken naar de nationale bank. In Herat bleek Ismael Khan inmiddels 6 miljoen dollar invoerrechten te hebben opgehaald, naast een bedrag van 60 miljoen Afghani, wat zo'n 1,2 miljoen dollar waard is.

Ghani nam het geld daadwerkelijk in het vliegtuig mee terug naar Kabul, maar beloofde in ruil een deel van de belastingopbrengst legaal terug te laten vloeien naar de provincie Herat, onder meer om de rekening te betalen voor de invoer van elektriciteit uit Turkmenistan voor de stad Herat.

Dit was echter nog maar het begin, vertelde Ghani. Hij kondigde onder meer aan het belastingstelsel voor BTW op goederen te vereenvoudigen, en voortaan geen dertig verschillende tarieven meer te hanteren, maar vijf.

Als grootste triomf meldde hij dat het belastinggeld dat hij in Herat had opgehaald inmiddels al was uitgegeven aan salarissen voor de circa 100.000 militairen die nog op de loonlijst van het ministerie van Defensie staan. Voor het grootste deel betreft dit moedjahedien, strijders in de strijd tegen Sovjets en de Taliban; maar ook de circa 10.000 nieuwe rekruten van het vorig jaar opgerichte Afghaanse Nationale Leger kregen hun soldij uitbetaald.

Het is een financiële oplossing voor een politiek probleem, namelijk: hoe de macht van de oude militaire machthebbers te verzwakken, en iedereen ervan te overtuigen dat hun toekomst bij de nationale regering ligt?

Zelf laten meepraten

Een strategie is om de bevolking te laten meepraten over nieuwe ontwikkelingen. Op de dag van zijn triomfantelijke terugkeer uit Londen wilde president Karzai een begin maken met de zogenaamde consultaties voor de grondwet, de openbare debatten over de wetsteksten waaraan zoveel mogelijk Afghanen mee moeten doen. Die zaterdag voor Pinksteren stond Kabul echter op zijn kop vanwege de ISAF-aanslag en was er voor de grondwetdiscussie geen enkele belangstelling.

Meepraten is ook het devies voor het Nationale Solidariteitsprogramma, dat alle Afghanen zeggenschap zal geven in de wederopbouw van hun eigen dorp. De Wereldbank stelt vanaf 1 juli 2003 per dorp in Afghanistan 10.000 dollar beschikbaar. De dorpelingen kunnen zelf beslissen aan welk project ze het geld besteden, mits het ten goede komt aan de hele gemeenschap. Moet de weg naar de stad verbeterd? Een nieuwe school? Een irrigatiesysteem? Of misschien een dam in de rivier, samen met een ander dorp in de buurt, om energie op te wekken, zodat men die kan verkopen? Het kan allemaal. Als de plaatselijke militaire commandant probeert de beslissing te beïnvloeden, gaat het feest echter niet door.

En zo is er elke dag iets nieuws te melden, en staat het verkeer in Kabul elke dag weer ergens anders vast omdat er met wegwerkzaamheden begonnen is. Over nog eens anderhalf jaar zal duidelijk zijn of de openbare debatten over de grondwet en de belastingplannen van Ghani een nieuwe fase inluidden, of dat het doekjes voor het bloeden waren, in de chaos.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 juni 2003

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Een duur en chaotisch vredesdividend

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 juni 2003

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken