Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het probleem van de stille drinkers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het probleem van de stille drinkers

Ds. H. Ploeger zette zich halve eeuw in voor christelijke drankbestrijding

6 minuten leestijd

Gedurende vijftig jaar trok hij door het land om in lezingen op de gevaren van alcohol te wijzen. Ds. H. Ploeger is het langstzittende oud-bestuurslid van de recent opgeheven Christelijke Beweging voor Drankbestrijding (CBD). Vorige week verscheen het laatste nummer van het orgaan "Blauwe wegwijzer". Een sterk geslonken achterban en onvervulbare bestuursvacatures betekenden het einde van ruim een eeuw christelijke drankbestrijding. "Als je alcohol gebruikt, kun je nooit met zekerheid zeggen dat je geen alcoholist zult worden."

Drankbestrijding loopt als een rode draad door het leven van ds. H. Ploeger (1924). "Vanaf m'n achttiende, toen ik in de baptistengemeente van Muntendam werd gedoopt, ben ik geheelonthouder. Dat was toen in die gemeente, die voor een groot deel uit ex-alcoholisten bestond, een voorschrift. Om elkaar te steunen werd afgesproken geen alcohol te gebruiken. Dat is niet bijbels, maar het is ook niet onbijbels. Het is volkomen te rechtvaardigen om zo'n beslissing te nemen, ter bescherming van mensen die een probleem met alcohol hebben gehad en hun gezinnen."

In de Tweede Wereldoorlog was Ploeger enige tijd in Duitsland tewerkgesteld. Na het bombardement op Hamburg kregen de buitenlandse arbeiders jeneverbonnen. "Die heb ik netjes versnipperd." Na de oorlog meldde hij zich aan bij de Nationale Christen Geheelonthouders Vereniging (NCGOV), voorloper van de CBD.

In de jaren vijftig, toen hij inmiddels enkele jaren predikant was, trad hij toe tot het landelijk bestuur. De vereniging telde op dat moment zo'n 5000 leden. Toch was de organisatie toen al over haar hoogtepunt heen, blikt de Arnhemse emeritus predikant terug.

Hij verklaart de gestage terugloop van het ledenaantal voor een belangrijk deel uit maatschappelijke ontwikkelingen. "Alcoholisten waren steeds minder zichtbaar in de samenleving aanwezig. Dronken mensen werden langzamerhand vaker met een auto naar huis gebracht, terwijl ze eerder over straat liepen of fietsten. Het thuisdrinken nam ook behoorlijk toe. Mannen hoefden voor hun glaasje niet meer per se naar de kroeg. Er waren nog wel drankverslaafden, maar je zag ze veel minder. Als je het probleem niet ziet, spreekt het doel van drankbestrijding minder aan."

Slappe rug

Hoewel ds. Ploeger bewust geheelonthouder is, heeft hij zijn gemeenteleden wat dat betreft altijd vrijgelaten. In het pastoraat kwam hij meer dan eens alcoholisten tegen, waarbij het hem opviel dat er vaak sprake was van verborgen leed. "Mensen ervaren het altijd nog als een schande. Je weet geen maat te houden, bent geen vent uit één stuk, hebt een slappe rug. Drankverslaafden zijn vaak mikpunt van spot geweest."

Zijn principiële stellingname tegen alcoholgebruik leverde ds. Ploeger ook regelmatig spot en onbegrip op. "Ik heb in de loop der jaren in vrij veel besturen gezeten en diverse conferenties bezocht. Als je op een receptie geen alcohol wilde, kon je soms alleen maar een glaasje jus d'orange krijgen. Druivensap of iets anders was er niet, terwijl er genoeg niet-alcoholische dranken zijn. Er wordt vaak onvoldoende gedacht aan mensen die, om wat voor reden dan ook, geen alcohol gebruiken."

De predikant heeft bewust nooit het principe van matig drinken uitgedragen. "Want wat is de maat van matigheid? Dat is sterk cultuur- en streekbepaald. Gereformeerden dronken vroeger op zondag twee glaasjes na de kerkdienst. Dat hoorde er gewoon bij. Maar drie of vier glaasjes, dat deed je niet. Als een veehouder in Friesland op dinsdag dronken van de markt kwam, kreeg hij binnen de kortste keren de kerkenraad op bezoek. In het zuiden van het land, Brabant en Limburg, was het helemaal niet verwerpelijk een keer per week over de schreef te gaan."

Achterban

Het oud-bestuurslid erkent dat een minder strikte afwijzing van alcoholgebruik de potentiële achterban van de CBD zou hebben vergroot. Toch is dat nooit een serieuze optie geweest. "Als je alcohol gebruikt, kun je nooit met zekerheid zeggen dat je geen alcoholist zult worden. Als je géén alcohol drinkt, kun je dat wel zeggen. Iedereen die gewend is alcoholische dranken te nuttigen, kan in omstandigheden komen dat de normen gemakkelijk vervagen. Pas stond er in de krant dat er onder de stille drinkers veel bejaarde alcoholisten zijn. Dat wisten wij al lang."

De achterban van de CBD was volgens ds. Ploeger divers. "Het was een doorsnee van de samenleving. Vroeger waren met name evangelische christenen en baptisten oververtegenwoordigd. Drinkers die tot geloof kwamen sloten zich vaak aan bij een evangelische gemeente of een baptistengemeente, omdat die wat alcohol betreft een beschermende omgeving boden. Het besef dat alcohol gevaarlijk is, leeft tegenwoordig onder baptisten veel minder sterk dan in het verleden. Dat is een tendens die je in het algemeen onder christenen ziet. Ze delen in de weelde, profiteren ervan. Het begrip soberheid neemt niet zo'n belangrijke plaats meer in."

Samenwerking met verwante organisaties heeft de CBD nooit geschuwd. Ds. Ploeger vertelt dat de geheelonthoudersclubs als een van de eerste verenigingen in Nederland een overkoepelend orgaan hadden, de Nationale Commissie tegen het Alcoholisme. De predikant was er zes jaar lang secretaris van. "Als er een burgemeester was benoemd, schreven we een brief met onze wensen. We benaderden politici, reageerden op wetsvoorstellen. Op allerlei manieren maakten we een vuist tegen alcoholisme."

De vuist die de CBW kon maken, werd gezien de slinkende achterban steeds minder sterk. Toen de vereniging in 1996 tot een stichting werd omgevormd, waren er nog zo'n 500 leden. Ds. Ploeger schat dat er uiteindelijk niet meer dan 250 begunstigers zijn overgebleven.

Nu de CBW verleden tijd is, meldt hij zich niet meer aan als begunstiger van de in 1897 opgerichte Algemene Nederlandse Geheelonthouders Bond (Angob). Stellig: "Dat heeft geen zin. Die club staat er niet veel beter voor. Ik ben bovendien te oud. Jarenlang ben ik actief geweest. Nu hoeft het niet meer."

Jeugdcentrum

Hoogtepunten uit de lange periode dat hij zich voor de christelijke drankbestrijding inzette, kan de predikant niet zomaar noemen. "Zo lang ik me ermee heb beziggehouden, was het een teruglopende zaak. Op elke jaarvergadering werd een vermindering van het aantal leden gemeld." Uiteindelijk schiet hem toch nog een mijlpaal te binnen. "Het moment dat mijn dochter van 10 jaar het alcoholvrije jeugdcentrum De Stoppelberg in Beekbergen mocht openen, was een van de krenten in de pap." Op lange termijn bleek het financieel niet haalbaar het centrum in stand te houden. In 1990 moest het dan ook worden afgestoten.

Af en toe bekroop de secretaris in de achterliggende jaren de gedachte: Heeft dit werk nog zin? Dan concludeerde hij opnieuw voor zichzelf dat het antwoord ja was. "Al wat gedaan wordt uit liefde voor Jezus, dat houdt zijn waarde", zo citeert de predikant een liedregel. "Al ben je maar voor een paar mensen tot zegen geweest. Dat heb ik mezelf, ook in het pastoraat, altijd voorgehouden. Het werk voor de CBD paste voor mij helemaal bij het werk als dienaar van het Evangelie van Jezus Christus."

Het einde van de CBD roept bij de oud-secretaris geen sentimentele gevoelens op. "De drankbestrijding heeft nauwelijks meer enige betekenis in ons land. Niemand ligt er wakker van dat we niet meer bestaan." Hij wijst erop dat diverse andere instanties, zoals de Stichting Alcoholpreventie (STAP), aandacht voor de problematiek blijven vragen. "Je moet ook nuchter zijn. Als jaar na jaar blijkt dat het niet lukt voldoende bestuursleden te vinden, moet je op een geven moment zeggen: Dit houden we niet vol. We kunnen geen ijzer met handen breken. Dat vraagt God ook niet van ons."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 11 July 2003

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Het probleem van de stille drinkers

Bekijk de hele uitgave van Friday 11 July 2003

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken