Bekijk het origineel

Emoties, tranen en massagraven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Emoties, tranen en massagraven

Emad Rashid na 23 jaar herenigd met zijn familie in Irak

7 minuten leestijd

"Dit is de gevangenis van Abu Ghraib. Het was een van de grootste gevangenissen voor politieke gevangenen in Irak. Daarnaast is een massagraf gevonden. Veel politieke gevangenen werden opgehangen, geëxecuteerd of doodgemarteld."

Aan het woord is Emad Ezet Rashid, een 42-jarige Irakees die al 22 jaar in Nederland woont en nu terugkeert naar zijn geboorteland Irak om vrienden en familieleden op te sporen. Het regime wilde hem in 1980 oppakken omdat hij deel uitmaakte van het Koerdische verzet, maar hij vluchtte de bergen in en meldde zich in 1981 als asielzoeker in Nederland aan.

Nu rijden we met hem over de lange tweebaansweg van de Jordaanse grens naar de Iraakse hoofdstad Bagdad. Zo'n 36 kilometer voor Bagdad zien we links een complex met hoge muren en wachttorens: de beruchte Abu Ghraib-gevangenis.

Geen herkenning

In Bagdad gaat Emad eerst bij vrienden van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), waar Emad actief in is en was, langs. Onder Saddam was elke politieke activiteit buiten de regerende Ba'ath-partij om verboden. "De PUK ging ondergronds", vertelt Kemal Muhyadin Asaad in een van de kantoren van de PUK. "Er wonen meer dan een miljoen Koerden in Bagdad en toen Saddam verdreven was, werden we ineens geconfronteerd met een enorme aanwas van onze aanhang."

Na 23 jaar herkent Emad het Bagdad van vroeger niet meer. "Niet alleen is er nu vrijheid, en daar ben ik natuurlijk blij om, maar hele straten zijn veranderd. Alles ziet er sterk verwaarloosd uit. Wat ooit een prachtige boulevard langs de Tigris was, lijkt nu op een woestenij. Overal zijn bomen omgehakt."

Emad heeft zijn vader, zijn zusters en een van zijn broers al 23 jaar niet gezien. Twee andere broers wonen in Nederland. Zijn moeder zag hij in 2000, toen hij via Iran naar de Koerdische gebieden in het noorden reisde en zijn moeder vanuit Bagdad het gebied eveneens wist in te komen.

Geheim contact

Daarna stond hij via een geheim contact in verbinding met zijn ouders, maar dat contact werd begin dit jaar verbroken. Al maanden heeft Emad niets meer over zijn familie gehoord. Emad en zijn familie komen uit Khanaqin, een Koerdisch stadje, 175 kilometer ten noordoosten van Bagdad, vlak bij de Iraanse grens. In 1994 werd de familie door het regime verbannen naar het stadje Hellah, ten zuiden van Bagdad. Daar hielden ze het een halfjaar uit, toen vestigden ze zich in Bagdad. Na lang bellen komt Emad erachter dat z'n ouders naar Khanaqin zijn teruggekeerd. Voor hem een hele geruststelling. "Daar is het veiliger dan in Bagdad", zegt hij.

In Bagdad wacht Emad een grote schok als hij ontdekt dat een jeugdvriend van hem door het regime ter dood is gebracht. De namen van vermisten en geëxecuteerden worden sinds kort bijgehouden in de computer van een speciaal centrum dat geleid wordt door ex-politieke gevangenen. In een grote ruimte liggen lades met duizenden dossiers. "De namen worden gearchiveerd, in hun dossier staat hun vonnis", vertelt Ibrahim Raouf, directeur van het centrum. "We registreren ook de massagraven en proberen te achterhalen wie daar begraven liggen."

Emad is onder de indruk. Hij krijgt in een andere ruimte marteltuig te zien waarmee de geheime dienst haar slachtoffers folterde. Zo is er een instrument waarmee de botten van slachtoffers werden ontwricht.

Geboortestadje

Als Emad na 23 jaar zijn geboortestadje Khanaqin binnenrijdt, wordt hij door allerlei bewoners meteen herkend. Het lijkt wel of de tijd in het stadje heeft stilgestaan. Er zijn weinig huizen bijgebouwd, het regime van Saddam gaf geen toestemming om huizen op te knappen. Alleen aanhangers van het regime en officieren konden in een nieuw huis gaan wonen. Wel zijn overal bunkers te zien: het stadje ligt 10 kilometer van de grens met Iran en tijdens de oorlog tussen Iran en Irak is hier zwaar gevochten.

Laat in de middag rijden we het stadje weer uit. Even buiten Khanaqin zijn vier massagraven ontdekt. In elk liggen ongeveer vijftig personen begraven. In de meeste gevallen ging het om executies die in maart 1991 plaatshadden.

Het was een vergelding voor een opstand die tegen het regime was uitgebroken. Emad kan zijn emoties niet beheersen. Hier liggen vrienden en vrienden van zijn vrienden begraven. "We hebben het overleefd!" zegt hij terwijl hij Riad Saleh, een strijdmakker uit de tijd van het verzet, omhelst. Ahmed Abbas Karim, een ooggetuige van de executies, vertelt: "Ze werden met auto's hiernaartoe gebracht. Wij hadden ons ergens verborgen, buiten de stad. Sommigen zijn geëxecuteerd, de helft is levend begraven, met een bulldozer."

Berechting

Emad hoopt dat de daders alsnog worden opgepakt: "Als er klachten zijn tegen hen, moeten die worden verzameld. Er moeten processen komen waarin de daders worden berecht. Ik hoop dat dat zo snel mogelijk gebeurt. Hoe langer het duurt hoe onrustiger het volk wordt."

Dit wordt beaamd door Mala Bachtiar, de hoogste bestuurder van de regio Khanaqin. Tijdens het bewind van Saddam verbleef hij in het veilige Koerdische gebied in het noorden. Maar eind april keerde hij naar Khanaqin terug, waar hij zich direct wijdde aan de verbetering van de infrastructuur. "We willen de slachtoffers herbegraven zodat ze een eigen graf hebben", vertelt Bachtiar. "Enkele van de daders wonen nog hier, anderen zijn gevlucht. In totaal gaat het om vijftien personen. Tot nu toe zijn drie personen op grond van tegen hen ingediende klachten gearresteerd."

Bachtiar en Emad Rashid kennen elkaar al sinds hun jeugd. Ze zijn nog steeds goede vrienden. Beiden zijn actief in de PUK. Als Bachtiar naar een bijeenkomst van de twee grootste Koerdische partijen -de PUK en de DKP- in Khanaqin gaat om te praten over samenwerking en wederopbouw, zit Emad naast hem. Aan alles is te merken dat Emad zich in zijn geboortestadje al helemaal thuis voelt.

Wapenbezit

Plotseling lopen drie Amerikaanse soldaten naar binnen. Er ontwikkelt zich een gesprek over wapenbezit. De Amerikanen hebben iemand opgepakt die in het bezit van een RPG (Rocket Propelled Grenade) was. Bachtiar wil dat die man wordt vrijgelaten, maar een van de soldaten zegt dat er gelogen is over het bezit van dit type wapens. Bachtiar merkt glimlachend op dat zulke wapens toch niet tegen de Amerikaanse tanks op kunnen en dringt nogmaals aan op vrijlating van de gearresteerde man. "Ik moet hierover eerst overleg plegen met mijn superieuren", zegt de Amerikaanse soldaat. Bachtiar zegt: "De grootste belediging voor een Koerd is als je hem met geweld gaat ontwapenen."

Zulke incidenten geven aan dat het ook tussen Koerden en Amerikanen niet altijd koek en ei is. Kolonel Robert Farmer, de woordvoerder van het Amerikaanse leger in Khanaqin, zegt dat er wel meer problemen in het stadje zijn. Zo komen Arabische inwoners van het stadje zich bij de Amerikanen beklagen over het feit dat ze uit hun huizen zijn gezet en dat er in hun huizen nu Koerden wonen. "Het gebeurt niet systematisch, het is geen etnische zuivering, maar het gebeurt ook niet incidenteel", zegt Farmer.

Minderheid

Bachtiar bevestigt dat enkele Arabische inwoners hun huizen zijn uitgezet: "Maar het ging om personen die door het vroegere regime in het kader van de arabisering hier naartoe zijn gestuurd." Ook Emad vindt dat de arabisering moet worden teruggedraaid. "De oorzaak van al deze problemen ligt bij Saddam", zegt hij.

Intussen treden de Amerikanen steeds meer op als beschermer van de Arabische minderheid in Khanaqin - en dat geeft wrijving met de Koerden.

De ouders van Emad wonen in een groot huis aan de rand van Khanaqin. Emad wil hen zo veel mogelijk buiten alle publiciteit houden.

"Ze zijn oud en zwak", zegt hij. Na lang aandringen mogen we toch met hem mee naar het huis waar ze wonen. Een van zijn broers en drie zusters wonen ook in het huis. Eén zuster zit nog in Bagdad. Iedereen is erg blij dat ze Emad na al die jaren terugzien. Emads moeder, Khadria Hassan, spreekt namens allen: "We zijn heel gelukkig. Mijn zoon is terug uit het buitenland. Ons leven in Bagdad was heel zwaar. Acht jaar lang waren we verbannen. Dankzij God is het goed gekomen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 juli 2003

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Emoties, tranen en massagraven

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 juli 2003

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken