Bekijk het origineel

Protestant in rooms-katholiek Italië

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Protestant in rooms-katholiek Italië

Sympathie Italiaanse belastingbetalers voor protestanten blijkt uit jaarlijkse Otto per Mille

9 minuten leestijd

Protestanten zijn in het rooms-katholieke Italië veruit in de minderheid. Maar jaarlijks, in juni, als de Italianen hun belastingformulier invullen, laten de waldenzen, lutheranen, zevende-dags adventisten en de pinkstergemeenten luid en duidelijk van zich horen. Het gaat om de portemonnee van de overheid.

Maarten Luther werd tot voor kort in Italië met de nek aangekeken. Dat was precies de reden waarom de Napolitaan Alberto Saggese overstapte van de Rooms-Katholieke Kerk naar de Lutherse Kerk en daar zelfs predikant werd. "Mijn leraar geschiedenis op het gymnasium was streng rooms-katholiek. Van Luther deugde volgens hem niets. Ik vond echter dat de protestanten in Noord-Europa het beter voor elkaar hebben gekregen dan wij in Napels. Zo slecht kon de invloed van Luther niet zijn geweest", zegt Saggese.

De Napolitaan verdiepte zich zozeer in de kerkhervormer dat hij vervolgens theologie ging studeren. Eerst aan de waldenzische universiteit in Rome -de enige protestantse theologische universiteit van Italië-, daarna in het Duitse Erlangen en in Heidelberg. Na predikant te zijn geweest in Napels, Neurenberg en Rome is hij nu medewerker van het decanaat van de Evangelisch-Lutherse Kerk in Italië.

Het decanaat is gevestigd in de bijgebouwen van de enorme lutherse Christuskerk in Rome. Het gebouw is opgetrokken in Venetiaanse stijl met een hoge klokkentoren die zelfs vanuit het Vaticaan te zien is. Binnen heeft de architect zich uitgeleefd in allerlei neostijlen die ten tijde van de bouw (1912) populair waren.

Toenadering

Donkere mozaïeken in apsis en hoofdschip suggereren de hand van Byzantijnse handwerklieden. In werkelijkheid zijn het ontwerpen van een kunstenaar met de echt Duitse naam Pfannschmidt. De marmeren dwerggalerij lijkt zo uit een Toscaanse kerk te zijn weggelopen. Bij de ingang hangt een plakkaat waarop staat dat paus Johannes Paulus II in 1983 hier preekte. Het was de eerste keer dat een paus voorging in een kerk van de Reformatie.

Over de toenadering tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de Lutherse Wereldfederatie (LWF), die in 1999 beide een document over de rechtvaardiging ondertekenden, kan Saggese kort zijn. "In dat document staat niet meer dan hoe rooms-katholieken en lutheranen over de genade denken."

Saggese is een van de weinige Italianen die luthers zijn. De lutherse gemeenschap in Italië bestaat met name uit Duitssprekenden die tijdelijk in het land wonen of zich er definitief hebben gevestigd. De diensten worden in het Duits gehouden, de Italiaanse vertaling van de preek ligt bij de ingang van de kerk.

Doordat de Lutherse Kerk zo Duits blijft, is het ledental klein, ook al bestaat ze officieel sinds 1543, toen in Venetië de eerste lutherse gemeente in Italië werd gesticht. Er bestaat nog een officieel document dat door Luther is ondertekend en dat te maken heeft met de Venetiaanse stichting. Saggese heeft er een kopie van in het decanaat opgehangen.

In heel Italië staan nu ongeveer 7000 leden bij de Evangelisch-Lutherse Kerk ingeschreven, verdeeld over twaalf gemeenten die bediend worden door elf predikanten. Acht van hen zijn Duitser.

Kerkbelasting

De kerkbelasting die de Evangelisch-Lutherse Kerk van de staat ontvangt, is echter veel hoger dan verwacht zou mogen worden van een gemeenschap van 7000 zielen. Hoe zit dat?

In tegenstelling tot de Kirchensteuer (kerkbelasting) in Duitsland, Oostenrijk en in sommige Zwitserse kantons slaat de Italiaanse overheid niet het aantal leden van een kerkgenootschap aan. In Duitsland rekent zowel de Evangelische Kerk in Duitsland als de Rooms-Katholieke Kerk zich rijk, omdat ook niet-actieve leden worden geteld. Alleen wie zich daadwerkelijk bij het kerkregister uitschrijft, wordt niet meer meegeteld. In Italië moet men echter zelf aangeven aan welk kerkgenootschap een verplicht deel van zijn bruto-inkomen wordt toevertrouwd. Daarbij heeft de belastingbetaler de keus uit zes erkende kerkgenootschappen. Ook kan hij besluiten zijn deel aan de overheid te laten toekomen.

Bij de invoering van deze belastingmaatregel in 1985 hadden de Italianen alleen de keus tussen de overheid en de Rooms-Katholieke Kerk. Later kwamen daar de Joodse gemeenschap, de Waldenzische Kerk (1993) en de Evang elisch-Lutherse Kerk (1995) bij. Nog weer later werden de zevende-dags adventisten en de pinkstergemeenten toegevoegd. In de nabije toekomst mogen de Jehovah's Getuigen ook deelnemen aan de "Otto per Mille", genoemd naar de verplichte afdracht van 8 promille van het inkomen. De moslims zitten ook op Otto per Mille te azen, maar de regering staat daar vooralsnog niet voor open.

De regeling is een gevolg van de herziening van de verdragen van Lateranen, waarin de wederzijdse rechten en plichten tussen de Italiaanse overheid en de Heilige Stoel zijn geregeld. In 1984 werd onder andere besloten dat de staat niet meer de betaling van priesters en de bouw van kerken op zich zou nemen. Daarvoor in de plaats kwam de Otto per Mille.

Aanvankelijk vreesde de Rooms-Katholieke Kerk voor een financiële aderlating, maar in de praktijk blijkt Otto per Mille haar meer op te brengen dan directe overheidssteun. In veertien jaar tijd kregen de rooms-katholieken bijna 8 miljard euro op hun rekening overgeschreven. Ook de andere kerkgenootschappen hebben niet te klagen.

Verdeelsleutel

Otto per Mille geeft een blik in het religieuze huishouden van Italië. Het systeem is doorzichtiger dan opiniepeilingen of doopregisters. Wel moet worden aangetekend dat we het hebben over volwassen belastingbetalers. Bovendien betreft het alleen de betalers die de Otto per Mille-sectie op het formulier aankruisen. En dat is een minderheid. Slechts 40 procent van de belastingbetalers vult deze categorie (op de juiste wijze) in.

Het geld van de resterende aangiften zonder uitgesproken keus voor Otto per Mille gaat niet verloren. De slimme opstellers van deze belastingregel hebben ervoor gezorgd dat de resterende 60 procent wordt verdeeld volgens de verdeelsleutel die de 40 procent hebben bepaald. Zo sprak in 1998 bijna 87 procent van de ongeveer 40 procent zich uit voor de Rooms-Katholieke Kerk.

Dat percentage werd aangehouden voor alle circa 36 miljoen Italiaanse belastingbetalers. Elf procent streepte de overheid aan. Daarna volgden de waldenzen (1,10 procent), de Joodse gemeenschap (0,44 procent), zevende-dags adventisten (0,32 procent), lutheranen (0,31 procent) en pinkstergemeenten (0,21 procent).

Adhesie

Als deze cijfers worden vergeleken met het aantal kerkleden, blijken de niet-katholieken een groot reservoir te hebben. Zij mogen rekenen op meer sympathisanten dan leden. Er staan slechts 7000 lutheranen ingeschreven, terwijl zo'n 40.000 Italianen geven hun kerkbelasting van 8 promille aan de lutheranen geven. De steun is zelfs nog hoger als men bedenkt dat de belastingbetalers vooral gezinshoofden zijn en dat het kerklidmaatschap vanzelfsprekend ook geldt voor zuigelingen en AOW'ers.

Idem dito voor de waldenzen (30.000 leden, 145.000 sympathisanten) en zevende-dags adventisten (20.000 versus 40.000). Alleen de pinkstergemeenten hebben veel minder belastingsympathisanten dan leden. Het heeft ermee te maken dat hun aanhangers gemiddeld niet zo veel verdienen en dus vrijgesteld zijn van belastingen.

De waldenzen hebben veel sympathisanten omdat velen hen zien als de tegenpool van de rooms-katholieken. Dat heeft alles te maken met de vervolging waaraan de waldenzen eeuwenlang door de RK-Kerk zijn blootgesteld.

De populariteit van de lutheranen zou te maken hebben met hun lokale projecten in grote steden die dicht bij de gewone Italiaan staan. Bovendien is de naamsbekendheid van Maarten Luther zeer groot. "Jaarlijks ontvangen we rond de campagne voor Otto per Mille zo'n vijftig brieven van Italianen die meer willen weten over Luther en onze kerkelijke gemeenschap", zegt Saggese.

Overigens werkt het ministerie van Financiën onthutsend traag. De laatste officiële cijfers dateren van 1998. Uit die cijfers blijkt trouwens dat alle genootschappen, behalve de rooms-katholieken, procentueel terugvallen ten opzichte van 1997. Dat zou te maken hebben met een veranderde wijze van belastingheffing.

Sociale doelen

Hoe besteden de kerken hun Otto per Mille? De Rooms-Katholieke Kerk laat in gelikte tv-spots zien hoe zij de nood lenigt in de derde wereld. Maar in werkelijkheid gaat slechts 20 procent naar charitatieve doeleinden, vooral in eigen land. Dat is geen schande, want de belastingmaatregel is immers ingevoerd om de kerken zelf te ondersteunen. Ruim 40 procent van de inkomsten wordt dan ook gebruikt voor betaling van de ongeveer 55.000 priesters. Nog eens 40 procent wordt overgeheveld naar de 228 bisdommen die Italië rijk is, onder andere voor nieuwbouw.

De protestantse kerken hebben een ander idee over Otto per Mille. De Zevende-Dags Adventisten spenderen alles aan sociale activiteiten. Van de ongeveer 2,6 miljoen euro die de kerk over 1996 ontving, ging 80 procent naar binnen- en buitenlandse projecten. Het resterende bedrag ging op aan campagne- en overheadkosten.

Op de projectenlijst die penningmeester Davide Vitiello toont, staan bij voorbeeld een instelling voor moeilijk opvoedbare meisjes in Florence en n oodhulp in buitenlandse oorlogsgebieden.

Kosten voor de eigen organisatie en van de ongeveer 120 kerken van de adventisten worden uit eigen zak betaald. "Leden en sympathisanten staan vrijwillig 10 procent van hun inkomen af", zegt Vitiello.

Goede doel

Ook de waldenzen wenden de overheidsgelden (4 miljoen euro in 1997) uitsluitend aan voor het goede doel in Italië en daarbuiten. De overheadkosten bedroegen slechts 7 procent. "Onze eigen leden betalen zelf de kosten voor de instandhouding van onze gemeente", zegt Maria Buonafede, vice-president van de Ronde Tafel (het centraal bestuurslichaam).

De lutheranen daarentegen gebruiken wel een deel van de Otto per Mille voor onderhoud van de gemeenschap. "Sinds wij Otto per Mille ontvangen, hoeven we geen beroep meer te doen op fondsen uit het buitenland", verklaart penningmeester Christiane Groeben. Over 1997 ontvingen de lutheranen 2,8 miljoen euro. Tien procent ging op aan overhead en reclame.

De pinkstergemeenten weigeren inzage te geven in hun bestedingen.

De meeste kerken in Italië maken jaarlijks reclame om de Italianen wat betreft de Otto per Mille te beïnvloeden. De lutheranen hebben alleen een folder met op de voorkant een portret van Maarten Luther. De slogan luidt: "Meerdere stemmen, dat hangt ook van uw 8 promille af. Of wilt u het monopolie?"

Met het monopolie worden de rooms-katholieken bedoeld. Die pakken elk jaar uit met dure tv-commercials. De waldenzen doen het dit jaar met dagbladadvertenties en busreclame in hun thuisbasis Turijn, maar ook in Rome. Religieuze competitie kun je het niet noemen, vindt Davide Vitiello. "Het gaat erom dat we met zijn allen goed werk kunnen doen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Protestant in rooms-katholiek Italië

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken