Bekijk het origineel

Een opmerkelijk graf op Sint Maarten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een opmerkelijk graf op Sint Maarten

Friese dokter Van Rijgersma ontpopte zich op Antillen als verzamelaar van schelpen

9 minuten leestijd

Op een begraafplaats aan de Nederlandse kant van het eiland Sint Maarten bevindt zich een opmerkelijk graf. De grote, platte, van een Engelse tekst voorziene zerk herinnert aan de in 1835 "in Lemmer in the province of Friesland Holland" geboren H. E. van Rijgersma. De toevoeging M. D. achter de naam duidt op een medische status van de overledene: hij stierf in 1877, slechts 42 jaar oud. De marmeren zerk is geplaatst door zijn "ontroostbare" weduwe. Wie was deze arts, wat deed hij op Sint Maarten en hoe kwam het dat hij zo jong overleed?

Het spoor leidt naar de Amsterdamse wetenschapper dr. Henny E. Coomans, die vertelt dat Van Rijgersma beroemd is geworden als verzamelaar van schelpen. Coomans bewoont een fraai huis aan de rand van het villadorp Bloemendaal bij Haarlem. Zijn interieur verraadt een zorgzame hand van inrichten, met oog voor antiek en curiosa. "Dat is het werk van mijn onlangs overleden tweede echtgenote Maritza", zegt Coomans. "Ik heb Maritza Eustatia op Curaçao leren kennen, waar ik van 1957 tot 1960 heb gewoond. Maritza was een goede vriendin van mijn eerste echtgenote, die ook overleden is."

Coomans oogt als een echte wetenschapper, maar niet van het droge of verstrooide soort. "Op Curaçao was ik bibliothecaris van de Wetenschappelijke Bibliotheek. Vanwege mijn historische belangstelling was ik voorbestemd om bibliothecaris van dierentuin Artis in Amsterdam te worden. Ik meende dat voor deze prestigieuze functie een verblijf van enkele jaren op Curaçao een goede voorbereiding zou zijn. Bovendien wilde ik een proefschrift schrijven over de weekdieren -niet de schaaldieren maar de schelpdieren- van de Antillen."

Weekdierkundige

Tijdens die Curaçaose jaren verscheen er in de vakbladen een artikel van de hand van de Leidse hoogleraar dr. L. B. Holthuis. "Tijdens een onderzoek naar krabben en kreeften stuitte Holthuis op de naam Van Rijgersma", vertelt Coomans. Dit onderzoek leverde interessante wetenschappelijke informatie op over de dierenwereld op de Antillen, die te danken was aan de op Sint Maarten overleden Friese arts. Bovendien kwam Holthuis erachter dat het graf van Van Rijgersma nog steeds, met een in goede staat verkerende monumentale steen, op het bovenwindse eiland te vinden was."

Veel kwam de Leidse hoogleraar over de persoon van Van Rijgersma niet te weten. "Daar ben ik toen zelf naar op zoek gegaan", zegt Coomans. Hij deed dat hoofdzakelijk vanuit New York. "Ik kreeg het aanbod om de schelpencollectie van het American Museum of Natural History te reorganiseren. Dat was een nog grotere uitdaging dan de bibliotheek van Ar tis, dus vertrokken we met ons gezin naar New York. Ik werd malacoloog, weekdierkundige, en ben dat altijd gebleven."

In de bibliotheek aldaar kwam Coomans meer publicaties tegen over West-Indië van de hand van Van Rijgersma. "Ik heb toen besloten niet te promoveren op de weekdieren van de Antillen, maar op het leven en weekdierkundig werk van Hendrik Elingsz van Rijgersma. Mijn inspirator professor Holthuis werd coreferent bij mijn promotie."

Vroedmeester

Coomans schreef, op zoek naar achtergrondinformatie, alle universiteiten van Nederland aan om te achterhalen waar Van Rijgersma zijn artsenexamen had gehaald. Nergens bleek een inschrijving te vinden, noch een lidmaatschap van enige studentenvereniging. "We kwamen er uiteindelijk achter dat je in de 19e eeuw ook een veel eenvoudiger praktijkopleiding kon volgen voor "heelmeester op het platteland".

Dat laatste deed Van Rijgersma bij een arts in Amsterdam, gevolgd door een medisch examen op 20 mei 1858 aan de Provinciale Medische School in Haarlem. Deze specifieke artsenbevoegdheid gold alleen binnen Nederland. Van Rijgersma, die ook nog papieren haalde als "vroedmeester voor het platteland", werd arts in het Noord-Hollandse plaatsje Jisp. Een jaar later zette hij -voor 400 gulden per jaar plus vrij wonen- zijn praktijk voort op het kleine eiland Marken, vlak bij Amsterdam." Daar trouwde hij met de Amsterdamse Maria Gräfing.

Einde slavernij

Na de afschaffing van de slavernij in 1863 besloot Nederland op alle Antilliaanse eilanden een gouvernementsarts te stationeren. Immers: het waren nu niet meer de eigenaren die verantwoordelijk waren voor de gezondheidszorg van de voormalige slaven, maar de overheid was zelf verantwoordelijk.

Coomans vermoedt dat de liefde voor de natuur -"hij kocht als kind in Lemmer al tropische schelpen van zeelui"- Van Rijgersma naar de post op Sint Maarten deed solliciteren. "Hij had van huis uit stellig sterke belangstelling voor biologie. Zijn vader was apotheker te Lemmer. Apothekers waren in die tijd plantkundigen. Voor het vervaardigen van pillen, poeders en zalven waren zij voor het overgrote deel aangewezen op de natuur."

Eenmaal op Sint Maarten moet Hendrik Elingsz zich ontpopt hebben als verzamelaar van zo'n beetje alles wat los en vast zit op planten- en dierkundig gebied. Ook ruilde hij veel materiaal, vooral met een insectenverzamelende pastoor aan de Franse kant van het eiland. Exemplaren of illustraties van Van Rijgersma van bovenwindse kreeften, krabben, reptielen en vissen vonden hun weg naar academische relaties in Philadelphia. Amerikaanse zoölogen hebben veel over het materiaal gepubliceerd.

De insecten van de pastoor vonden via dokter Van Rijgersma meest hun weg naar het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. "Als gouvernementsarts verdiende Van Rijgersma een fraai salaris", wist Coomans boven tafel te krijgen. "Tweeduizend gulden per jaar met het recht om voor nog eens 1000 gulden particuliere patiënten te helpen. De overtocht van Nederland naar de kolonie mocht per eerste klasse."

Welgelegen

Vanuit New York heeft Coomans nauwkeurig gezocht naar meer gegevens over de Sint Maartense arts van Friese afkomst. Zo ontdekte hij dat Nederland aan weduwen van gouvernementsartsen een pensioen toekende; tot 1893 werd dit overgemaakt naar Maria van Rijgersma op Sint Maarten. Ze woonde met haar zeven kinderen in het door haar man voor 2000 gulden gekochte huis Welgelegen, op plantage Little Bay. Vanaf 1893 werd het geld overgemaakt naar New York, vond Coomans uit. "Een mazzeltje voor mij", lacht hij, "want daar woonde ik juist toen ik dit vernam."

Er kwam inderdaad veel geluk bij kijken. "Als de weduwe met een aantal zoons naar New York was verhuisd, zou de naam hier misschien nog te vinden zijn, dacht ik. Ik woonde in Brooklyn en vond in de telefoongids onder de "V" inderdaad een Van Rijgersma. Het bleek de vermelding te zijn van Cornelis, de jongste zoon van de gouvernementsarts. Een jaar eerder was hij, een eind in de negentig, overleden. Diens neef nam de telefoon op. Had ik een nieuwe telefoongids gehad, dan was mijn spoor zeker doodgelopen."

Aquarellen

De neef verwees naar de weduwe van Sigefridus, de op een na jongste zoon van Van Rijgersma, in de staat Connecticut. "Zij was de jongere, tweede vrouw van Sigefridus en wist me te vertellen over een verzameling aquarellen met planten en schelpen van haar schoonvader, die de familie had geschonken aan haar huisarts, ene dokter Johnson, een kleurling. Helaas wilde deze man de verzameling aquarellen, die van onschatbare waarde voor de wetenschap en de cultuur van de Nederlandse Antillen is, niet verkopen. Wel mochten we er reproducties van laten maken."

Ook ontmoette Henny Coomans kleinkinderen van Van Rijgersma uit Florida. "Bij hen heb ik de medaille in handen gehad die de Sint Maartense arts van de koning van Zweden heeft gekregen voor zijn medische diensten op het buureiland Sint Barthelemy. Maar belangrijker nog: in een doos in de kelder vonden we ook nog een prachtige foto van Hendrik Elingsz. Toen wist ik hoe de man er ooit uit heeft gezien."

Schelpencollectie

"Van Rijgersma moet zelf een schelpenverzameling hebben gehad van tussen de 5000 en de 10.000 schelpen met wel 1500 tot 2000 soorten", weet Coomans. "Zijn weduwe heeft getracht de verzameling te gelde te maken en heeft een uitgebreide beschrijving naar mogelijke belangstellenden in Nederland en Amerika gestuurd. Zodoende weten we hoe omvangrijk de verzameling ongeveer moet zijn geweest."

Een koper werd niet gevonden, want Coomans hoorde van de Amerikaanse nazaten dat de schelpencollectie in 1893 in vier grote kisten is meeverhuisd van Sint Maarten naar New York. Coomans kan er nog teleurgesteld bij kijken. "Ik heb wel Van Rijgersma-schelpen in handen gehad, maar die kwamen niet uit zijn privé-collectie. Ik heb brieven geschreven naar musea, clubs van schelpenverzamelaars, noem maar op: de collectie is evenwel nooit meer boven water gekomen."

Eind 1964 keerde Coomans terug naar Nederland. In 1974 promoveerde hij bij prof. dr J. H. Stock, een historicus. "Die was verguld met mijn onderzoek, maar mijn vakgenoten uit de wereld van de biologie betreurden het dat ik niet gepromoveerd ben op de weekdieren van de Nederlandse Antillen", zegt Coomans.

Henny en Maritza Coomans-Eustatia gaven twee fraaie boekjes uit met alle aquarellen en aanvullende informatie over planten en weekdieren van Van Rijgersma: "Flowers from St. Martin" in 1988 en "Antillean Seashells" in 1989. "Van elk hebben we, met steun van twee fondsen, 1000 exemplaren laten drukken."

Doodsoorzaak

Hendrik Elingsz van Rijgersma was een spaarzaam man en hij moet een zwakke gezondheid hebben gehad. In 1874, als het gezin voor een medische controle van vader Hendrik naar Nederland vertrekt, is er 10.000 gulden gespaard, zo kwam Coomans te weten. "Misschien had hij kanker, we weten het niet. Per slot van rekening was er na zijn overlijden in 1877 op Sint Maarten geen andere arts voorhanden om de doodsoorzaak vast te stellen."

Ziekelijk of gezond, productief was Van Rijgersma zeker. Twee jaar geleden werd Coomans verrast door een nieuwe Van Rijgersma-vondst in Zweden. "Toen pas, héél merkwaardig. In het Rijksherbarium in Stockholm vond men prachtige gedroogde planten, compleet met beschrijvingen, zwartwittekeningen en fraaie aquarellen. Zweeds onderzoek wees uit dat ook in Berlijn planten van Van Rijgersma zijn geweest. Die zijn helaas in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan."

Enthousiast vervolgt Coomans: "In Stockholm ontdekte men honderd vissentekeningen van de hand van de meester. Prachtige tekeningen die nog nooit zijn gepubliceerd of beschreven. Als zoöloog ben ik via Van Rijgersma in de plantenwereld terechtgekomen, maar nu komen er nota bene ook vissen boven water. Dat aspect kwam helaas pas na de dood van mijn vrouw in beeld. Zij zou zéker ook een boekje over de vissen hebben willen uitgeven, maar dat mag een ander nu doen."

Coomans zou graag zien dat er zowel op Sint Maarten als in Lemmer nog eens en straat naar Van Rijgersma zou worden genoemd. Het mooiste wat de Bloemendaalse wetenschapper verder nog kan bedenken, is de vondst van de verdwenen privé-collectie schelpen van Van Rijgersma. "Hopelijk maak ik dat nog mee."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Een opmerkelijk graf op Sint Maarten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken