Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

"Als de vrede maar wordt hersteld"

4 minuten leestijd

MONROVIA (AP) - Toen er in 1990 voor het eerst West-Afrikaanse vredesmilitairen in Liberia arriveerden, werden zij door de inwoners van de in puin geschoten hoofdstad Monrovia laaiend enthousiast ontvangen.

De West-Afrikanen maakten zich uiteindelijk niet geliefd, maar nu zij na dertien jaar weer in aantocht zijn om een eind te maken aan een nieuw conflict rond president en voormalig militieleider Charles Taylor, worden zij wederom met grote opluchting ontvangen. Alles beter dan het laten voortduren van een burgeroorlog die al 100.000 levens heeft geëist en het leven van de inwoners van Monrovia tot een verschrikking maakt.

"Altijd als er vredesmilitairen komen, wordt er geplunderd. Sommigen zeggen dat ze onze vrouwen mee zullen nemen", zegt de 31-jarige Mohammed Dauda, een zakenman in Monrovia. "Maar het kan ons niet schelen. Wat er maar nodig is om de vrede te herstellen, zullen we accepteren."

Gisteren landden enkele honderden Nigeriaanse soldaten op de belangrijkste luchthaven van Liberia en werd de druk op Taylor om op te stappen verder opgevoerd. De Nigerianen vormen de voorhoede van een krijgsmacht van 3250 man, te leveren door zes lidstaten van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas), die al meer vredesmissies in de regio heeft uitgevoerd.

Ecowas-secretaris Mohammed Ibn Chambas zegt dat er maatregelen zijn genomen, waaronder militaire training door westerse landen, om het imago van de West-Afrikaanse vredesmilitairen te verbeteren en "van gemaakte fouten te leren."

Een van de fouten was "het plunderen verheffen tot een vorm van industrie", zegt Magnus Wolfe Murray, een hulpverlener in Monrovia. De Britse liefdadigheidsorganisatie waarvoor hij werkt, Merlin, heeft het wangedrag van de vredessoldaten jarenlang meegemaakt.

Ditmaal wacht de militairen een extra zware taak, want behalve de 1 miljoen inwoners verblijven er in Monrovia honderdduizenden vluchtelingen. Het beleg van de stad door rebellen die Taylor willen afzetten heeft al meer dan 1000 slachtoffers gemaakt onder de inwoners en het leven in de stad bijna onmogelijk gemaakt.

Ondanks hun niet vlekkeloze verleden hebben de West-Afrikanen, aangevoerd door de regionale grootmacht Nigeria, de burgeroorlog van 1991-2002 in Sierra Leone helpen beëindigen en Liberia halverwege de jaren '90 een periode van relatieve vrede bezorgd.

Of het gebeurt is nog lang niet zeker, maar er wordt grote druk op de Amerikanen uitgeoefend om zich aan het hoofd te stellen van de vredesmissie in Liberia, dat in de negentiende eeuw is gesticht door vrijgelaten Amerikaanse slaven. Een Amerikaans contingent zou een goede invloed kunnen uitoefenen op de Afrikaanse vredessoldaten, denkt Boye Nimely, een 30-jarige vrachtwagenchauffeur. "Ik houd niet van de Nigerianen. Als zij komen, gaat het (mensenrechtenschendingen) weer gebeuren", zegt hij. "Behalve als zij door Amerikanen worden geleid."

Liberiaanse burgers beschuldigen sommige vredesmilitairen ervan de ellende eerder in stand te houden dan er iets tegen te doen. De interventiemacht, waarin behalve Nigerianen vooral Ghanezen en Guineeërs zitten, hebben in het verleden zowel met als tegen Taylor gevochten. West-Afrikaanse militairen zijn door mensenrechtengroepen beschuldigd van het martelen van "informanten" van Liberiaanse facties en zouden in het buurland Sierra Leone meer dan honderd buitengerechtelijke executies hebben uitgevoerd. Velen geloven dat de interventiemacht de ogen heeft dichtgeknepen toen de Liberiaanse president Samuel Doe in 1990 werd ontvoerd uit het hoofdkwartier van de West-Afrikaanse missie in Monrovia. Doe werd later gemarteld en gedood door strijders van krijgsheer Prince Johnson.

Volgens Chambas begonnen de problemen bijna tegelijk met de vredesmissie. De eerste troepenmacht voor Liberia was "gewoon een politiek besluit van staatshoofden die bijeenkwamen en zeiden: "We gaan naar Monrovia" - en de volgende dag kwamen de soldaten er aan."

"Wij willen vredeshandhavers, geen ophitsers. We proberen hen om te turnen, zodat ze menslievender worden, minder geneigd om er meteen boven op te slaan", zegt Connie Danso, een Ghanese die vredestroepen traint en zelf heeft deelgenomen aan missies in Libanon, Rwanda en Eritrea. Sommige militairen volgen nu in hun eigen land cursussen om een beter begrip te krijgen van cultuur, politiek en taal. "Vredeshandhaving gaat met veel stress gepaard en kan je opbreken. Soms zijn de mensen die je beschermt vijandig tegen je", zegt Danso. "Daarom heb je training, training en nog eens training nodig." In Monrovia hopen de door wapens, ziekte en gebrek belaagde burgers nu maar dat de training vruchten heeft afgeworpen.

"Als je arme soldaten ergens heen stuurt om een burgeroorlog in de gaten te houden, zullen zij dat gaan zien als een kans voor henzelf", aldus Murray.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken