Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zonder bloed alles tekort

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zonder bloed alles tekort

6 minuten leestijd

Wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan.

Exodus 12:13m

We nemen een kijkje in een Joods huis. Vader zet op de tiende van de maand een mannetjeslam apart van de kudde. Het onschuldige beest -een jaar oud, in z'n volle levenskracht, volkomen gaaf- vertoont geen enkel gebrek. Vier dagen later -het dier is het gezin eigen geworden- hanteert vader het mes, slacht het lam en vangt het bloed op in een bekken.

Alles ziet hier op Christus. Hij is afgezonderd van Zijn broederen. Van Hem geldt: Hij is volmaakt. Zonder enige zonde. Heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren. Enkele dagen voor Zijn kruisdood stelt men Hem apart om Hem in de bloei van Zijn leven af te snijden. Zie, hét Lam Gods.

Een tweegesprek vraagt mijn aandacht in die Joodse woning. We luisteren en passen toe. De oudste zoon -een jongen nog- zegt: "Vader." "Wat is er, m'n zoon?" "Vader, waaróm slacht u dat lam?" Vaders antwoord klinkt ernstig. "Jongen, dat moet. De Heere heeft het gezegd. Als het lam niet sterft, moet jíj sterven, m'n jongen."

Met ontroering herhaalt vader het. "Het lam sterft dus in jouw plaats. Begrijp je dat?" "Vader, waarom moet dat?" "M'n jongen, de Héére komt vannacht. Hij gaat rond door heel Egypte. Ook in Gosen komt Hij. Gods eigen hand voltrekt de tiende plaag. In elk huis doodt Hij de eerstgeborene. Behalve waar Hij het bloed van het lam ziet. Zo heeft Hij het Zelf gezegd. We houden ons aan Zijn Woord, m'n zoon. Want daar houdt God Zich ook aan. Vergeet dat nooit."

"Maar vader, negen keer al heeft God ons gespaard. Zal Hij het de tiende keer dan níét doen?" "Alleen wanneer Hij het bloed ziet, zal Hij ons voorbijgaan, m'n jongen. Anders niet. Echt niet. Dan zul je zeker sterven." Al bent u negen keer gespaard, het is niet genoeg om God te ontmoeten.

Aangrijpend, m'n lezer. Negen plagen overleefd. Negen wonderlijke uitreddingen ondervonden. En nog omgekomen. Het bloed ontbrak. Als 't bloed er niet is -het bloed van het Lam- dan is alles wat u hebt, tekort.

Weer vraagt de zoon: "Vader, weten de Egyptenaren dat ook?" "Nee, m'n zoon. God heeft het alleen ons bekendgemaakt." "Waarom toch, vader?" "Jongen, in ons ligt geen reden. Gedurig verwonder ik mij erover. Waarom, Heere, wees Gij ons 't middel van behoud aan en and'ren niet? Ik eindig in Gods vrijmachtig welbehagen."

"Waarom moet het lam worden geslácht, vader?" "Er móét bloed vloeien, m'n zoon. Of men nu Egyptenaar is of Israëliet. Dat maakt voor God uiteindelij k geen verschil. Hij gaat nóóit van Zijn Woord af: Wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan. Het bloed is dus noodzakelijk. Buiten het bloed is er geen leven. Versta je dat, m'n jongen? De Heere wil dat we het belijden. Wij zijn even grote zondaars als de Egyptenaren. Niemand kan voor de heilige God bestaan. 't Is niet genoeg dat we Joden en verbondskinderen zijn. Zonder bloed wordt níémand behouden."

Daar staat de Joodse vader. Hij belijdt zijn zonde en erkent dat het zonder bloed niet kan. Op het plaatsvervangend offer staart zijn oog. Zie, hij heft het mes. Met betraande ogen kijkt zijn jongen toe. Het lam was hem in de vier dagen dat het apart stond lief geworden. Een lam als alle andere, en toch bijzonder. De dood van dát lam redde zíjn leven.

Lezer, de tranen van die jongen zijn niet genoeg tot zijn behoud. God zegt niet: Als Ik uw tranen zie, maar: Wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan. Niet uw tránen, maar het bloed. Niet úw bloed, maar hét bloed. Ons bloed -resultaat van zelfkastijding enzovoorts- doet geen nut. Alleen hét bloed. Er kan niet anders betaald worden voor de zonde dan door het bloed van het Godslam. Dat offer alleen kan Gods heilig oog behagen. In de dood van het Lam ligt het leven der Zijnen.

's Avonds betreden we de Joodse woning. Het lam is geslacht en gebraden. Het wordt gegeten en genoten. In die nacht waart de verderfengel rond. De oudste jongen zit aan tafel en eet van het lam. Ineens sterft hij. Gods hand treft hem. Waarom? Het Bloed van het lam was niet gestreken aan de bovendorpel en de zijdorpels van de huisdeur!

Velen hebben genoeg aan een gestorven Lam. Ze zijn te snel klaar. Vreselijk. Zeker, het Lam ís geslacht. Christus is gekruisigd. Ze weten het en zijn verheugd. Tot de laatste nacht toe. Geen gedachte benauwt hen dat de eeuwige nacht aanstaande is. Doch zie. Het bloed is niet aangebracht aan hun ziel. Het toepassende werk van Gods Geest ontbreekt. En waar het bloed mist, daar komt de dood.

Lezer, is het bloed aan de deurpost van uw hart? Aan het toegepaste bloed hangt uw leven. Misschien is het nacht in uw bestaan. De deur zit dicht. Aan de buitenkant is het bloed te zien. Dé Ander, God, ziet het wel, maar u ziet niets. Het is donker. Mag ik tot uw troost met u lezen wat m'n tekst zegt? "Wanneer I'k het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan." Wanneer I'k het zie, zegt de Heere. Daar gaat het om, o wankelmoedige ziel. Als Hij het ziet, is het goed. Maar u hebt geen rust zolang u het niet ziet of weer opnieuw mag zien. U kijkt wel duizendmaal of het bloed is aangebracht, ja dan nee. Alleen in het zien op het bloed geniet u de troost en gevoelt u de kracht ervan.

Eenmaal gaat Gods slaande engel rond. De laatste nacht breekt aan. Eerder dan u denkt. De Heere zegt niet: Waar Ik het doopwater zie, maar: Wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan.

Na de nacht van Egypte betreed ik in gedachten enkele woningen. Er wordt een eerstgeborene beweend. Mijn vraag is: "Had u dan geen bloed aangebracht aan de deurpost?" "Bloed?" "Nooit van gehoord." "Bloed? Zo'n dwaas en veracht middel. Niet van gediend." "Bloed? 'k Was veel te druk met andere dingen." "Bloed? Ik dacht: dat kan morgen nog wel." Satans klok tikt altijd: "Morgen." Gods klok klinkt anders: "Heden, want in deze nacht zult gij sterven." Sterven zonder bloed is ingaan in de eeuwige nacht. Alleen achter het bloed aan de deurpost van het hart is het veilig. De vraag klemt: Is het bloed aan de deurpost?

Ds. A.Vlietstra, Katwijk aan Zee

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Zonder bloed alles tekort

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken