Bekijk het origineel

Gezamenlijk beklag past bij realiteit van de dood

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gezamenlijk beklag past bij realiteit van de dood

4 minuten leestijd

Allerlei trends in rouwadvertenties en -beklag lijken volgens dr. Hans Ester te illustreren dat we ons niet willen neerleggen bij de waarheid dat ons persoonlijke bestaan eindig is en uitmondt in de dood.

Een opvallend verschijnsel in onze samenleving is het toenemende aantal rouwadvertenties in de dagbladen. Het gaat om een groeiend aantal advertenties als reactie op het overlijden van dezelfde persoon. De soberheid van vroeger heeft plaatsgemaakt voor veelvuldige openbare betuigingen van rouwbeklag.

Zoals de ethicus J. Douma heeft opgemerkt, gaat het hierbij om een belangrijke en zeer waardevolle ondersteuning van de nabestaanden van de overledene. Zij staan er niet alleen voor, er zijn anderen die het verdriet met hen willen dragen, dat willen de advertenties zeggen. Op deze motivering om een rouwadvertentie te plaatsen, valt dunkt mij niets af te dingen.

Er schuilt echter toch een risico in deze ontwikkeling naar intensivering van het openbare rouwbeklag, naar de publieke condoleance via advertenties die een duidelijke afzender dragen. Het risico zit in de maatschappelijke verplichting, de druk van de omgeving die uit dit nieuwe gebruik voortvloeit. Uiteraard bedoel ik daarmee niet de nabestaanden die zich rechtstreeks vanuit de behoefte om te informeren tot de wereld van het lezerspubliek wenden en daarbij hun verdriet uitspreken over het verlies van iemand die hun dierbaar was.

Zielig

De adverteerders die ik op het oog heb, zijn degenen die niet bij anderen willen achterblijven en die de betekenis van de overledene verbinden met het gewicht van hun eigen naam of die van hun organisatie. Het gevolg van deze tendens tot rouwbeklag in combinatie met representatie is dat de hiërarchische verhoudingen binnen de samenleving worden weerspiegeld in het aantal rouwadvertenties dat aan een overledene is gewijd. Vooral in NRC Handelsblad is dat elke dag weer te zien. Een belangrijke overledene krijgt soms een halve of hele pagina toebedeeld. Geen zichzelf respecterende organisatie uit overheid of bedrijfsleven laat de kans voorbijgaan om de eigen naam te koppelen aan deze respectabele overledene met wie men ooit heeft samengewerkt.

Zou de familie aan dit postuum eerbetoon troost ontlenen? Dat is niet helemaal uit te sluiten. Het effect is echter wel dat je automatisch het aantal advertenties gaat tellen en dat de overledenen met slechts één advertentie zielig in de schaduw staan van de groten met hun titels en indrukwekkende cv's. In de dood vallen de maatschappelijke verschillen tussen mensen weg, maar de rouwadvertenties met titulatuur en onderscheidingen bevestigen dat niet. Hoe vreemd het misschien ook klinkt, ik vind het altijd weer sneu voor de minderbedeelden en ik erger me aan de pompeuze overdaad aan aandacht voor degenen die in het maatschappelijk leven veel sporen hebben nagelaten.

Omwille van de gewenste soberheid en de uitsluiting van concurrentie juich ik het daarom toe dat er advertenties verschijnen waarin mensen gezamenlijk hun verdriet over het verlies van een hun dierbaar iemand uitspreken. Gezamenlijk rouwbeklag past naar mijn gevoel veel beter bij de realiteit van de dood, die immers als afsluiting van het aardse bestaan geen rekening houdt met verdiensten van welke aard dan ook. In de dood zijn wij allen gelijk. Een drastische uitdrukking luidt: een doodshemd heeft geen zakken. Ons bezit blijft achter, er valt niets mee te nemen.

Ongewenste traditie

Het lijkt wel alsof de advertenties de dode als individu willen beschrijven en vasthouden. Een verhoogde aandacht voor de individualiteit van de overledene hoort bij het rouwproces. Daarom komt het voor dat de overledenen in advertenties worden aangesproken (deze krant weert dergelijke formuleringen, red.). Zelfs in het beroemde gedicht van Nel Benschop is dat het geval. Het gaat erom dat we nog niet kunnen loslaten. Dat we ons nog niet willen neerleggen bij de waarheid dat ons persoonlijke bestaan eindig is en uitmondt in de dood. Voor belijdende christenen klemt de vraag naar waarachtige vormen van rouw en van betuigingen van medeleven, die niet automatisch gelijk op hoeven te lopen met de trends buiten de gemeenschap van de gelovigen. We moeten ons daar goed rekenschap van geven voordat zich een ongewenste traditie heeft gevestigd.

Wat zou ongewenst zijn? Aan de overledene brieven meegeven, zoals in veel gevallen al gebeurt? Of in de zakken van het doodshemd van de overledene dingen stoppen die hem of haar dierbaar waren? Raken de "uitvaartwinkels" in? Gaan we het "netwerk uitvaartvernieuwers" raadplegen in het geval van een begrafenis? Willen we de dode rouwsieraden meegeven? Of kiezen wij voor eenvoud en het ontbreken van opsmuk, ook in overlijdensadvertenties? Ik denk zelf dat het geloof maar één keuze toelaat.

De auteur is docent literatuurwetenschap aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Gezamenlijk beklag past bij realiteit van de dood

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken