Bekijk het origineel

Situatie christenen M-Oosten lijkt te verbeteren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Situatie christenen M-Oosten lijkt te verbeteren

6 minuten leestijd

ROOSENDAAL - Zijn werkterrein omvat het hele Midden-Oosten. Van Marokko tot Iran, van Turkije tot Sudan. Hij en zijn medewerkers willen er opkomen voor "christenen die te maken krijgen met vervolging." Drs. Daniel Hoffman, directeur van de organisatie Middle East Concern (MEC): "Eigenlijk heb ik maar één vraag: Bid voor die mensen."

Hoffman, woonachtig "in het Midden-Oosten", is deze weken op -tweejaarlijks- verlof in Nederland. Stilzitten is er niet zo heel veel bij. In gesprekken met politici en vertegenwoordigers van overheden, organisaties en media probeert hij de omstandigheden waarin de christenheid in deze overwegend islamitische regio verkeert onder de aandacht te brengen. Vorige week stond een conferentie van christenen uit het Midden-Oosten op zijn programma.

Riant is hun situatie zeker niet. "Wel constateer ik een verbetering. In de meeste landen althans. Want Saudi-Arabië en Iran blijven probleemgebieden."

Hoffman wijst op Marokko. "Alle nationale christenen in dat land zijn ex-moslim. Tot 1996, '97 werden hun samenkomsten regelmatig verstoord. Sinds die tijd is dat niet meer gebeurd, terwijl de politie er echt wel van afweet."

Helemaal ongemoeid laat de overheid hen echter ook niet. "De afgelopen anderhalf jaar hebben in lokale kranten meerdere artikelen gestaan waarin christenen voor het voetlicht werden gehaald. Naar aanleiding daarvan zijn verschillenden opgeroepen voor verhoor. Maar dat verliep in een vriendelijke sfeer, en vaak niet eens op het politiebureau."

Nog zo'n land: Algerije. "Begin jaren '90 woonden daar zo goed als geen christenen, en stonden die onder grote druk. Op dit moment zijn het er waarschijnlijk meer dan 10.000 -al lopen de schattingen uiteen van 3000 tot 60.000. Ze komen bijeen in groepen, hoofdzakelijk in het Berbergebied. Langzamerhand heeft de overheid er oog voor gekregen dat deze mensen helemaal geen gevaar voor de samenleving vormen, zoals vaak wordt gedacht." Zelfs kon een "Eglise Protestante d'Algerie" worden opgericht, een verband waarbij inmiddels dertien protestantse kerken zijn aangesloten.

Ook in de islamitische republiek Mauritanië zijn, zegt de MEC-directeur, nog maar nauwelijks problemen. Weliswaar staat in dat land de doodstraf op de overgang van islam naar christendom, maar die straf is de laatste jaren niet meer uitgevoerd. Dat geldt eveneens voor Sudan, waar nog wel "redelijk veel problemen" zijn, maar het toch al een tijd geleden is dat een rechtbank iemand ter dood veroordeelde voor geloofsafval.

Desondanks hebben christenen -van allerlei signatuur- het in landen als deze niet gemakkelijk. "Mensen hebben er niet alleen met een overheid, maar ook met hun familie en buren te maken. Regelmatig komt het voor dat jonge moslimvrouwen die de overstap maken naar het christendom, worden opgesloten. Jongens worden het huis uitgegooid, vaak letterlijk. Soms veroordeelt de familie hen zelfs ter dood."

"Heftig" noemt Hoffman de situatie in het strengislamitische Saudi-Arabië. "Weinig christelijke leiders daar hebben nog nooit bezoek gehad van de politie." Illustratief is de recente uitzetting van de 42-jarige Eritrese kleermaker Girmaye Ambaye. Sinds maart zat deze vast in een gevangenis in Jeddah, nadat hij was gearresteerd omdat hij tegen moslims over zijn geloof had gesproken. Ambaye is het dertiende lid van een Ethiopisch-Eritrees christelijke gemeente dat in de achterliggende twee jaar gevangenzat en vervolgens Saudi-Arabië werd uitgezet.

En dan betreft het hier nog mensen van buitenlandse komaf. Autochtone christenen, moslimbekeerlingen, durven zich in het openbaar niet eens te vertonen. "Onmogelijk", zegt Hoffman. Zelfs hun aantal wil hij niet noemen. "Veiligheidsoverwegingen. De Saudische autoriteiten zouden dat graag willen weten. Schrijf maar: een handvol." Honderd? "O nee. Nog niet de helft."

En toch, constateert hij, is er hoop. "Het aantal christenen in het Midden-Oosten groeit, ook in Iran en Saudi-Arabië. Meer en meer moslims komen tot geloof."

Een verklaring daarvoor heeft hij nauwelijks. "Ik zou bijna zeggen: Vraag dat maar aan God. Een rol speelt evangelisatie. Door middel van ontmoetingen, maar ook via radio en tv. En via internet, al staat dat in verschillende moslimlanden onder censuur."

Dat er in de gereformeerde gezindte hier en daar bezwaren leven tegen het gebruik van deze middelen weet hij, maar hij begrijpt het niet. "In veel landen vormen ze de enige mogelijkheid om mensen met het Evangelie te bereiken."

Hoffman (30) is sinds 1996 directeur van MEC. Van huis uit was hij onkerkelijk. "Wat er met me gebeurd is, weet ik nog steeds niet. Op mijn zeventiende werd ik uitgenodigd voor een jeugdbijeenkomst van de kerk in Roosendaal. Ik wilde eerst niet gaan, maar deed het toch. Het vreemde was: voor die tijd geloofde ik niet dat God bestond, en sinds die tijd wel."

Het christelijk geloof is uniek, stelt hij. "En hoe gevaarlijk het ook kan zijn om in het Midden-Oosten het Evangelie te verkondigen -denk aan de aanslagen op het zendingsziekenhuis in Jemen-, het is noodzakelijk. Echt noodzakelijk."

Het werk voor MEC beschouwt Hoffman als zijn "roeping." Salaris krijgt hij er niet voor. Een vriendengroep in Nederland moet de benodigde gelden bijeen zien te brengen. "Dat is ook een beetje het probleem bij het aantrekken van medewerkers: het salaris." Op dit moment heeft hij "anderhalve man" onder zich.

Niet veel voor een organisatie die het hele Midden-Oosten wil bestrijken. "Eigenlijk vormen we niet zozeer een organisatie. MEC is meer een samenwerkingsverband van christelijke organisaties en individuen die zich willen inzetten voor onderdrukte christenen in het Midden-Oosten. Maar uitbreiding van ons team zou zeker wenselijk zijn."

Op tenminste drie terreinen is MEC actief: het verlenen van hulp aan christenen die worden geconfronteerd met vervolging en het uitoefenen van druk op bijvoorbeeld politici; het uitwisselen van ervaringen en informatie met christelijke groeperingen, en het organiseren van seminars op theologisch, praktisch en juridisch gebied.

Resultaten worden niet altijd geboekt, aldus de directeur, "maar toch wel vrij regelmatig." Als voorbeeld noemt hij de Jordaanse christenweduwe die het achterliggende jaar in het nieuws kwam omdat ze haar kinderen niet wil afstaan aan de broer van haar man, een moslim. De zaak trok internationale aandacht, maar loopt nog altijd. Hoffman: "We zijn hier nauw bij betrokken. Het is een zaak van bergen en dalen. Meer dan afwachten kunnen we niet."

Al lijkt het de christelijke minderheid in de oosterse landen de laatste jaren iets voorspoediger te gaan, de effecten van 11 september 2001, de oorlog tegen Irak en het conflict tussen Israël en de Palestijnen gaan haar bepaald niet voorbij. "Voortdurend worden ze in verband gebracht met het christelijke Westen, met Amerika, met Bush. Het is een beetje een golfbeweging: zodra er iets gebeurt, is het raak. Toen Amerikaanse christelijke leiders, zoals Jerry Falwell, eerder dit jaar harde uitspraken deden over de islam, kwamen moslimouders klagen bij het hoofd van een baptistenschool: Is dat ook jullie leider?"

Wat kan de westerse kerk voor de christenheid in het Midden-Oosten betekenen? Hoffman: "Ik zou verschillende dingen kunnen zeggen. Ze kan contacten proberen te leggen, materiaal versturen ook. Maar het belangrijkste is toch het gebed. En ik weet zeker dat Arabische christenen hetzelfde antwoord zouden geven."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Situatie christenen M-Oosten lijkt te verbeteren

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken