Bekijk het origineel

Een impasse in tweevoud

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een impasse in tweevoud

4 minuten leestijd

De lezers in het midden van de jaren dertig moeten vreemd opgekeken hebben, toen ze voor het eerst het gedicht "Impasse" van Martinus Nijhoff onder ogen kregen. Ze waren toen zeker niet gewend aan gedichten met als handeling het zetten van koffie, met een keuken als locatie en een fluitketel als attribuut. En dan is er ook nog een tuimelraam en een blauweregen (glycine). Die alledaagse ruimte en alledaagse handeling is echter de verpakking van iets diepingrijpends: een impasse.

Het woord "impasse" komt uit het Frans, waar het doodlopende straat betekent, een steeg zonder "passe", zonder doorgang. Die letterlijke betekenis heeft zich uitgebreid tot een figuurlijke: relaties of onderhandelingen die zijn vastgelopen, een zaak die muurvast zit.

Ook in Nijhoffs gedicht, een sonnet, zitten bepaalde zaken muurvast. Het gedicht kent twee personages: een "ik" -blijkens regel 8 een schrijver- en een "zij", waarschijnlijk zijn vrouw. Aan haar legt de "ik" zijn persoonlijk probleem voor in de vorm van een vraag. Die vraag, al aangekondigd in regel 2, treffen we aan in regel 8 (precies aan het eind van het octaaf): "waarover wil je dat ik schrijf?" En hiermee wordt de impasse van de "ik" duidelijk: een creativiteitsprobleem. Hij zit midden in een creatieve impasse. Het is een blokkering van de schrijfactiviteit. De gangbare Engelse term is: een "writer's block". Hij hoopt dat de vrouw hem daaroverheen helpt. Haar antwoord lezen we in de slotregel (het eind van het sextet): "ik weet het niet." Die slotregel sluit aan bij de titel, zodat het gedicht iets cyclisch krijgt: de creatieve impasse duurt nog steeds voort, is onoplosbaar.

Toch is er in dit gedicht meer aan de hand. Er zit nog een andere kant aan de impasse. Het gedicht gaat ook over een relatie: de "ik" legt zijn probleem voor aan de "zij". Maar als het woord relatie valt, constateren we toch wel een paar vreemde dingen. In de derde regel staat "schaamde." In een normale relatie hoef je je toch niet te schamen voor een vraag die je zo sterk bezighoudt? Bovendien heeft het stellen van de vraag iets van een overval. Het doet wat slinks aan: de vraag stellen op een "onbewaakt ogenblik" (r. 4), op een moment dat de ander "onvoorbereid" is (r. 7). Dat doe je toch niet in een gezonde relatie? Hoe subtiel het ook verwoord is, bij de nauwlettende lezer komt een vermoeden op, een vraag: Zit het wel goed tussen die twee, tussen de "zij" en de "ik"? Heeft de titel misschien een tweede betekenis, namelijk een relationele impasse, een verstoorde huwelijksrelatie?

Om dit vermoeden tot zekerheid om te buigen, moeten we een gegeven gebruiken van buiten de tekst zoals die hier staat. De hiernaast afgedrukte tekst van "Impasse" is totstandgekomen via verschillende versies. In een vroegere versie geeft de vrouw op de vraag "waarover wil je dat ik schrijf?" een antwoord dat in de laatste versie weer verdwenen is. Ze antwoordt: "een nieuw bruiloftslied." Een heel ander antwoord dus en ook verhelderend: het 'oude' bruiloftslied is afgesleten, er moet een 'nieuw' lied komen! Vanuit dit perspectief krijgt ook "hullend in een wolk" in de derde strofe een diepere inhoud: de "zij" blijft ten opzichte van de "ik" ongrijpbaar, verhullend en ontwijkend. En de inhoud van "ik weet het niet" wordt nu extra schrijnend: ik weet niet hoe het verder moet!

Nijhoff heeft in "Impasse" twee problematieken op ingenieuze wijze ineengevlochten: een creativiteitsprobleem en een relatieprobleem. En dat in een gedicht met een keuken en een fluitketel. Maar het is zeker geen huis-, tuin- en keukengedicht!

KADER

"IMPASSE"

Wij stonden in de keuken, zij en ik.
Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.
Maar omdat ik mij schaamde voor mijn vraag
wachtte ik het onbewaakte ogenblik.

Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf,
en de kans hebbend die ik hebben wou
dat zij onvoorbereid antwoorden zou,
vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf?

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,
haar hullend in een wolk die opwaarts schiet
naar de glycine door het tuimelraam.

Dan antwoordt zij, terwijl zij langzaamaan
druppelend water op de koffie giet
en zich de geur verbreidt: ik weet het niet.

Martinus Nijhoff

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Een impasse in tweevoud

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken