Bekijk het origineel

Pereboom & Leijser

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Pereboom & Leijser

4 minuten leestijd

Van Oeckelen in Groningen en Drenthe. Van Dam in Friesland. Naber in Overijssel. Flaes en Witte in Holland en Utrecht. Smits in Noord-Brabant. Rond 1850 waren er in ons land verschillende orgelmakers werkzaam. Ieder zo'n beetje in zijn eigen regio. In Limburg waren dit onder anderen de orgelmakers Pereboom en Leijser.

Beide bouwers hadden elkaar leren kennen als orgelmakersgezel bij Loret in Brussel. In 1850 richtten ze samen een bedrijf op. Een jaar later was het meteen raak: een uitbreiding van het orgel in de Maastrichtse St.-Servaas. Een klus waarmee ze direct de krant haalden, omdat ze het orgel voorzagen van een zwelkast - iets opzienbarends in die dagen. Sindsdien was hun naam gevestigd en zouden ze gedurende veertig jaar werken aan zo'n 120 instrumenten in Limburg en het daaromheen liggende Belgische land.

Instrumenten waarbij Pereboom veelal zorgde voor de pijpen en Leijser voor de kast. Meestal was dat een heel klassieke, met een ronde middentoren, twee lagere ronde zijtorens, en daartussen brede, ongedeelde, naar het midden oplopende pijpenvelden. Kasten die je, mede dankzij de sobere ornamentiek, onmiddellijk herkent.

De eerste orgels die Pereboom & Leijser bouwden, klonken nog heel achttiende-eeuws: ze zijn voorzien van slanke prestanten, heldere fluiten en soms zelfs nog van een tintelende Nasard. Dit klassieke klankpalet wordt dan aangevuld met achtvoets karakterstemmen, zoals de Viola di Gamba en de Bilingua: een vol klinkend fluitregister waarvan de pijpen niet alleen aan de voorzijde maar ook aan de achterzijde een aanspraakopening hebben. Fraai voorbeeld van zo'n orgel is dat van de St.-Petrus-Bandenkerk in Maastricht-Heer.

Enkele jaren later wisselden de orgelmakers deze klank in voor een romantischer geluid: de prestanten worden steviger, de fluiten voller, de strijkers krachtiger. Het tweede klavier wordt zo mogelijk voorzien van een zacht snorrende Euphone, met doorslaande tongen. Orgels die geknipt zijn voor de weke meditaties en pompeuze marsen die door Boëly, Lemmens en Lefébure-Wély voor de katholieke eredienst werden gemaakt. Een goed voorbeeld van zo'n instrument staat in de Onze-Lieve-Vrouw-Onbevlekt-Ontvangen te Amstenrade.

Vanaf 1870 is de laatromantiek waarneembaar in de Pereboom & Leijser-orgels. De prestanten worden weker, de fluiten wolliger, de strijkers snijdender. Met een krachtige trompet erbij krijgen ze een imposant geluid. Deze instrumenten lenen zich prima voor de vertolking van Franse symfonische muziek. Het bekendste voorbeeld van zo'n orgel staat in de St.-Martinuskerk in Maastricht-Wijck, het grootste instrument dat door de firma werd gebouwd. Fraai klinkt hier de Mélophone, die neuzelt als een echt harmonium. Maar ook andere orgels uit deze periode, zoals in Esloo en in Montzen (B), mogen er zijn.

De Evangelische Omroep maakte in 1997 een radioserie over de orgels van Pereboom & Leijser. Omdat het dit jaar honderd jaar geleden is dat beide firmanten overleden, vroeg de stichting SOL (Samenwerkende Orgelvrienden Limburg) aan EO-programmamaker Okke Dijkhuizen uit het destijds opgenomen materiaal een dubbel-cd samen te stellen. Op deze cd's zijn tien verschillende Pereboom & Leijser-orgels te beluisteren, zodat je een goede indruk krijgt van het werk van deze Limburgse orgelmakers. Aardig is dat de orgels bespeeld worden door vakmusici uit de regio: organisten die dagelijks met deze instrumenten omgaan en ze door en door kennen: Anja Hendrikx, Martine Niessen, Frans Jespers, Hans Leenders, Ton Reijnaerdts en Marcel Verheggen.

Aardig is bovendien dat zij er veel muziek op spelen uit de tijd dat de orgels gemaakt zijn. En daar zijn heel wat onbekende en minder bekende stukken bij. Bijvoorbeeld Lemmens' grote fantasie "De Storm". Ronduit indrukwekkend klinkt dit werk in Voerendaal. Zachte strijkers waar wollige fluiten doorheen komen waaien en een stevig plenum dat wordt ondersteund door een dreunende Bombarde: het is een Pereboom in volle glorie.

De EO en de SOL zijn van harte te feliciteren met deze uitgave. Jammer alleen is dat veel registraties niet meer waren te achterhalen en daarom ook niet in het cd-boekje staan vermeld. Voor de rest is het een prima product, dat smaakt naar meer. Bijvoorbeeld naar een uitgave met Witte-orgels. Of naar cd's met de series over orgelmakers in Overijssel (Naber, Scheuer, Holtgräve) en in Brabant (Smits, Vollebregt). Zulke programma's zullen in de toekomst echter niet meer door de EO worden gemaakt: de omroep -en ook de orgelrubriek- verdwijnt volgend jaar juni van Radio 4.

Okke Dijkhuizen werkt inmiddels aan zijn afscheidscadeau: een box met twintig cd's waarop de ontwikkeling van de Nederlandse orgelbouw te beluisteren is. Daarin worden opnamen uit de genoemde radioseries verwerkt. Ten teken dat de EO eens net zulke degelijke programma's maakte als men in de negentiende eeuw orgels bouwde.

N.a.v. "Hommage aan Pereboom & Leijser, orgelmakers te Maastricht"; SOL 2003-01; 19,95; verkrijgbaar via tel. 046-4333064.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Pereboom & Leijser

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken