Bekijk het origineel

Gevoelig

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gevoelig

3 minuten leestijd

Zondag had ik een plotselinge, sterke behoefte aan een gedicht. Een zelf te vervaardigen gedicht dan, want niet ík hoefde de stemming van een dichter te delen, maar ik wilde, integendeel, míjn gevoel kwijt, aan wie dan ook. Voor in de kerk had een verstandelijk gehandicapt gemeentelid gezeten, met een zwarte das op schoot, die gekoesterd werd zoals een klein kind zijn knuffelbeer liefkoost. Mijn zoontje en de beer met zijn friemelsjaal, die hebben genoeg aan elkaar, daar kan niemand tussenkomen. Het kan haast niet anders, of de das was een herinnering aan de vader van deze jongeman, die nooit meer naast hem zal zitten, daar voor in de kerk. Het ontroerde me zeer. Ik weet niet precies waardoor. Misschien kwam het door de herkenbaarheid van het knuffelobject, misschien doordat die onnozele zwarte das in z'n eentje een vermoedelijk zeer gelukkige relatie tussen vader en zoon liet zien. Misschien bewonderde ik de jongen, die daar met zijn das zo volkomen zichzelf was.

Soortgelijke situaties zullen de meeste mensen heel bekend voorkomen. Je wordt overvallen door een hevige gemoedsbeweging: een prachtig uitzicht tijdens een vakantie, een uiterst trieste of een juist intens gelukkig makende gebeurtenis. Je wilt het gevoel delen, maar het kan niet, want je hebt er de woorden niet voor. Hoe laat je een ander dan toch die volkomen unieke, persoonlijke gemoedstoestand meebeleven? Iedere vorm van proza is te platvloers. Wie niet datzelfde heeft beleefd, heeft ook niets aan een kale situatieschets, en kan hooguit nog bereikt worden door de magische woordkracht van de kunstenaar, de dichter. Maar zo taalvaardig ben ik nooit geweest, en het gewenste gedicht heb ik ook na zondag niet kunnen maken.

Tijdens de literatuurles heb ik mijn klas het geval uitgelegd en mijn verlegenheid maar opgebiecht: oneindig jammer dat ik geen dichter ben. De klas heeft het beleefd aangehoord. Een gedicht! Da's niet niks, dat is wel erg gevoelig.

Slechts zo'n 5 procent van de bevolking schijnt wel eens iets literairs te lezen, noteert cultuurredacteur en dichter Rien van den Berg in zijn apologie van de dichtkunst: "Hij schreeuwde: Ja! (toen hem gevraagd werd of gedichten lezen nou echt leuk is)" (1997). Slechts 2 procent van die 5 procent schijnt af en toe een poëziebundeltje ter hand te nemen, een op de 1000 mensen dus. Een vaststelling die in de klas met instemming begroet werd. Minder te spreken waren de leerlingen over een ander 'feit': dat niettemin de meeste mensen toch ooit proberen hun diepste gevoelens neer te leggen in een rijmsel. Of ze dat nu willen weten of niet, en of het resulteert in literatuur of in bagger; de taalvorm van het gedicht voorziet kennelijk in een behoefte.

Daarom heb ik vervolgens het beroemde vers van Herman Gorter aanbevolen: "Zie je ik hou van je, ik vin je zoo lief en zoo licht" ("Verzen", 1890). Je zult toch je vriend of vriendin veroverd hebben met zo'n gedicht, en er nog beroemd mee worden ook! Maar sommigen bleven spijkerhard: waarom mag een dichter spelfouten maken en mogen wij dat niet?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Gevoelig

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken