Bekijk het origineel

Terug naar de brede gereformeerde traditie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Terug naar de brede gereformeerde traditie

Dr. K. van der Zwaag: Voor ruime verkondiging kunnen we volop bij onze eigen klassieken terecht

9 minuten leestijd

Bevindelijk gereformeerden moeten terug naar het oude, beproefde goud van Reformatie, Nadere Reformatie en de puriteinen. Aan het einde van een jarenlange zoektocht kan dr. K. van der Zwaag tot geen andere conclusie komen. "Bij de reformatoren, oudvaders en puriteinen kunnen we de antwoorden vinden op al die vragen waarover nu in reformatorische kring zo veel verschil van mening is."

Hoe word ik een kind van God? Kan ik weten dat ik uitverkoren ben? Meent de Heere het werkelijk als Hij mij roept? Het zijn vragen die menige kerkganger in de gereformeerde gezindte bezighouden. Ze hebben alles te maken met, wat theologen wel noemen, de toe-eigening van het heil. Centraal bij deze vragen rond de toe-eigening staat: hoe krijg ik persoonlijk deel aan de verlossing in Christus? De antwoorden hierop zijn divers, ook in reformatorische kring, weet Van der Zwaag, kerkredacteur bij het Reformatorisch Dagblad.

Benieuwd naar de oorsprong van deze verschillen startte hij een historisch en theologisch onderzoek. Beginnend bij Augustinus ging hij na wat theologen in de loop der eeuwen hebben gezegd over verkiezing, verbond, beloften, aanbod van genade en andere thema's waarover in de gereformeerde gezindte geen eenduidigheid is. Vele honderden geschriften van bijna net zo veel theologen sloeg hij erop na. Resultaat: een boek van bijna 1100 pagina's, dat deze week verschijnt. Het is dat enkele reformatorische ondernemers een subsidie hebben verstrekt, anders had de publicatie, die nu nog geen 30 euro kost, minstens het dubbele gekost.

Lijdelijkheid en activisme

"Het thema van de toe-eigening houdt me al een hele tijd bezig", vertelt Van der Zwaag in zijn studeerkamer in Barneveld, waar hij lid is van de plaatselijke gereformeerde gemeente. "Eigenlijk al vanaf mijn achttiende. Vanuit mijn interesse in levensbeschouwelijke vragen liet ik me inschrijven voor de studie filosofie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en nam als bijvak kerkgeschiedenis. Met alle zaken die nu in mijn boek aan de orde komen, was ik destijds al bezig. De drang om met een werk over de toe-eigening te komen, werd enkele jaren terug pas echt groot. Toen kwam ik persoonlijk tot helderheid inzake het geloof. Ik ging zien dat Christus gewillig is om zondaren zalig te maken. Dat werd voor mij doorslaggevend. Vanaf die tijd ervoer ik een sterke behoefte om anderen door te geven wat ik had opgediept."

"Afwachten of verwachten" luidt de titel van het vuistdikke boek. "Het eerste slaat op lijdelijk afwachten, het tweede woord op een verwachtingsvol uitzien naar wat God uit vrije genade schenkt. Het tweede is bijbels, het eerste niet, en ook niet gereformeerd. In mijn boek laat ik uitvoerig de klassieken van de gereformeerde traditie aan het woord. Je ziet dan dat het absolute karakter van de genade nooit de menselijke wil en de verantwoordelijkheid opheft. Integendeel. Er wordt juist een appèl gedaan op deze wil. De mens, zo zegt Boston letterlijk, moet met een hartelijke gewilligheid opendoen om Christus aan te nemen zoals het Evangelie Hem aanbiedt."

Het pad tussen dode lijdelijkheid en remonstrants activisme is smal, benadrukt Van der Zwaag. "Maar de gereformeerde traditie bewaart nu precies het juiste evenwicht. We hoeven dus beslist niet naar de evangelische stromingen om een ruime evangelieverkondiging te horen. We kunnen volop terecht bij onze eigen klassieken. Mijn boek wil de lezer dan ook vooral opnieuw laten kennismaken met de theologische schrijvers uit het verleden. Hopelijk gaat de reformatorische kring zien wat voor schatten ze in huis heeft."

Tragiek

Van der Zwaag maakt zich zorgen over de bevindelijk gereformeerden, die grofweg zijn te traceren in de Gereformeerde Gemeenten, de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, de Oud Gereformeerde Gemeenten en delen van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Christelijke Gereformeerde Kerken. Hij spreekt zelfs van een zekere tragiek. "Velen van hen zeggen de bevinding en het persoonlijke geloof te missen. Ze zijn onzeker over hun eeuwig behoud en vinden geen troost in God. Niet weinigen worstelen hiermee hun leven lang zonder tot helderheid te komen. Anderen kiezen voor de zogenaamde derde weg. Die zeggen niet tot de wereld te behoren -want ze hebben immers belijdenis van de waarheid gedaan- maar ook niet bij Gods volk. En die derde weg is onmogelijk. Want wie niet voor is, is tegen."

De spanningen in de reformatorische kring nemen de laatste jaren toe, signaleert hij. "Neem alleen al de jongerenavonden. De boodschap die de jonge mensen daar meekrijgen, is dat ze naar Christus mogen gaan zoals ze zijn." Dat heeft in met name de (Oud) Gereformeerde Gemeenten (in Nederland) tot onrust geleid. De jeugd wordt geadviseerd deze avonden te mijden. "Gevolg daarvan is weer dat ds. H. J. Hegger een vlammend boek heeft geschreven richting deze kerken. Op een overigens heel andere wijze heeft ook ds. C. Harinck er onlangs toe opgeroepen in gesprek te gaan met hen die anders wellicht de Gereformeerde Gemeenten zullen verlaten. Hoe dan ook is merkbaar dat de kwestie van de toe-eigening, en daarmee ook van de prediking, velen intensief bezighoudt."

Versmalling

Hoe zijn de verschillende visies op de toe-eigening totstandgekomen? Met deze vraag in de hand zette Van der Zwaag zich aan zijn historisch en theologisch onderzoek. "Mij werd daarbij duidelijk dat na de Afscheiding van 1834 er een theologische versmalling heeft plaatsgehad vergeleken met de periode daarvoor. Je ziet dan een nevenstroom ontstaan, die steeds verder afwijkt van de hoofdstroom van de gereformeerde traditie en het puritanisme. Al heel snel komt er bij de afgescheidenen onenigheid over zaken zoals doop en verbond. De ledeboerianen en de kruisgezinden, de voorvaderen van de Gereformeerde Gemeenten (in Nederland), nemen een kritische houding aan tegenover het welmenend aanbod van genade. In het gezelschapsleven van de 19e eeuw gaan bekeringsgeschiedenissen een grote rol spelen. Daarin zie je steeds bepaalde fases in het genadeleven terugkeren. De leer van de standen in het genadeleven, zoals de Gereformeerde Gemeenten (in Nederland) die kennen, is daarop gestoeld. Volgens deze leer vallen wedergeboorte en rechtvaardigmaking niet samen en is de laatste een nadere weldaad, die veel gelovigen wellicht nooit zullen meemaken."

Bij de Reformatie treft Van der Zwaag echter geen standenleer aan. "Kernboodschap van de reformatoren is dat wedergeboorte en rechtvaardigmaking samenvallen. Kenmerk van het geloof is bij hen de directe toevlucht tot Christus. Dat er mensen zijn die zeggen wedergeboren te zijn zonder Christus te kennen, zie ik als een ontsporing. Bij een oudvader als Van der Groe kom je dat ook niet tegen. Ik begrijp heel goed dat de leer van de standen in het genadeleven pastoraal bedoeld is, waar bekommerden troost in vinden. Maar in de praktijk vormt ze voor velen een belemmering om tot Christus te gaan."

Binnen uw kerkverband is ooit gezegd: Mensen die de standenleer kritiseren, verzetten zich meestal tegen de noodzaak van de kennis der ellende als de weg waarin plaats komt voor Christus.

"Dat ontken ik. Ik geloof zeker dat God Zelf plaatsmaakt voor de genade in Christus. Wat moet een mens doen met een Verzoener en Verlosser als hij geen last heeft van zijn zonde en ellende? Iets anders is hoe diep je ellendekennis moet zijn om tot Christus te mogen gaan. In grote lijnen zeggen onze oudvaders uit de 17e en de 18e eeuw dat je zo veel kennis van je ellende nodig hebt dat je wordt uitgedreven naar Christus. Bij hen lees je niet dat je eerst Gods eer meer moet liefhebben dan je eigen zaligheid en aan andere eisen moet voldoen voordat je tot Hem mag naderen. Een mens mag als zondaar de toevlucht nemen tot Christus. En door het geloof, dat een gave is van de Heilige Geest, wordt deze onmiddellijk gerechtvaardigd, waarna de strijd begint tussen de oude en de nieuwe mens. Dat is de boodschap van de brede gereformeerde traditie."

U signaleert dat ds. A. Moerkerken de theologische lijn heeft doorgetrokken van ds. G. H. Kersten, de voorman van de Gereformeerde Gemeenten, en nooit afstand heeft genomen van specifieke uitgangspunten van zijn kerkverband. Is het reëel om anders te verlangen van een rector van de Theologische School in Rotterdam?

"Ds. Moerkerken kan zich inderdaad op ds. Kersten beroepen. Hij brengt met de standenleer dan ook niet iets nieuws, zij het dat ds. Moerkerken deze leer in twee boeken wel op formule heeft gebracht. Blijft staan dat noch ds. Kersten, noch ds. Moerkerken de standenleer heeft getoetst aan de hoofdstroom van de gereformeerde traditie."

Een breed scala van theologen komt in uw boek aan het woord: Brakel, Boston, de hedendaagse predikanten De Vries en Heemskerk, maar ook een barthiaan als Miskotte.

"Miskotte heb ik niet aangehaald om het reformatorische erfgoed te laten toelichten. Maar het leek mij wel goed om de bevindelijk gereformeerden ook te bezien vanuit het perspectief van een niet-bevindelijk iemand als Miskotte. Hij kan ons als het ware een spiegel voorhouden, hoewel ik het met zijn barthiaanse opvattingen natuurlijk niet eens ben. Ook Van Ruler heb ik verschillende keren geciteerd, die scherp de, wat hij noemt, ultragereformeerden heeft bekritiseerd. Ds. A. Vergunst moest, ondanks zijn felle kritiek op Van Rulers weergave, erkennen dat er veel waarheidselementen in zaten."

De hervormde ds. I. Kievit was bij meningsverschillen over verbond, roeping en aanbod van genade benauwd voor "een wild citatenspel uit oude schrijvers." In hoeverre hebt u geprobeerd dit gevaar te omzeilen?

"Daarvan was ik me steeds bewust. Telkens weer heb ik mezelf afgevraagd of ik niet oudvaders voor mijn eigen karretje spande. Ik meen evenwichtig en uitgebreid te hebben geciteerd. Er zaten tussen de citaten zo veel juweeltjes dat ik het moeilijk vond deze beknopt samen te vatten. Hopelijk vormt het boek voor de lezers hierdoor een hernieuwde kennismaking met onze rijke traditie."

Uw boek wordt gezien als een steen in de vijver van met name de Gereformeerde Gemeenten.

"Dat vind ik jammer. Iemand die een steen gooit, wekt beroering. En dat is juist niet mijn bedoeling. Overigens ís die beroering er al. Er zijn al heel wat stenen gegooid. Ik hoop dat er weer rust en evenwicht zal komen in een periode van onrust en verwarring. Dat kan ook, als men weer teruggaat naar de bronnen van onze traditie. Hopelijk nemen zowel ambtsdragers als gewone kerkleden de moeite het boek te lezen voordat ze zich een oordeel vormen. Alleen dan kunnen er evenwichtige reacties volgen en een vruchtbare gedachtewisseling. In dat kader zal er ook op zaterdag 25 oktober een congres zijn waarop predikanten uit de Hervormde Kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten een reactie zullen geven op mijn boek. Die dag is met name georganiseerd om mogelijke polarisatie te overwinnen."

Uw grootste wens?

"Dat op de diverse kansels in onze reformatorische gezindte iets mag doorklinken van een gewijzigde visie. En dat predikanten durven te staan in de vrijheid van het Woord, los van een specifieke traditie van een bepaald kerkverband."

Mede n.a.v. "Afwachten of verwachten? De toe-eigening des heils in historisch en theologisch perspectief", door dr. K. van der Zwaag; uitg. Groen, Heerenveen, 2003; ISBN 90 5829 337 8; 1098 blz.; 29,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Terug naar de brede gereformeerde traditie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken