Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

"Kerk zag in Nero de wetteloze mens"

Dr. Van Kooten geeft openingscollege RUG

3 minuten leestijd

GRONINGEN - Christenen in het Romeinse Rijk hebben in Nero de "mens der wetteloosheid" gezien waarvan de tweede brief aan de Thessalonicenzen spreekt.

Dat betoogde dr. G. H. van Kooten gisteren in een openingscollege aan de Rijksuniversiteit Groningen. Paulus rekent weliswaar ook met het einde der tijden, dat het aanbreken van Gods definitieve heerschappij betekent, maar zijn aandacht wordt niet totaal beheerst door het einde, zo betoogde de Groninger nieuwtestamenticus.

"Kenmerkend voor de zogenaamde mens der wetteloosheid is verwoesting, algehele geloofsverzaking en heiligschennis, niet alleen ten opzichte van God, maar ten opzichte van elke religiositeit, tegen alles wat God of voorwerp van verering genoemd wordt. Hieruit blijkt al dat we hier niet zomaar met een specifieke antichrist te maken hebben, zoals die in de Johannesbrieven voorkomt, maar met een figuur die zich niet alleen tegen het christendom richt, maar tegen alle godsdienstigheid. Als deze gestalte zich in de tijd voor het einde volledig manifesteert, zal Christus het einde inluiden door als Heer terug te komen en deze figuur machteloos maken."

Keizer Nero beantwoordt aan dit beeld, zei dr. Van Kooten. "Paulus dacht terdege aan een historisch concrete persoon toen hij schreef over de figuur van wetteloosheid, vernietigingsdrang en antigodsdienstigheid."

Als deze figuur zich zelfs in de tempel van God zou plaatsen, wordt hiermee volgens Van Kooten de tempel van Jeruzalem bedoeld. "Vele antieke geschiedschrijvers maakten in hun beschrijvingen duidelijk dat Nero bij uitstek een antigodsdienstige keizer was die niet schroomde om ook Grieks-Romeinse plaatsen en heiligdommen te ontwijden. Op dit punt had Nero een bijzonder slechte reputatie."

Juist ook na zijn veronderstelde verdwijning naar het Oosten vreesden de christenen dat Nero's terugkeer weinig goeds zou brengen, zei dr. Van Kooten. "In deze omstandigheden begonnen ook vele Thessalonicenzen te menen dat het einde der tijden was ingetreden. Tegen hen schrijft Paulus in 2 Thessalonicenzen dat het einde juist níét is aangebroken. Volgens Paulus is er in het heden juist een positieve afremmende kracht bezig die de volledige manifestatie van Nero vertraagt. Hoewel Paulus, evenals zijn Romeinse tijdgenoten, weinig op heeft met Nero, blijft hij positief over de staat, ook over de niet-christelijke staat."

Daarom keert Paulus zich zeer tegen Thessalonicenzen die hun werk neerlegden vanuit de overtuiging dat het einde gekomen is. "Paulus roept hen op hun werk weer ter hand te nemen. Zij leven onder de bescherming van de Romeinse staat, en als Nero zal terugkeren uit het Oosten, zal naar Paulus' overtuiging Nero niet slagen in zijn zucht tot totale vernietiging en vergelding."

Als Nero zal verschijnen, zal Jezus hem doden en machteloos maken. "Tegenover de Nero-figuur stelt Paulus Jezus Christus, Die hij in dit verband de Heer van de vrede noemt."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken